Uitdagen Conjugation - Hollandaca

Son güncelleme:
  • hollandaca fiil çekimleri - utdagen fiilinin hollandaca çekimi - utdagen fiilini hollandaca çekimle
    onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)

    ik daag uit
    jij (je) daagt uit
    hij/zij/het daagt uit
    wij (we) dagen uit
    jullie dagen uit
    zij (ze) dagen uit

    onvoltooid verleden tijd (ovt)

    ik daagde uit
    jij (je) daagde uit
    hij/zij/het daagde uit
    wij (we) daagden uit
    jullie daagden uit
    zij (ze) daagden uit

    voltooid tegenwoordige tijd (vtt)

    ik heb uitgedaagd
    jij (je) hebt uitgedaagd
    hij/zij/het heeft uitgedaagd
    wij (we) hebben uitgedaagd
    jullie hebben uitgedaagd
    zij (ze) hebben uitgedaagd

    voltooid verleden tijd (vvt)

    ik had uitgedaagd
    jij (je) had uitgedaagd
    hij/zij/het had uitgedaagd
    wij (we) hadden uitgedaagd
    jullie hadden uitgedaagd
    zij (ze) hadden uitgedaagd

    onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)

    ik zal uitdagen
    jij (je) zult uitdagen
    hij/zij/het zal uitdagen
    wij (we) zullen uitdagen
    jullie zullen uitdagen
    zij (ze) zullen uitdagen

    voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)

    ik zal uitgedaagd hebben
    jij (je) zult uitgedaagd hebben
    hij/zij/het zal uitgedaagd hebben
    wij (we) zullen uitgedaagd hebben
    jullie zullen uitgedaagd hebben
    zij (ze) zullen uitgedaagd hebben


    onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)

    ik zou uitdagen
    jij (je) zou uitdagen
    hij/zij/het zou uitdagen
    wij (we) zouden uitdagen
    jullie zouden uitdagen
    zij (ze) zouden uitdagen

    voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)

    ik zou uitgedaagd hebben
    jij (je) zou uitgedaagd hebben
    hij/zij/het zou uitgedaagd hebben
    wij (we) zouden uitgedaagd hebben
    jullie zouden uitgedaagd hebben
    zij (ze) zouden uitgedaagd hebben

    gebiedende wijs

    jij (je) daag uit
    jullie daag uit


    onvoltooid deelwoord

    uitdagend

    voltooid deelwoord

    uitgedaagd

    alıntı
0 0 0