Gaggelen Conjugation - Hollandaca

Son güncelleme: 22.04.2014 12:51
  • onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

    ik gaggel
    jij (je) gaggelt
    hij/zij/het gaggelt
    wij (we) gaggelen
    jullie gaggelen
    zij (ze) gaggelen

    onvoltooid verleden tijd (ovt)

    ik gaggelde
    jij (je) gaggelde
    hij/zij/het gaggelde
    wij (we) gaggelden
    jullie gaggelden
    zij (ze) gaggelden

    voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

    ik heb gegaggeld
    jij (je) hebt gegaggeld
    hij/zij/het heeft gegaggeld
    wij (we) hebben gegaggeld
    jullie hebben gegaggeld
    zij (ze) hebben gegaggeld

    voltooid verleden tijd (vvt)

    ik had gegaggeld
    jij (je) had gegaggeld
    hij/zij/het had gegaggeld
    wij (we) hadden gegaggeld
    jullie hadden gegaggeld
    zij (ze) hadden gegaggeld

    onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

    ik zal gaggelen
    jij (je) zult gaggelen
    hij/zij/het zal gaggelen
    wij (we) zullen gaggelen
    jullie zullen gaggelen
    zij (ze) zullen gaggelen

    voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

    ik zal gegaggeld hebben
    jij (je) zult gegaggeld hebben
    hij/zij/het zal gegaggeld hebben
    wij (we) zullen gegaggeld hebben
    jullie zullen gegaggeld hebben
    zij (ze) zullen gegaggeld hebben


    onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)

    ik zou gaggelen
    jij (je) zou gaggelen
    hij/zij/het zou gaggelen
    wij (we) zouden gaggelen
    jullie zouden gaggelen
    zij (ze) zouden gaggelen

    voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)

    ik zou gegaggeld hebben
    jij (je) zou gegaggeld hebben
    hij/zij/het zou gegaggeld hebben
    wij (we) zouden gegaggeld hebben
    jullie zouden gegaggeld hebben
    zij (ze) zouden gegaggeld hebben

    gebiedende wijs

    jij (je) gaggel
    jullie gaggel


    onvoltooid deelwoord

    gaggelend

    voltooid deelwoord

    gegaggeld

    alıntı
#22.04.2014 12:51 0 0 0