onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

ik kalibreer
jij (je) kalibreert
hij/zij/het kalibreert
wij (we) kalibreren
jullie kalibreren
zij (ze) kalibreren

onvoltooid verleden tijd (ovt)

ik kalibreerde
jij (je) kalibreerde
hij/zij/het kalibreerde
wij (we) kalibreerden
jullie kalibreerden
zij (ze) kalibreerden

voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

ik heb gekalibreerd
jij (je) hebt gekalibreerd
hij/zij/het heeft gekalibreerd
wij (we) hebben gekalibreerd
jullie hebben gekalibreerd
zij (ze) hebben gekalibreerd

voltooid verleden tijd (vvt)

ik had gekalibreerd
jij (je) had gekalibreerd
hij/zij/het had gekalibreerd
wij (we) hadden gekalibreerd
jullie hadden gekalibreerd
zij (ze) hadden gekalibreerd

onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

ik zal kalibreren
jij (je) zult kalibreren
hij/zij/het zal kalibreren
wij (we) zullen kalibreren
jullie zullen kalibreren
zij (ze) zullen kalibreren

voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

ik zal gekalibreerd hebben
jij (je) zult gekalibreerd hebben
hij/zij/het zal gekalibreerd hebben
wij (we) zullen gekalibreerd hebben
jullie zullen gekalibreerd hebben
zij (ze) zullen gekalibreerd hebben


onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)

ik zou kalibreren
jij (je) zou kalibreren
hij/zij/het zou kalibreren
wij (we) zouden kalibreren
jullie zouden kalibreren
zij (ze) zouden kalibreren

voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)

ik zou gekalibreerd hebben
jij (je) zou gekalibreerd hebben
hij/zij/het zou gekalibreerd hebben
wij (we) zouden gekalibreerd hebben
jullie zouden gekalibreerd hebben
zij (ze) zouden gekalibreerd hebben

gebiedende wijs

jij (je) kalibreer
jullie kalibreer


onvoltooid deelwoord

kalibrerend

voltooid deelwoord

gekalibreerd

alıntı

Beğeniler: 1
Favoriler: 1
İzlenmeler: 144
favori
like
share