OEFENTOETS 15
A NAZEGGEN
U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.
1Fergete je huıs werk nıet.
2 Het is opgehouden met regenen .
3 Ik ben er niet in geïnteresseerd .
4Mijn ouders zijn erg gelukkig met elkaar .
5Hij lijdt aan een ernstige ziekte
6Ik hoop op een goed gezeltijd
7Hij zit steeds naar Tineke te gluren
8De oude dame past op haar kleinkinderen .
9 De studenten zien tegen de professor op.
10Hij is heel erg boos op zijn broer .
11Ik ben een bezig met van mijn nieuwe fiets.
12Die jongen is erg handig met naald en draad .
B KORTE VRAGEN
U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.
1Schijnt de zon 's nachts of overdag? Overdag
2 Woon je in een flat of in een la? een flat
3Wie is jonger... een schaap of een lammetje? een lammetje
4Wat is sneller... rennen of kruipen? rennen
5 Wat duurt langer ...twintig minuten of een half uur? een half uur
6 Wat kan een vis er goed? zwemmen
7 Blind... is dat anders dan doof of is het hetzelfde? anders
8Wat is korter... een jaar of een dag? een dag
9 Wat is de kleur van gras? groen
10 Wat kun je doen moet geld? betalen
11 Een neef... is dat een man of een vrouw? een man
12 Het is nu october...volgende maand is het? november
13 Hoe het geluid dat een kat maakt? miauwen
14Is een broemen een meubel of een vervoermiddel? vervoermiddel
C NAZEGGEN
U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.
1Ik woon naast de drogist .
2 Dieren vechten vaak met elkaar
3 Hij wordt verdacht van diefstal .
4De leerlingen barstten in lachen uit .
5Wij strijden voor een beter milieu .
6Hij is geslaagd voor zijn rijexamen .
7De oorlog heeft veel ellende veroorzaakt.
8Ik schaam me voor mijn vuile handen .
9 Het meisje leeft gescheiden van haar ouders .
10Deze straat komt uit op het stationsplein .
11Bij dat ongeluk is hij aan de dood ontsnapt .
12Ik heb mij door vrienden laten verleiden tot gokken .
D TEGENSTELLİNGEN
U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.
1bot scherp
2 slim dom
3 open dicht
4 brengen blussen
5 ochtend avond
6 pro onzin
7helder trobel
8 moe uitgeruis
9 vals echt
10 sterkte zwakte
DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
=============Ortaköy/Aksaray=============
OEFENTOETS 16
A NAZEGGEN
U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.
1 Mijn sleutels liggen nog thuis.
2 Hoeveel verdien jij per uur?
3 Ik praat liever niet tegen hem.
4 De leraar geeft veel huiswerk op.
5 Jullie vinden die boeken niet mooi.
6 Mijn vader werk bij de supermarkt.
7 Ik kan een beetje Nederlands schrijven.
8 De treinen rijden vandaag niet op tijd.
9Wij hebben morgen een examen voor viskunnen.
10 Marianne is meisje, ze is twaalf jaar.
11Van al mijn vrienden is John de aardigste.
12 Een bromfiets rijdt snel, maar motor is rijdt sneller.
B KORTE VRAGEN
U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.
1 Wat gebruik je om het vlees mee te snijden? mes
2Iemand met een laag salaris... verdiend hij veel of weinig? weinig
3 Heeft een mes vijf ogen? nee
4 Hoe noem je de dochter van je oom? nicht
5 Waarmee sla je een spijker in het houdt? hamer(çekiç)
6 Is roken gezond of ongezond? ongezond
7 Wat doet een vogel in de lunct? vliegen
8 Vandaag is het vrijdag... overmorgen is het ...? zondag
9 Wat kun je in een vaas zetten? bloemen
10 Wat is hoger... een flat of een bingelon? flat
11 Een uur ..is dat zestig minuten of zestig seconten? zestig mınuten
12 Wat staat er in de woonkamer... een plant of een sruik? plant
13Wat doet een slang..kronkelen of rennen? kromkelen
14 Kerst.. is dat in septerber of desember? desember
C NAZEGGEN
U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.
1 Mijn tante komt uit Spanje.
2 De jongens gaan vanmiddag voetballen.
3 In Indonesie is het altijd warm.
4 Wij proberen geen fouten te maken.
5Wij zitten gezellig samen te kletsen.
6 De lerares belooft op bezoek te komen.
7We hebben in februari een week vakantie.
8 Je hoeft bij deze dokter niet te wachten.
9 De meester komt om negen uur op school.
10 We beginnen steeds in onze eigen laat te praten.
11 Jullie moeten morgen om drie uur bij de tandarts zijn.
12Mijn ouders zitten elke avond naar de televisie te kijken.
D TEGENSTELLİNGEN
U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.
1 ingang uitgang
2 verdrietig blij/vrolijk
3meest minst
4 lengte breede
5 Theoretisch pesitisch
6 lachen huilen
7 dorp stad
8 dapper laf/ bang
9 dronken nuchter
10mannelijk vrouwelijk
DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
=============Ortaköy/Aksaray=============
OEFENTOETS 17
A NAZEGGEN
U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.
1 Dat weet toch iedereen.
2 Op woensdagmiddag ga ik htckeyen.
3 Ik ga lopend naar de slager.
4 Ik begrijp het formulier niet helemaal.
5 Zet alsjeblieft het gehud wat zachier.
6 Ik hoor de wekker niet tekken.
7 Uw bankpas sturen wij via de post.
8 Je kunt ook telefonisct een asprak maken.
9 Mijn moeder brengt mij elke dag naar school.
10 Mijn huisarts is niet in het weekend breekbaar.
11 Op deze school kun je oom kappersopleiden volgen.
12ik ga samen met mijn vrieden op vakantie naar Spanje.
B KORTE VRAGEN
U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.
1Is een beker om op te eten of om op te drinken ? drinken
2Waar ga je naar toe als je ziek bent? dokter/naar het ziken huis of naar de huisarts
3Hoe noem je iemand die ramen lapt? glazemwasser
4Is een pannekoek rond of vierkant? rond
5 Waarmee eet je snoep? lepel(kaşık)
6Het is nu vrijdag... eergisteren was het ...? woensdag
7 Kan een brommer vliegen of rijden? rijden
8Is brocoli groente of fruit? groente
9 Is een mens een zoogdier? ja
10 Is een kip een mannetje of een vrouwtje ? vrouwtje
11 Warr wonen meer mensen... in een dorp of in een stad? stad
12 Waarmee kun je betalen... met een pasje of met een sleutel? pasje
13 Hoe laat is het om middenacht? twaalf uur
14 Welke kleur heeft een komkomer? groen
C NAZEGGEN
U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.
1Ik spaar voor een brommer.
2 De peren zijn nog niet rijp.
3 Het vliegtuig landt op het vliegueld.
4 De soldaten vechten tegen de vijand.
5 Het kapotte schrijft ligt op de grond.
6 Tante Truus komt morgen bij ons eten.
7 De eend dobbert lekker in het water.
8Opa gaat naar het consulaat in Amsterdam.
9 Wij hebben vanmiddag in het bos gewandeld.
10 Vorig jaar gingen we met de hele familie.
11 In de zomer duiken de jongens in de riever.
12Dam hoort bij de stem van zijn vriend achter zich.
D TEGENSTELLİNGEN
U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.
1verzorgen verwaarlozen
2 Dichtbij ver(veraf)
3 zacht hard
4 nieuw oud
5 mis raak
6 druk stil/rustig
7gierig gul /vrijgevig
8 schriftelijk mondeling
9 oost west
10 hier daar
DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
=============Ortaköy/Aksaray=============
OEFENTOETS 18
A NAZEGGEN
U HOORT STEEDS EEN ZİN.zEG DE ZİN PRECİES NA.
1 Elke plaats is makkelijk te bereiken.
2 Naar mijn mening wordt niet gevraagd.
3 Het geld komt dan op mijn rekening.
4 Hij rookt wel twintig sigaretten per dag.
5 Je kunt het baste via internet betalen.
6 In Nederland gebruiken we elke meter land.
7Het energiebedrijf betaal ik per twee maanden.
8 Het kind zuigt de limonede door een rietje.
9 Zij haalt suiker en koekjes, bij de supermarkt.
10 De koopman weegt de appels met een weegschaal.
11 Je zoekt dan in je portemonne naar munten.
12 Het is bekend dat er in Nederland geen bergen zijn.
B KORTE VRAGEN
U HOORT STEEDS EEN KORTE VRAAG.GEEF OP ELKE VRAAG EEN KORT ANWOORDT.
1Wat doet een eend...varen of zwemmen? zwemmen
2 Is een cactus een plant of een dier? een plant
3 Wat doe je met een boek? lezen/studeren
4 Wat kun je doen met een camera? foto's maken/fotograferen/filmen/video opnemen
5Als het donker is... moet je het licht dan aandoen of uitdoen? aandoen
6 Is Parijs een stad of een land? stad
7 Kan een stier melk geven? nee
8 Wie is kleiner ... een mug of een paard? mug
9 In welk seizoen schijnt de zon het meest? de zomer
10 Krijg je op je verjaardag een cadeau of een bekeurig? cadeau
11 I s een kruk een meubel of een vervoormiddel? meubel
12 Welk beroep heeft iemand die haren(saç) knipt? kapper(berber)
13Waarmee schilje de aardappels? mesie
14 Zijn groenten gezonder dan snoep? ja
C NAZEGGEN
U HOORT STEEDS EEN ZİN.ZEG DE ZİN PRECİES NA.
1 We zitten aan tafel.
2 Ik logeer bij mijn oma.
3 Hij studeert aan de universteit.
4 Ik geef dit boek aan jou.
5 Achter deze zin komt een punt.
6 Het schilderij hangt aan de muur.
7 Mijn vader is ergens in de vijftig.
8 Deze rechthoek is vier of vijf centimeter.
9 Ik ben eindelijk achter de waarheid gekomen.
10 Bij uitzondering hebben we vandaag geen huiswerk.
11 De leerlingen schulven de stoelen onder de tafels.
12 Bij het solliciteren moet je een schoon overhemd aantrekken.
D TEGENSTELLİNGEN
U HOORT STEEDS EEN WOORD .U ZEGT HET TEGENOVERGESTELDE.
1 rijk arm
2 heden verleden
3 nat droog
4 rijdelijk vast/eeuwig
5 Horizontaal verticaal
6 weggooien bewaren
7 noord zuid
8 vuil schoon
9 schuin recht
10 voorin achterin
DİT WAS DE TOETS.DE TOETS İS NU KLAAR.
=============Ortaköy/Aksaray=============Arkadaşlar Rabbime binlerce kez şükürler olsun sonunda hepsini yazdım .
Size başarılar diliyorum ,Rabbım yar ve yardımcımız olsun.
Rabbim zihin açıklıgı versın.
Allaha emanet olun .Ortakoy...
kardeşim yuklerım , benım ıcın sorun yok ama yasak dıyolar gerekırse ben sana gonderrım bugun sınavım var ama sınavdan cıktıktan sonra artık yarın mı olur dıger gunmu bılemem rabbım ne zaman ızın verırse o zaman gonderrım hayırlı gunler
merhaba ortaköy arkadaşım öncelikle emeklerin için Allah razı olsun bende 7 aralıkta sınava gireceğim 1.bölüm ile alakalı hiç bi sorunum yok ama 2.bölüm ile ilgili sesli deneme sınav örnekleri gönderebilirmisin yazılı olarak anlıyorum ama sesli olarak kendimi test etmek istiyorum özellikle cümle tekrarları ile ilgili elindeki ses dosyalarını banada gönderebilirsen çok sevinirim.