Gaffelen Conjugation - Hollandaca

Son güncelleme: 22.04.2014 12:43
  • onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

    ik gaffel
    jij (je) gaffelt
    hij/zij/het gaffelt
    wij (we) gaffelen
    jullie gaffelen
    zij (ze) gaffelen

    onvoltooid verleden tijd (ovt)

    ik gaffelde
    jij (je) gaffelde
    hij/zij/het gaffelde
    wij (we) gaffelden
    jullie gaffelden
    zij (ze) gaffelden

    voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

    ik heb gegaffeld
    jij (je) hebt gegaffeld
    hij/zij/het heeft gegaffeld
    wij (we) hebben gegaffeld
    jullie hebben gegaffeld
    zij (ze) hebben gegaffeld

    voltooid verleden tijd (vvt)

    ik had gegaffeld
    jij (je) had gegaffeld
    hij/zij/het had gegaffeld
    wij (we) hadden gegaffeld
    jullie hadden gegaffeld
    zij (ze) hadden gegaffeld

    onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

    ik zal gaffelen
    jij (je) zult gaffelen
    hij/zij/het zal gaffelen
    wij (we) zullen gaffelen
    jullie zullen gaffelen
    zij (ze) zullen gaffelen

    voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

    ik zal gegaffeld hebben
    jij (je) zult gegaffeld hebben
    hij/zij/het zal gegaffeld hebben
    wij (we) zullen gegaffeld hebben
    jullie zullen gegaffeld hebben
    zij (ze) zullen gegaffeld hebben


    onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)

    ik zou gaffelen
    jij (je) zou gaffelen
    hij/zij/het zou gaffelen
    wij (we) zouden gaffelen
    jullie zouden gaffelen
    zij (ze) zouden gaffelen

    voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)

    ik zou gegaffeld hebben
    jij (je) zou gegaffeld hebben
    hij/zij/het zou gegaffeld hebben
    wij (we) zouden gegaffeld hebben
    jullie zouden gegaffeld hebben
    zij (ze) zouden gegaffeld hebben

    gebiedende wijs

    jij (je) gaffel
    jullie gaffel


    onvoltooid deelwoord

    gaffelend

    voltooid deelwoord

    gegaffeld

    alıntı
#22.04.2014 12:43 0 0 0