Schamen Conjugation - Hollandaca

Son güncelleme: 27.08.2014 15:27
  • hollandaca fiil çekimleri - schamen fiilinin hollandaca çekimi - schamen fiilini hollandaca çekimle
    onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

    ik schaam
    jij (je) schaamt
    hij/zij/het schaamt
    wij (we) schamen
    jullie schamen
    zij (ze) schamen

    onvoltooid verleden tijd (ovt)

    ik schaamde
    jij (je) schaamde
    hij/zij/het schaamde
    wij (we) schaamden
    jullie schaamden
    zij (ze) schaamden

    voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

    ik heb geschaamd
    jij (je) hebt geschaamd
    hij/zij/het heeft geschaamd
    wij (we) hebben geschaamd
    jullie hebben geschaamd
    zij (ze) hebben geschaamd

    voltooid verleden tijd (vvt)

    ik had geschaamd
    jij (je) had geschaamd
    hij/zij/het had geschaamd
    wij (we) hadden geschaamd
    jullie hadden geschaamd
    zij (ze) hadden geschaamd

    onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

    ik zal schamen
    jij (je) zult schamen
    hij/zij/het zal schamen
    wij (we) zullen schamen
    jullie zullen schamen
    zij (ze) zullen schamen

    voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

    ik zal geschaamd hebben
    jij (je) zult geschaamd hebben
    hij/zij/het zal geschaamd hebben
    wij (we) zullen geschaamd hebben
    jullie zullen geschaamd hebben
    zij (ze) zullen geschaamd hebben


    onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)

    ik zou schamen
    jij (je) zou schamen
    hij/zij/het zou schamen
    wij (we) zouden schamen
    jullie zouden schamen
    zij (ze) zouden schamen

    voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)

    ik zou geschaamd hebben
    jij (je) zou geschaamd hebben
    hij/zij/het zou geschaamd hebben
    wij (we) zouden geschaamd hebben
    jullie zouden geschaamd hebben
    zij (ze) zouden geschaamd hebben

    gebiedende wijs

    jij (je) schaam
    jullie schaam


    onvoltooid deelwoord

    schamend

    voltooid deelwoord

    geschaamd

    alıntı
#27.08.2014 15:27 0 0 0