Rammelen Conjugation - Hollandaca

Son güncelleme: 08.08.2014 22:29
  • hollandaca fiil çekimleri - rammelen fiilinin hollandaca çekimi - rammelen fiilini hollandaca çekimle
    onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

    ik rammel
    jij (je) rammelt
    hij/zij/het rammelt
    wij (we) rammelen
    jullie rammelen
    zij (ze) rammelen

    onvoltooid verleden tijd (ovt)

    ik rammelde
    jij (je) rammelde
    hij/zij/het rammelde
    wij (we) rammelden
    jullie rammelden
    zij (ze) rammelden

    voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

    ik heb gerammeld
    jij (je) hebt gerammeld
    hij/zij/het heeft gerammeld
    wij (we) hebben gerammeld
    jullie hebben gerammeld
    zij (ze) hebben gerammeld

    voltooid verleden tijd (vvt)

    ik had gerammeld
    jij (je) had gerammeld
    hij/zij/het had gerammeld
    wij (we) hadden gerammeld
    jullie hadden gerammeld
    zij (ze) hadden gerammeld

    onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

    ik zal rammelen
    jij (je) zult rammelen
    hij/zij/het zal rammelen
    wij (we) zullen rammelen
    jullie zullen rammelen
    zij (ze) zullen rammelen

    voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

    ik zal gerammeld hebben
    jij (je) zult gerammeld hebben
    hij/zij/het zal gerammeld hebben
    wij (we) zullen gerammeld hebben
    jullie zullen gerammeld hebben
    zij (ze) zullen gerammeld hebben


    onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)

    ik zou rammelen
    jij (je) zou rammelen
    hij/zij/het zou rammelen
    wij (we) zouden rammelen
    jullie zouden rammelen
    zij (ze) zouden rammelen

    voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)

    ik zou gerammeld hebben
    jij (je) zou gerammeld hebben
    hij/zij/het zou gerammeld hebben
    wij (we) zouden gerammeld hebben
    jullie zouden gerammeld hebben
    zij (ze) zouden gerammeld hebben

    gebiedende wijs

    jij (je) rammel
    jullie rammel


    onvoltooid deelwoord

    rammelend

    voltooid deelwoord

    gerammeld

    alıntı
#08.08.2014 22:29 0 0 0