Ana Sayfa
Mesajlar
ortakoy
Üye
36
Konular
189
Mesajlar
0
Takipçiler
< 7 >
vader - moeder baba_anne
slim - dom kurnaz_aptal
koud - warm soguk_sıcak
haat - liefde nefret_sevgi
open - dicht açık_kapalı
onderkant - bovenkant alt taraf _üst taraf
diep - ondiep derin_derin değil
druk - stil kalabalık_sakın
eerste - laatste ilk_son
praten - zwijgen konuşmak _susmak
najaar - voorjaar sonbahar_ilkbahar
zichtbaar - onzichtbaar görülür_görünmez
zeker - onzeker kesin_belirsiz
modern - ouderwets modern_eskı moda(modası geçmiş)
nauw - wijd dar_geniş
verstandig - onverstandig akıllı_akılsız
een - geen bır_degil
vers - bedorven taze _bayat
dapper - bang cesur_korkak
duur - goedkoop pahalı_ucuz
< 6 >
ergens - nergens biryerde_hiçbiryerde
nodig - onnodig gerekli_gereksiz
nadeel - voordeel zarar_fayda
hol - bol iç bükey_dış bükey
andere - dezelfde farklı_aynı
vlug - langzaam hızlı_yavaş
zus - broer abla_abi
vroeg - laat erken_geç
binnenland - buitenland yurtiçi_yurtdışı
in - uit içinde_dışında
nacht - dag gece_gündüz
licht - zwaar hafif_agır
bezet - vrij işgal_özgür
legaal - illegaal yasal_yasa dışı
gezakt - geslaagd başarısız_başarılı
geschoren - ongeschoren tıraş_tıraşsız
trouwen - scheiden evlenmek_ayrılmak(Allah korusun)
verplicht - vrijblijvend zorunlu_zorunlu olmadan_(serbest)
accepteren - weigeren kabul etmek_red etmek
inclusief - exclusief dahil_öznel
< 5 >
wit - zwart beyaz_siyah
mooi - lelijk güzel_çirkin
netjes - slordig düzenli_düzensiz
hard - zacht sert_yumuşak
maximaal - minimaal en fazla_en az
leuk - vervelend hoş_sıkıcı
precies - ongeveer aşagı_yukarı
nieuw - oud yeni_eski
niet - wel yok_var
goed - fout dogru_yanlış
laag - hoog alçak_yüksek
ja - nee evet_hayır
interessant - saai enteresan_monoton
samen - alleen birlikte_yalnız
openbaar - privé kamusal_kişisel
oorlog - vrede savaş_barış
plus - min (+)artı_eksi(-)
veel - weinig çok _az
kapot - heel bozuk_tam
nooit - altijd hiçbirzaman _herzaman
< 4 >
slecht - goed kötü_iyi
iemand - niemand birisi_hiç kimse
optimist - pessimist iyimser_kötümser
glanzend - dof parlak_mat
iets - niets birşey_hiçbirsey
te vroeg - te laat erken_geç
glad - stroef düzgün_pürüzlü
recht - krom dogru_egri
normaal - abnormaal normal_anormal
ingang - uitgang giriş_çıkış
mis - raak isabetsiz_isabetli
neef - nicht oglan yegen _kız yegen
jongen - meisje oglen_kız
omhoog - omlaag yukarı_aşagı
breedte - lengte genişlik_uzunluk
kind - volwassene cocuk_yetişkin
erna - ervoor sonra_önce
vies - lekker igrenç_lezzetli
mogelijk - onmogelijk mümkün _imkansız
kort - lang kısa_uzun
< 3 >
passief - actief pasif_aktif
lui - ijverig tembel_çalışkan
grof - fijn kaba_zarif
zwak - sterk kuvvetsiz(çelimsiz)_güçlü
expres - per ongeluk kasten_kazara
einde - begin bitiş_başlangınç
eten - drinken yemek_içmek
vrouw - man kadın_erkek
altijd - nooit herzaman_hiçbirzaman
meer - minder daha çok_az
even - oneven çift _tek
vuil - schoon pis_temiz
leeg - vol boş_dolu
later - vroeger geç_erken
boven - onder yukarı_aşagı
zomer - winter yaz_kış
eerlijk - oneerlijk dürüst_sahtekar
snel - langzaam hızlı_yavaş
mager - vet az yaglı_yaglı
ziek - gezond hasta_saglıklı
© abc-wandeling.nl
< 2 >
links - rechts sol_sağ
volgende - vorige geçmiş_gelecek
vijand - vriend düşman_dost
bekend - onbekend tanıdık_yabancı
licht - donker açık_koyu
hier - daar bura_ora
bijzonder - gewoon tuhaf_normal
alles - niets herşey_hiçbirşey
droog - nat kuru_ ıslak
binnen - buiten içeri_dışarı
makkelijk - moeilijk kolay_zor
vriendelijk - onvriendelijk merhametli_merhametsiz
tam - wild uysal_vahşi
eenvoudig - ingewikkeld basit_zor
noord - zuid kuzey _güney
juist - onjuist doğru_yanlış
stout - lief yaramaz_degerli (haylaz_sevimli)
oud - jong yaşlı genç
honger - dorst açlık_susuzluk
toekomst - verleden gelecek_geçmiş
Voorbeeld tegenstellingen "Inburgering"
© abc-wandeling.nl
Arkadaşlar elimden geldigi kadar sizlere yardımcı olmaya çalışacagım
< 1 >
internationaal - nationaal evrensel_ulusal
groot - klein büyük_küçük
traag - snel yavaş_hızlı
anti -pro karşı_için
import - export ithalat_ihracat
extern - intern dışarıdan_içeriden
subjectief - objectief öznel_nesnel
verlies - winst (ziyan) zarar_karanç
negatief - positief olumsuz_olumlu
arm - rijk fakir_zengin
huilen - lachen ağlamak_gülmek
voornaam - achternaam isim_soyat
breed - smal geniş_dar
los - vast gevşek_sıkı
troebel - helder bulanık_ berrak
ongewoon - gewoon anormal _normal
bedroefd - blij mahzun_mutlu
afwezig - aanwezig mevcut olmayan_mevctu
onvoorzichtig - voorzichtig dikkatsiz_dikkatli
onbewust - bewust şuursuz_şuurlu
arkadaşlar cok yakında bunların türkcelerinide yazacagım
Voorbeeld tegenstellingen "Inburgering"
© abc-wandeling.nl
< 1 >
internationaal - nationaal
groot - klein
traag - snel
anti - pro
import - export
extern - intern
subjectief - objectief
verlies - winst
negatief - positief
arm - rijk
huilen - lachen
voornaam - achternaam
breed - smal
los - vast
troebel - helder
ongewoon - gewoon
bedroefd - blij
afwezig - aanwezig
onvoorzichtig - voorzichtig
onbewust - bewust
© abc-wandeling.nl
< 2 >
links - rechts
volgende - vorige
vijand - vriend
bekend - onbekend
licht - donker
hier - daar
bijzonder - gewoon
alles - niets
droog - nat
binnen - buiten
makkelijk - moeilijk
vriendelijk - onvriendelijk
tam - wild
eenvoudig - ingewikkeld
noord - zuid
juist - onjuist
stout - lief
oud - jong
honger - dorst
toekomst - verleden
© abc-wandeling.nl
< 3 >
passief - actief
lui - ijverig
grof - fijn
zwak - sterk
expres - per ongeluk
einde - begin
eten - drinken
vrouw - man
altijd - nooit
meer - minder
even - oneven
vuil - schoon
leeg - vol
later - vroeger
boven - onder
zomer - winter
eerlijk - oneerlijk
snel - langzaam
mager - vet
ziek - gezond
© abc-wandeling.nl
< 4 >
slecht - goed
iemand - niemand
optimist - pessimist
glanzend - dof
iets - niets
te vroeg - te laat
glad - stroef
recht - krom
normaal - abnormaal
ingang - uitgang
mis - raak
neef - nicht
jongen - meisje
omhoog - omlaag
breedte - lengte
kind - volwassene
erna - ervoor
vies - lekker
mogelijk - onmogelijk
kort - lang
© abc-wandeling.nl
< 5 >
wit - zwart
mooi - lelijk
netjes - slordig
hard - zacht
maximaal - minimaal
leuk - vervelend
precies - ongeveer
nieuw - oud
niet - wel
goed - fout
laag - hoog
ja - nee
interessant - saai
samen - alleen
openbaar - privé
oorlog - vrede
plus - min
veel - weinig
kapot - heel
nooit - altijd
© abc-wandeling.nl
< 6 >
ergens - nergens
nodig - onnodig
nadeel - voordeel
hol - bol
andere - dezelfde
vlug - langzaam
zus - broer
vroeg - laat
binnenland - buitenland
in - uit
nacht - dag
licht - zwaar
bezet - vrij
legaal - illegaal
gezakt - geslaagd
geschoren - ongeschoren
trouwen - scheiden
verplicht - vrijblijvend
accepteren - weigeren
inclusief - exclusief
© abc-wandeling.nl
< 7 >
vader - moeder
slim - dom
koud - warm
haat - liefde
open - dicht
onderkant - bovenkant
diep - ondiep
druk - stil
eerste - laatste
praten - zwijgen
najaar - voorjaar
zichtbaar - onzichtbaar
zeker - onzeker
modern - ouderwets
nauw - wijd
verstandig - onverstandig
een - geen
vers - bedorven
dapper - bang
duur - goedkoop
© abc-wandeling.nl
< 8 >
vriezen - dooien
straffen - belonen
versnellen - vertragen
geven - nemen
winnen - verliezen
aanvallen - verdedigen
sympathiek - onaardig
strak - ruim
stilstand - beweging
stijgen - dalen
staanplaats - zitplaats
stiekem - openhartig
schaarste - overvloed
start - eindstreep
sparen - besteden
smeken - bevelen
smaakvol - smakeloos
sluiten - openen
schriftelijk - mondeling
serieus - speels
© abc-wandeling.nl
< 9 >
voorkant - achterkant
heren - dames
dit - dat
deze - die
gebruikt - ongebruikt
leven - dood
bot - scherp
aardig - onaardig
beneden - boven
dik - dun
geduldig - ongeduldig
bijna - helemaal
gierig - gul
beleefd - onbeleefd
vraag - antwoord
achter - voor
beter - slechter
heen - terug
dichtbij - veraf
geschikt - ongeschikt
© abc-wandeling.nl
< 10 >
stedeling - provinciaal
aankleden - uitkleden
opzetten - afzetten
aandoen - uitdoen
omdoen - afdoen
zon - maan
voorin - achterin
tegen - voor
oost - west
noord - zuid
ochtend - avond
aan - uit
daarna - daarvoor
gisteren - vandaag
hierna - hiervoor
houden van - haten
mannelijk - vrouwelijk
meneer - mevrouw
toekomst - verleden
opa - oma
© abc-wandeling.nl
ARKADAŞLAR BEN BIDE 11 ADET DENEME SINAV SORULARININ CEVAPLARINI YAZDIM DIYE BIR BAŞLIK ACMISTIM ORDAKI SORULAR TIN KODUYLA YAPILAN SINAVDA ÇIKIYO HERKESE KOLAY GELSIN
TIN KODUYLA SINAV arkadaşlar ben size kendi yapmıs oldugum tın koduyla sınavı yazacagım.Arkadaşlar ben sınava 25,02,2010perşembe günü saat1:30 da yaptım.O gün Peygamper efendimizin dünyayı tesrif ettıgı gundu , onun hurmetine rabıme dua ederek sınav yapmayı düşündüm.Ama hiç kendimi hazır hissetmıyordum,bı ara vaz geçmeyi düşündüm sınava hazır olmadıgımı düşünüyodum , kesın yapamam ben bunu dıyodum neyse dedım ben bı şansımı deneyım olmassa daha çok hazırlanırım dedim ve Bismillah deyıp telefonu tuşladım.Telefonun tuşlarına basıyorum ama ellerım nasıl titriyo anlatamam.Neyse sınav başladı bana bi rahatlık geldi Rabbıme bınlerce şükürler olsun.Tın koduyla yapılan sınav bende kı dosyalarla aynı çıktı analdım kı bütün tın koduyla yapılan sınav aynıymış.İnşallah gercek sınavda herkes için böyle kolay olur ve inşallah Rabbımın izniyle kazanırız.Amin
Yapmamız gereken telefon numarası:+31.20.851.5223 nı tuşlayın.Bilgisayar hollandaca cevap verir.
1 Dank u voor het bellen met toetssysteem van Ordinate.Toets uw ToetsldentificatieNummer in.(Ordinate sınav sistemini aradıgınız için tesekkür ederiz.Lütfen sınav indentifikasyon numaranızı tuşlayın ) _(yanı tin kodunu tuşlayın)
Telefon tuşlarıyla (8 haneli) TIN KODUNUZU girin .Tın kodunu dogru girdiginiz zaman, bilgisayar hattın düzgün olup olmadıgını kontrol edecektir.
2 We testen eerst het geluid.Zeg alstublieft de naam van de stad en van het land waar u nu bent. (Önce ses kontrolü yapacagız.Lütfen , şu anda bulundugunuz şehrin ve ülkenin isimlerini söyleyiniz)_ Sakın olun net bır biçimde ANKARA ,TÜRKİJE deyın.
Net bir biçimde ,içinde bulundugunuz şehrin ve ülkenin adını söyleyin.(Arzu ederseniz , başka bir sehır ve ülke adı da söyleyebılırsınız.Eger sesiniz yeterınce duyulmuyorsa , sizden tekrar etmenızi isteyecektir.
Bilgisayar sesinizin iyi duyup duyulmadıgını kontrol edecektir.
3 Volg nu de instructies bij deel A tot en met E. (Şimdi ,bölüm A' dan E 'ye kadar verilen talimatlara uyunuz.Başarılar arkadaslar NOT :''BEN KENDİ YAPTIGIM TIN KODUYLA SINAVI YAZIYORUM AMA HEPSİ BİRBİRİNE ÇOK BENZİYO SADECE BİR KAC DEGIŞIKLİK YAPIYORLAR.''
WELKOM BİJ HET EXAN-MEN NEDERLANDSE TAAL
DEEL A NAZEGGEN:
U hoort steeds een zin.Zeg de zin precies na .Bijvoorbeeld: een stem zegt:''DAT İS EEN MOOİ VERHAAL''en u zegt:''DAT İS EEN MOOİ VERHAAL'' Diyerek bunu tekrar edeceksiniz.NU İS EEN U WOORT LAASTE NAAR DE ZİN EEN ZEG PRESİES NA DAT U WOORT.
1 De volgende keer betaal ik.
2Heeft u terug van vijftig euro?
3We gaan daar de volgende les mee verder.
4. Hij moet het wat rustiger aan gaan doen.
5Het moet in januari klaar zijn.
6Hij gaat ieder weekend vissen.
7 Dat was een pijnlijke vergissing.
DEEL :B VRAGEN
U hoort steeds een koret vraag.Geef op elke vraag een kort antwoordt.Bijvoorbeeld:een stem zegt''Is januari een maand of een dag?''En u zegt'':maand ''of ''een maand''.
een stem zegt''Een auto heeft die twee wielen of vier wielen?''En u zegt :'' vier'' of ''vier wielen''.Nu is een u woordt.Luistert naar de vragen en geeft dan u woordt.
1 Uur, hoeveel kwartier is dat ?VİER KWARTİER
2 Is een kerk een gebouw of poort ?EEN GEBOUW
3 Wat kun je doen met een mes ?snijden
4 Hoe noem je iemand die niet kan horen?EEN DOOF
5 Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk?MOEİLİJK
6Wat is langer, een been of een arm?EEN BEEN
7 Fiets je op een rivier of op een pad ?OP EEN PAD
8Kun je melk eten of drinken ?DRİNKEN
DEEL C: NAZEGGEN:
U hoort steeds een zin.Zeg de zin precies na .Bijvoorbeeld: een stem zegt:''DAT İS EEN MOOİ VERHAAL''en u zegt:''DAT İS EEN MOOİ VERHAAL'' Diyerek bunu tekrar edeceksiniz.NU İS EEN U WOORT LAASTSE NAAR DE ZİN EEN ZEG PRECİES NA DAT U WOORT.
1Daar heb ik nog nooit van gehoord.
2Door de harde regen zijn veel planten beschadigd.
3Dat kun je op je vingers natellen
4Twee is de veel.
5 Ik weet niet hoe dat kon gebeuren
6We zien geen oplossing voor uw probleem.
7Als ze tenminste op tijd zijn
8Wie is er aan de beurt ?
DEEL D TEGENSTELLİNGEN:
U hoort steeds een woord.U zegt het tegenovergestelde .Bijvoorbeeld: u hoort:''hoog'' dan zegt u ''laag''
of u hoort:''niet''of dan zegt u''wel''Nu is een u woordt.Laastse naar het woordt en zegt een tegengestelde woordt.
Achterin_Voorin
ochtend_avond
oorlog_vrede
liefde_haat
vredig_onvredig
eerna_eervoor
ONDERDEEL E:
U hoort een kort verhaal.U moet het verhaal navertellen.U krijgt daarvoor 30 seconden.Vertel zoveel mogelijk.
Denk bijvoorbeeld aan:Wie deden er mee?Wat gebeurde er?Waar was het?En :Hoe liep het af?Umoet twee verhaaltjes navertellen.
Vincent wil niet naar school. Maar.., school is belangrijk als je
goed werk wilt vinden of geld wilt verdienen.
Z'n vader zegt: 'het is toch leuk om al je vriendjes te zien op school'.
Maar Vincent wil geen geld verdienen, en hij heeft niet zoveel vriendjes.
Hij gaat naar de haven om naar de boten te kijken.
Hij droomt van verre landen.
Dit verhaal gaat over (bu hikayenın konusu)Vincent , naar school, maar goed ,werk vriend,geld.İk heb het verhaal niet begrijpen omdat het te snel was.(ben hikayeyı anlamadım , çünkü çok hızlıydı.)İk heb het niet kunnen onthouden,sorry.(üzgünüm unuttum ,hatırlamıyorum) bıde Nederland ligt in Europa, diyebildim.
Op het strand staat een harde wind.Henk en Jan zijn aan het voetballen.Vlakbij ligt een man op het strand te slapen.Jan schiet de bal naar Henk,maar door de wind gaat het mis.De bal komt op het hooft van de man terecht.De man schrikt wakker en roept heel boos:Jongens kijk nou toch eens uit.Henk en Jan zeggen orry meneer het kwam door de wind.Oh zegt de man,dan is het niet erg, mag ik ook meespelen?Ik ben nu toch wakker.
Dit verhaal gaat over (bu hikayenın konusu)Henk en Jan ,strand, harde wind,voetballen,de man ,slapen.
.İk heb het verhaal niet begrijpen omdat het te snel was.(ben hikayeyı anlamadım , çünkü çok hızlıydı.)İk heb het niet kunnen onthouden,sorry.(üzgünüm unuttum ,hatırlamıyorum) ık ben Ortakoy.İk ben eenentwentig jaar.Alwast bedank,diyebildim.
''Dank u voor het bellen.U kunt nu ophangen.''Dan kunt u ophangen.
NOT:hER TIN KODU SADECE BİR KULLANIMA MAHSUSTUR.eGER BAGLANTI YANLISLIKLA KESILIRSE YADA HAT KAPNIRSA ,GİRMİŞ OLDUGUNUZ TIN KODUNU YENIDEN KULLANAMASSINIZ.
Deneme sınavındaki soruları tamamladıktan sonra , sınav sonuçu internette açıklanıyor.Bunun için www.naarnederland.nl web sitesınde girin ve Uitslag proefexamen (deneme sınav sonuçları) tıklayın ve sınavın sonucuna bakın .Arkadaşlar benımkı %95 çıktı ama bu tın koduyla yapılan sınav bende 2farklı ceşidi vardı ben onu dinledıgım için bu kadar çok puan aldıgımı düşünüyorum.Bide sınavda hiç susmadım her duydugumu söyledim.İnşallah herkes gercek sınavı cok kolay olur ve hayırlısıyla kazanırız.Arkadaşlar inşallah yardımcı olmuşumdur sizlere Rabbım herkesın yar ve yardımcısı olsun tabı benımde.kolay gelsin herkese.
Zijn wielen rond of vierkant? rond ( tekerlekler yuvarlak yada kare mı?)
kardeşim yanlış mı yazmısım dıyecem ama bak şimdi yazdıgım yerden kopyaladım yapıstırdım
Arkadaşlar sınava iyi çalısın ama anlayarak calısmayı deneyın sınav esnasında fazla heycanlanmayın ve fazla sitres yapmayın en büyük düşmanlarımız heycan ve sitrestır.
Sınavda hepsinde en az iki tane yaparsanız sınavı gecersınız sınavı kafanızda büyütmeyin.Rabbim yar ve yardımcınız ve yardımcım olsun insallah herkes için sınav çok kolay olur inşallah herkes hayırlısıyla kazanır ve sevdıgıne kavuşur darısı bana olsun HERKESE BAŞARILAR
BÖLÜM E VERHALEN HİKAYE
arkadaşlar hikaye bölümü hepimizin cok takıldıgı ve cok bılmedıgımız bı konu bunun icin bazı sıte ismi vereyım onlara dınlen ve nasıl anlatacagınızı yazacagım http://www.minipret.nl/verhaal-luist...ellestjes.html http://www.zinnigeverhalen.nl/zinnig...ister_verhalen hergün bır tane hikaye dinleyin ve anlamaya calısın,kelimeleri yakalamaya calişın anlatmaya şöyle baslayın DİT VEHAAL GAAT OVER , Henk en Jan , strand, voetballen, wind ... bu hikayenin konusu henk ve jan, sokak top oynamak, rüzgar ... yanı o an aklınızda ne kaldıysa söyleyın sonra DAT İS EEN MOOİ VERHAAL (BU GÜZEL BI HIKAYE DEYIN) ,yada IK HEB HET VERHAAL NİET BEGRİJPEN OMDAT HET TE SNEL WAS.( ben hıkayeden birsey anlamadım cok hızlıylı) IK HEB HET NİET KUNNEN ONTHOUDEN, SORRY.(üzgünüm unuttum hatırlamıyorum deyınAma en önemli olan hikayeyı anlatmaktır vakıt kalırsa bıde o ankı heycanla sitresle bunları unutursanız susmaktansa kendınızı tanıtın . Bunları anlayarak ezberleyın. sınavda olurya bunlar aklınıza gelmesse kendınızı tanıtın
ık ben ortakoy
ık ben eeneentwentıg jaar
ık ben student (automonteur, huisvrouw)
ık woon ın aksaray
mijn hobby's sporten, voetballen, kijk naar de tv,luistert naar de müziek.
ık heb niet veel vrije tijd
ık heb drie Middelbare school afgemaakt
ık heb een havo atheneum)-diploma.
mıjn man heet .....kocamın ismi
mijn vrouw heet ....karımın ismi
zijn werk in een automonteur, een arbeider ,een werknemer, een huisvrouw
zijn woont in utrecht( amsterdam, den haag)
ık vind Nederlands een beetje moeilijk.
ik begrijp Nederlands maar ik kan het een beetje spreken.
als ik slaag voor mijn examen dan ga ık naar NEDERLAND
alwast bedankt
adım ortakoy
21 yasındayım
ögrenciyim(memurum, ev hanımıyım vb.
aksarayda oturuyorum
hobilerim spor yapmak , futbol oynamak , tv ye bakmak,müzik dinlemek vb
fazla boş vaktim olmuyor.
ben ortaokul mezunuyum
ben lise mezunuyum
kocamın ismi, yada karımın ismi
onun işi arabatamırcısı,memur. işçi,ev hanımı
o utrechte(amsterdam, den haag) oturuyor
bence hollandaca biraz zor
hollandaca anlarım ama biraz konusabılırım
eger sınavı kazanırsam hollandaya gıdecem
herkese tesekkurler
arkadaslar bunlarıda yapamazsanız aklınızda ne gelıyosa onu söyleyın ayları ,günleri,mevsimleri yok bisey gelmıyosa 1den baslayın sayıları sayın yeter kı susmayın
aynı zamanda hollandayıda tanıtabılırsınız zaten sınavın bırıncı bölümünde ki foto sorularına benzedigi için kolayca öğrenebilirsiniz basarılar
Nederland ligt in Europa.
Der buurlanden van Nederland zijn.Duistland en Belgié.
De koningin heet Beatrix.
De prins heet William Alexander en zijn vrouw heet prenses Maxima.
De vier grote staden van Nederland zijn,
Amsterdam,Roterdam,Den haag en Utrecht.
Deze samen randstad genoemd.
tegenstellingen 2
achternaam voornaam ad soyat
alles niets herşey hicbirsey
arm rijk fakir zengin
begin einde baslangıç bitiş
binnenkant buitenkant içeride dışarıda
binnenland buitenland yurtiçi yurtdışı
broer zus abi abla
dames heren bayan bay
dorp stad köy şehir
geluk ongeluk mutlu mutsuz
hand voet ayak el
honger dorst aç susuz
iemand niemand birisi hiçkimse
ingang uitgang içeri dişari
kind volwassene çoçuk yetişkin
lawaai stilte gürültü sessizlik
lengte breedte uzunluk genişlik
man vrouw adam kadın
meneer mevrouw beyefendi hanımefendi
neef nicht oğlan yeğen kız yeğen
ochtend avond sabah akşam
onderkant bovenkant alt taraf üst taraf
oom tante amca teyze
oorlog vrede savaş barış
opa oma dede ebe
optimist pessimist iyimser kötümser
ouders kinderen annebaba çocuk
overwinning nederlaag galibiyet malubiyet
succes mislukking başarı başarısızlık
voordeel nadeel yarar zarar
voorjaar najaar ilk bahar son bahar
voorkant achterkant ön taraf arka taraf
vraag antwoord soru cevap
vriend vijand arkadaş düşman
winst verlies yarar zarar
winter zomer kış yaz
zon schaduw güneş gölge
zonsopgang zonsondergang güneşin doğması güneşin batması
aandoen uitdoen giyinmek soyunmak
aankleden uitkleden giyinmek soyunmak
beginnen stoppen başlamak bitirmek
bekennen ontkennen tanıdık yabancı
branden blussen yakmak söndürmek
delen vermenigvuldigen bölmek çarpmak
drijven zinken sürmek inmek
eten drinken yemek içmek
geven krijgen almak vermek
groeien krimpen büyümek küçültmek
inladen uitladen yükselmek alçalmak
inpakken uitpakken sarmak açmak
komen gaan gelmek gitmek
kopen verkopen satın almak satmak
leven sterven yaşamak ölmek
lukken mislukken başarmak başarısızlık
onthouden vergeten hatırlamak unutmak
openen sluiten açmak kapatmak
optellen aftrekken toplamak çıkarmak
praten zwijgen konuşmak susmak
slagen zakken kalkmak düşmek
slapen wakker uyumak uyanmak
staan zitten dikilmek oturmak
stijgen dalen yükselmek düşmek
stoppen doorgaaan durmak gitmek
trouwen scheiden evlenmek ayrılmak
vergeten herinneren unutmak hatırlamak
verhogen verlagen yükselmek alçalmak
verschijnen verdwijnen görünmek görünmez
vinden verliezen bulmak kaybetmek
winnen verliezen kazanmak kaybetmek
vrolijk verdrietig mutlu üzgün
herfst lente sonbahar ilkbahar
eerder later daha önce sonra
vriezen dooien yanmak donmak
arkadaslar bana bu kadar zıt anlamlı kelımeler yetmez dersenız http://www.wandel-abc.nl/leerwandeling/ ... gering.htm
ye bakabilirsiniz allah yar ve yardımcınız olsun tabı benımde allah zihin acıklıgı versın kolay gelsın hepinize
BÖLÜM D TEGENSTELLİNGEN
ARKADAŞLAR BU BÖLÜMDE EZBER YAPMANIZ GEREKİYO AMA ANLAYARAK EZBER YAPIN BU BÖLÜMÜ FAZLA DERT ETMEYIN ÇÜNKÜ KELİMENIN BAŞINA ''ON '' YADA ''NİET '' KOYARAK O KLİMEYI OLUMSUZ YAPABİLİRSİNİZ,
sesli olarak zıt anlamlı kelımelere calısın ögrenebılırsınız www.buitenlandsepartner.nl/oefenmateriaal/
TEGENSTELLİNGEN1
dik dun _ kalın ince
klein groot_ kücük büyük
nauw breed _ dar geniş
lang kort_ uzun kısa
liefde haat_ sevgi nefret
oorlog vrede_ savaş barıs
laatste eerste sonuncu ılkıncı
donker licht kapalı acık
zwart wit siyah beyaz
ochtend avond sabah aksam
dag nacht gün gece
zwaar licht agır hafıf
leuk saai hoş sıkıcı
aanwezig afwezig mevcut mevcut olmayan
altijd nooit herzaman hıcbır zaman
vaak soms sık sık bazen
traag snel yavas hızlı
langzaam vlug yavas hızlı
negatief positief olumsuz olumlu
arm rijk fakır zengın
ouderwets modern eskı moda modern
noord zuid kuzey güney
oost west dogu batı
best slechtst en ıyı kötü
voor tegen icin karsı
dicht open kapalı acık
hoog laag yüksek alcak
vorige volgende gecmıs gelecek
boven beneden yukarı asagı
goed slecht iyi kötü
goed fout dogru yanlış
mooi lelijk güzel çirkin
schoon vies temız pis
duur goedkoop pahalı ucuz
moe uitgerust yorgun dinç
dichtbij ver yakın uzak
voor achter ön arka
binnen buiten iceri dışarı
moeilijk gemakkelijk zor kolay
zoet zuur tatlı eşki
zoet bitter tatlı acı
zoet zout tatlı tuzlu
hard zacht sert yumusak
boos blij kızgın mutlu
gelukkig ongelukkig mutlu mutsuz
koud warm soguk sıcak
koud heet soguk sıcak
sterk zwak güclü zayıf
slim dom kurnaz aptal
groter kleiner büyük kücük
oud jong yaslı genc
gezond ziek saglıklı hasta
eenvoudig ingewikkeld basıt karmasık
stil lawaaierig sessızlık gürültü
vroeg laat erken gec
ijverig lui calıskan tembel
vol leeg dolu boş
moedig laf cesur korkak
voordeel nadeel avantaj dezavantaj
waarheid leugen gercek yalan
waar onwaar dogru yanlıs
oud nieuw eskı yenı
levend dood yasamak ölmek
omhoog omlaag yukarı asagı
links rechts sol sag
achterin voorin arka ön
gisteren morgen dün yarın
toekomst verleden gelecek gecmıs
min plus - +
droog nat kuru ıslak
opa oma dede ebe
mannelijk vrouwelijk erkek kadın
druk rustig kalabalık sakın
aankomen vertrekken gelmek gıtmek
retour enkel dönüş gidiş
dochter zoon kız ogul
mama papa ana baba
trouwen scheiden evlenmek ayrılmak
vrouw man kadın adam
dorp stad köy sehir
jongen meisje oglan kız
niet wel yok var
na voor sonra önce
nergens ergens hicbıryerde bir yerde
knippen plakken kesmek yapıştırmak
binnenland buitenland yurtici yurtdısı
dynamisch rustig dinamık sessızlık
voorzichtig onvoorzichtig dıkkkatlı dıkkatsız
vriend vijand arkadas düşman
zeker onzeker emın belırsız
zichtbaar onzichtbaar görünür görünmez
gebruikt ongebruikt kullanmak kullanmamak
geduldig ongeduldig sabırlı sabırsız
gekreukeld gestreken buruşuk kaplamalı
gelijk ongelijk haklı haksız
geluk pech sans sansızlık
geschikt ongeschikt uygun uygunsuz
gewoon ongewoon normal anormal
gezond ongezond saglıklı hasta
gierig gul acgözlü elı acık
glad stroef düzgün pürüzlü
glanzend dof parlak mat
actief passief etkın pasif
aardig onaardig nazik kaba
bang dapper korkak cesur
bekend onbekend tanıdık yabancı
beleefd onbeleefd kibar kaba
onbewust bewust şuurlu şuursuz
bot scherp kör keskın
erna ervoor
daarna daarvoor ondan sonra ondan önce
dapper laf cesur ödlek
diep ondiep derin derindegil
echt onecht gercek yalan
eerlijk oneerlijk dürüst adaletsiz
even oneven cift tek
fijn grof kibar kaba
handig onhandig becerikli beceriksiz
helder troebel berrak bulanık
hierna hiervoor bundan sonra bundan önce
houden van haten sevmek nefret etmek
huilen lachen aglamak gülmek
kapot heel bozuk bütün
knap dom zekı aptal
knap lelijk yakısıklı cirkin
los vast gevsek sıkı
meer minder fazla za
meest minst enfazla en az
nu later simdi sonra
op onder üstünde altında
openbaar privé kamusal kişisel
precies ongeveer tam asagıyukarı
recht krom dogru egrı
rond vierkant yuvarlak kare
samen alleen birlikte yalnız
schuldig onschuldig suclu suçsuz
slap stijf gevsek katı
slordig netjes düzensiz düzenli
stout lief yaramaz degerli
tam wild evcıl vahsı
trekken duwen cekmek itmek
verdrietig blij mutsuz mutlu
vet mager yaglı az yaglı
iemand niemand birisi hıc kımse
iets niets birsey hicbirsey
ooit nooit
broer zus abi abla
echtgenoot echtgenote koca zevce
hier daar bura ora
dames heren bayan bay
ingang uitgang giriş çıkış
betalen innen ödemek tahsil etmek
vrolijk verdrietig mutlu mutsuz
oom tante dayı(amca) teyze(hala)
herfst lente sonbahar ilkbahar
eerder later dahaönce sonra
vraag antwoord soru cevap
bijzonder gewoon tuhaf normal
expres per ongeluk kasıtlı kazara
ouders kinderen annebaba cocuklar
aankleden uitkleden gıyınmek soyunmak
vriezen dooien yanmak donmak
openen sluiten acmak kapamak
andere dezelfde başka aynı
kopen verkopen satın almak satmak
nu straks şimdi sonra
lengte breedte uzunluk genişlik
optellen aftrekken toplamak cıkarmak
lawaai stilte gürültü sessızlık
zon maan güneş ay
schoon vuil temiz pis
boven onder yukarı aşagı
geven nemen vermek almak
niets alles hicbirsey birsey
winter zomer kış yaz
delen vermenigvuldigen bölme / çarpma*
nep echt sahte gercek
onthouden vergeten hatırlamak unutmak
lekker vies lezzetli igrenc
winnen verliezen bulmak kaybetmek
half heel yarım tüm
verlagen verhogen asagı yukarı
komen gaan gelmek gitmek
erin eruit
branden blussen yakmak söndürmek
voorkant achterkant öntaraf arkataraf
weinig veel az cok
interessant saai ilginç monoton
vroeger later erken geç
praten zwijgen konuşmak susmak
overwinning nederlaag yenilgi malubiyet
beter slechter en iyi daha kötü
stoppen doorgaan durmak gitmek
eten drinken yemek icmek
water vuur su ateş
voorjaar najaar ilkbahar sonbahar
arm been kol bacak
mevrouw meneer hanımefendı beyfendi
samen apart birlikte ayrı
aarde water toprak su
hemel hel cennet cehennem
land water toprak su
kind volwassene cocuk yetişkin
toegestaan strafbaar serpest suç
staan zitten durmak oturmak
aan uit acmak kapatmak
wakker slapen uyanmak uyumak
nicht neef kızyegen oglanyegen
veel beetje cok biraz
bijna helemaal hemem hemen tamamen
horizontaal verticaal
schrijven wissen yazmak silmek
enkel dubbel tek çift
bezig klaar meşgul hazır
geen een yok bir
groente fruit sebze meyve
dit dat bu o
met zonder ile hariç
zwemmen verdrinken yüzmek bogulmak
honger dorst aç susuz
huwen scheiden evlenmek ayrılmak _allah korusun)
import export ithalat ihracat
vooruit achteruit ileride geride
verdienen uitgeven kazanmak harcamak
kaal behaard kel tüylü
stijgen dalen yükselmek düşmek
blind ziend kör görmek
meester slaaf sahip köle
regen zon yağmur güneş
zee aarde deniz toprak
snelweg voetpad anayol yayayolu
raak mis isabetli isabetsiz
smal breed geniş dar
enkelvoud meervoud tekil cogul
vrij gevangen serbest tutuklu
dame heer bayan bay
duivel engel seytan melek
nee ja hayır evet
lezen schrijven okumak yazmak
nul een sıfır bir
eten kotsen yemek
doof horend sagır duymak
laden lossen yüklemek boşaltmak
klimmen dalen tırmanmak düşmek
aandoen uitdoen giyinmek soyunmak
getrouwd vrijgezel evli bekar
winst verlies kar zarar
groeien krimpen büyültmek kücültmek
afhankelijk onafhankelijk bagımlı bagımsız
nazeggen 5 001 Mijn ouders kopen een nieuw huis.
002 Mijn ouders zijn erg gelukkig met elkaar
003 Mijn ouders zijn met vakantie naar Marokko
004 Mijn schoonvader heeft met de hond gewandeld.
005 Mijn schoonvader wandelde elke avond met de hond.
006 Mijn schoonvader wandelt elke avond met de hond.
007 Mijn sleutels liggen nog thuis
008 Mijn tante uit Amerika komt overmorgen
009 Mijn vader heeft gisteren mijn haar geknipt
010 Mijn vader is achter in de vijftig
011 Mijn vader werkt bij de supermarkt
012 Mijn vriend is gek op speelfilms
013 Mijn vriend wacht buiten op mij
014 Mijn vriendin is aan het werk.
015 Mijn vriendin woont om de hoek
016 Mijn vriendin zit te werken.
017 Mijn vriendin is bezig met werken.
018 Mijn vrouw past op de kinderen
019 Mijn zoontje was in tranen
020 Mijn zusje huilt bijna elke dag
021 Mijn zusje van vier gaat naar de crèche
022 Mijn zusje vouwt de was op
023 Mijn zussen praten over ditjes en datjes
024 Moeder doet boodschappen, ze koopt rijst en groente.
025 Moet je horen wat er in de krant staat.
026 Morgen is er weer een dag.
027 Morgen moet hij op voor het examen
028 Morgen neem ik een vrije dag.
029 Na regen komt zonneschijn.
030 Naar mijn mening wordt niet gevraagd
031 Naar welke school gaat uw kind na de basisschool?
032 Naar wie waren zij aan het luisteren?
033 Nederland en Duitsland hebben tegen elkaar gevochten
034 Nederland heeft de dichtste bevolking van Europa
035 Nee hè, daar gaan we weer.
036 Neem je dan gelijk wat melk mee ?
037 Neem jij de telefoon even aan ?
038 Neem jij wat geld mee?
039 Niet met volle mond praten
040 Nieuwe bezems vegen schoon.
041 Om twaalf uur is het tijd om naar huis te gaan
042 Onze dochter is al 15 jaar getrouwd
043 Onze flat kijkt uit op de markt
044 Onze kinderen hebben nog 1 oma
045 Oorlog is het tegenovergestelde van vrede
046 Op de basisschool zitten kinderen tot 12 jaar
047 Op de fiets moet je uitkijken voor auto’s
048 Op de markt koopt zij altijd sinaasappels
049 Op donderdag heb ik pianoles
050 Op mijn school zitten 1200 leerlingen
051 Op woensdagmiddag zijn de schoolkinderen vrij
052 Op zaterdag gaan we altijd naar de markt
053 Op zondag zijn bijna alle winkels gesloten
054 Opa gaat naar Amsterdam, hij gaat naar het consulaat.
055 Opschieten! Tijd is geld
056 Over een half uur komt er weer een vliegtuig.
057 Over koetjes en kalfjes praten.
058 Pas goed op je broertje
059 Pas op dat je niet valt
060 Pas op! Voorzichtig!
061 Peter doet 1 keer per week boodschappen
062 Peter speelt op school altijd in de zandbak
063 Peter vergeet zijn jas aan te trekken
064 Peter vindt een briefje van tien euro
065 Petra is gek op zuurkool
066 Resa woont op kamers
067 Saida zit op school, ze leert Nederlands.
068 Sam ruimt zijn kamer op
069 Sander houdt niet van voetballen
070 Sarah is blij met haar goede rapport
071 Schiet op, zo kom je nog te laat op je werk.
072 Schoonmaken doe ik niet voor mijn lol.
073 Sinaasappels zijn erg lekker ?
074 Snel op je tenen getrapt zijn.
075 Sommige leerlingen wonen buiten de stad
076 Sommige mannen scheren zich nooit.
077 Sommige mensen keuren dat gedrag niet goed
078 Soms kan je beter zwijgen dan praten
079 Soms was de sloot te vuil, dus konden we niet zwemmen.
080 Sorry ik kan niet op dinsdag
081 Spreken is zilver en zwijgen is goud
082 Spruitjes vind ik niet lekker.
083 Tante Truus komt morgen, ze is erg aardig.
084 Tien tegen 1 dat we winnen
085 Toch is mijn tas soms aardig vol
086 Tot morgen, half 10
087 Tot nu toe heb je niets fout
088 Tot ziens!
089 Twee is teveel
090 U gaat bij de volgende stoplichten linksaf
091 U heeft te hard gereden.
092 U krijgt over een paar dagen bericht
093 U moet doorlopen tot aan het stoplicht
094 U moet hier wachten.
095 Uit de rivier kon je geen water drinken.
096 Uit het zicht, uit het hart.
097 Uit welk land komt u?
098 Utrecht heeft ook een dichte bevolking
099 Uw bankpas sturen wij via de post
100 Van al mijn vrienden is John de aardigste
101 Van harte beterschap!
102 Vandaag heb ik anderhalve kilo paprika gekocht
103 Vandaag is het een mooie dag.
104 Vandaag is het zo warm dat de mussen van het dak vallen.
105 Veel mensen vluchten voor oorlogsgeweld
106 Vind je het goed als ik even je fiets leen ?
107 Vind jij dat ook niet vervelend?
108 Vind jij die jongens ook niet lastig ?
109 Volgende keer beter.
110 Volgende keer nemen we een paraplu mee.
111 Volgende week gaan we met vakantie.
112 Volgens mij heeft hij een oogje op je
113 Volgens mij is ze gescheiden.
114 Volgens mij moeten we die kant op.
115 Voor al die dingen kunnen we op het postkantoor terecht
116 Voor je vriend moet je opkomen
117 Voorin de school is de kamer van de directeur
118 Vorig jaar zijn we naar Marokko gevlogen
119 Waar denk je aan?
120 Waar een wil is, is een weg.
121 Waar heb je het in hemelsnaam over ?
122 Waar het hart vol van is, stroomt de mond van over.
123 Waar is dat goed voor?
124 Waar kijk je naar?
125 Waar koop je een kaartje voor de trein?
126 Waar zijn we gebleven?
127 Waarom doet u dat nou ?
128 Waarom zeg je niets?
129 Wanneer ben je jarig ?
130 Wanneer hebben we vakantie?
131 Wanneer ik zware dingen koop ga ik op de fiets
132 Wanneer kom je nu eens op bezoek?
133 Wanneer ze wakker is, is de zon onder gegaan.
134 Waren er veel mensen op de vergadering?
135 Wat ben je aan het doen?
136 Wat is er aan de hand?
137 Wat is je voornaam?
138 Wat is uw adres?
139 Wat krijgt u ook alweer van me ?
140 Wat voeren jullie daar uit?
141 Wat voor mensen doen zulke dingen?
142 Wat was het resultaat van zijn toets?
143 Wat zou je doen als je rijk was?
144 We beginnen steeds in onze eigen taal te praten
145 We gaan aan tafel
146 we gaan daar de volgende les mee verder
147 We gaan om de beurt met de auto
148 We gaan vandaag ons huiswerk maken
149 We hadden er geen erg in
150 We hadden gisteren niet zoveel moeten drinken.
151 We hebben de trein gemist.
152 We hebben geen eigen keuken en badkamer
153 We hebben het meel voor dit brood in de molen gemaakt.
154 We hebben in februari een week vakantie
155 We hebben om 8 uur afgesproken.
156 We kijken uit naar de vakantie
157 We krijgen maar weinig klachten.
158 We moeten haast maken
159 We moeten het wat rustiger aan gaan doen.
160 We moeten morgen om drie uur bij de tandarts zijn.
161 We moeten ons voor de voetbal-training opgeven.
162 We waren blij toen we naar huis mochten.
163 We zien geen oplossing voor uw probleem.
164 We zitten aan tafel
165 Wees toch voorzichtig!
166 Weet u waar het stadhuis is?
167 Welke kant gaan we op vanaf hier?
168 Welke taart zou je willen hebben?
169 Wie A zegt moet ook B zeggen.
170 Wie is er aan de beurt?
171 Wie niet waagt wie niet wint
172 Wij hebben een klein huis gekocht
173 Wij hebben een mooie tuin met bloemen
174 Wij hebben vanmiddag in het bos gewandeld
175 Wij hebben zin in een spelletje
176 Wij krijgen morgen een examen voor wiskunde
177 Wij proberen geen fouten te maken
178 Wij strijden voor een beter milieu
179 Wij vinden die man niet aardig
180 Wij zien het vliegtuig hoog in de lucht
181 Wij zijn vrienden door dik en dun
182 Wij zitten gezellig samen te kletsen
183 Wijs het woord maar aan
184 Wil je een brief versturen?
185 Wil je geld opnemen of een pakje versturen?
186 Zal ik even met u meelopen ?
187 Ze eten in Nederland veel aardappelen
188 Ze gaan met de hele familie naar Turkije
189 Ze geeft hem altijd de schuld
190 Ze had een erg litteken op haar gezicht.
191 Ze had een erg litteken op haar gezicht.
192 Ze had een erg litteken op haar gezicht.
193 Ze heeft in haar nek een afschuwelijk litteken zitten.
194 Ze houdt niet van grapjes.
195 Ze maken een mooi huis van hout.
196 Ze woont in een huis voor oude mensen
197 Ze zeggen dat geduld wordt beloond
198 Ze zoeken weer ruzie
199 Ze zouden een paraplu hebben moeten meenemen.
200 Zeki gaat voetballen, hij is lid van een voetbalclub.
201 Zet de radio eens wat zachter !
202 Zij brandt haar vingers aan de kachel.
203 Zij gaan de bloemetjes buiten zetten
204 Zij heeft de hele nacht doorgereden zonder te stoppen.
205 Zij heeft veel invloed op haar vriendin
206 Zij houdt haar broertje voor de gek
207 Zij komt uit een grote familie
208 Zij kon bijna niet wachten tot de week om was
209 Zij kunnen heel goed zwemmen.
210 Zij zitten met hun handen in het haar.
211 Zij zullen hard moeten werken.
212 Zijn er echt geen andere mogelijkheden?
213 Zijn oom ligt op sterven.
214 Zijn vrouw had voorkeur voor een huis buiten de stad.
215 Zit toch niet zo te zeuren.
216 Zorg dat je een paraplu mee neemt, het gaat vast regenen.
217 Zou je dat wel willen?
218 Zou jij dat even voor me willen doen?
219 Zou u een beetje langzamer kunnen spreken?
220 Zou u hier even willen wachten?
221 Zou u me even willen helpen?
222 Zulke dingen kopen we in een groot warenhuis
223 Zullen we samen naar de bioscoop gaan?
224 Zullen we vanavond naar de bioscoop gaan?
225 Zwemmen in de Noordzee is lekker fris
nazeggen 4 001 Ik hoor de wekker niet tikken
002 Ik hou hem in de gaten
003 Ik hou mijn zusje in de gaten
004 Ik hou mijn zusje in de gaten
005 Ik hou van deze muziek, ik vraag deze plaat aan.
006 Ik hou van jou.
007 Ik hou van spelletjes spelen op de computer
008 Ik kan al wat Nederlands lezen
009 Ik kan een beetje Nederlands schrijven
010 Ik kom gelukkig nooit te laat op mijn werk.
011 Ik kom zo snel mogelijk
012 Ik leer Nederlands voor mijn plezier
013 Ik liep je de hele dag te bellen.
014 Ik logeer bij mijn oma
015 Ik logeer bij mijn oma
016 Ik loop de hele dag aan jou te denken.
017 Ik lust wel een wijntje
018 Ik maak me zorgen over haar
019 Ik moet een nieuwe bril.
020 Ik moet nog even boodschappen doen.
021 Ik moet nog snel boodschappen doen.
022 Ik moet nu gaan, anders kom ik te laat.
023 Ik moet plassen.
024 Ik moet vandaag nog veel doen.
025 Ik neem een aspirine tegen de hoofdpijn
026 Ik praat liever niet tegen hem
027 Ik raad naar het goede antwoord
028 Ik reken op je hulp
029 Ik schaam me voor mijn vuile handen
030 Ik schaamde me toen ik het antwoord niet wist
031 Ik schaamde me zo toen ik het antwoord niet wist.
032 Ik slaag voor mijn examen.
033 Ik slaagde voor mijn examen.
034 Ik spaar mijn geld op voor een brommer.
035 Ik speel met mijn neefje in de speeltuin
036 Ik spreek mijn vriend elke dag
037 Ik sta het plafond van mijn huis te verven.
038 Ik studeer samen met mijn vrienden in dezelfde stad
039 Ik trek vandaag mijn spijkerbroek aan
040 Ik twijfel aan de waarheid van dit verhaal
041 Ik verdien geld met een krantenwijk
042 Ik vind dit geen goed boek.
043 Ik vind gekookte eieren lekker
044 Ik vind het leuk met mensen om te gaan.
045 Ik vind dat een leuk meisje.
046 Ik vind dat geen aardige jongen.
047 Ik voel me al weer een stuk beter.
048 Ik voel me niet helemaal lekker vandaag.
049 Ik voel me vandaag niet zo lekker.
050 Ik was de hele dag bezig met je te bellen.
051 Ik was je de hele dag aan het bellen.
052 Ik was vaak te laat op mijn werk.
053 Ik weet het niet.
054 Ik weet niet hoe dat kon gebeuren.
055 Ik werk met vijftig man op 1 afdeling
056 Ik werk vijf dagen per week, acht uur per dag
057 Ik wil graag politieagent worden
058 Ik wil graag twee dozen aardbeien
059 Ik wil je even wat vragen.
060 Ik wil je wens vervullen
061 Ik woon in het centrum van de stad
062 Ik woon in Lima.
063 Ik woon naast de drogist
064 Ik woon samen met mijn familie in een dorp
065 Ik woon samen met mijn vriend
066 Ik woonde in Lima.
067 Ik zal blij zijn als het eindelijk weekend is.
068 Ik zit een examen te maken.
069 Ik zit te schrijven.
070 Ik zou niet meer alleen naar huis gaan als ik u was.
071 In de herfst vallen de bladeren van de bomen
072 In de zomer gaan veel mensen op vakantie
073 In die school wordt vanmiddag een feest gegeven
074 In geval van nood moet je 112 bellen
075 In het buitenland schijnt de zon vaker dan in Nederland
076 In Indonesië is het altijd warm
077 In Indonesië verbouwen ze veel rijst
078 In Nederland gebruiken we elke meter land
079 In Turkije zwemmen de jongens in de rivier.
080 Is dat huis te koop of te huur?
081 Is er vanavond nog wat op de televisie ?
082 Is het goed als ik wat later kom ?
083 Jan doet soms suiker door de soep
084 Jan haastte zich om de trein halen.
085 Jan is liever buiten dan binnen
086 Jan krijgt geen genoeg van zwemmen
087 Jan snijdt met het mes.
088 Jan snijdt zich met het mes.
089 Jan staat naar de televisie te kijken
090 Je geeft het energiebedrijf een machtiging
091 Je hebt groot gelijk
092 Je hoeft bij deze dokter niet te wachten
093 Je kunt geen ijzer met handen breken.
094 Je kunt geld storten op een rekening
095 Je kunt het beste automatisch betalen
096 Je kunt ook telefonisch een afspraak maken
097 Je mag hier maar 80 rijden
098 Je mag in de bus niet roken
099 Je moest die zaden niet eten.
100 Je moet daarvoor op het postkantoor zijn
101 Je moet geen oude koeien uit de sloot halen
102 Je moet hem ’s morgens met rust laten
103 Je moet je niet met die jongen inlaten
104 Je moet niet zo uit je slof schieten
105 Je moet onder aan de bladzijde kijken
106 Je ontmoet gewoonlijk allerlei soorten mensen.
107 Je weet wel, zo‘n kleine computer
108 Je zal je niet met mijn werk bemoeien.
109 Je zoekt dan in je portemonnee klein geld
110 Je zou eens beter op je woorden moeten letten.
111 Je zou het wat rustiger aan moeten doen.
112 Je zou vandaag een jas aan moeten doen.
113 Jij bent aan het praten.
114 Jij bent bezig met praten.
115 Jij gaat morgen naar de dokter
116 Jij hebt ook altijd wat !
117 Jij kan dat mooi in je zak steken
118 Jij loopt me altijd voor de voeten
119 Jij moet je bord leeg eten
120 Jij staat te praten.
121 Jij stond voor aap
122 Jullie hebben goed gewerkt
123 Jullie moeten je fiets nu repareren.
124 Jullie vinden die boeken niet mooi
125 Ik heb een nieuwe fiets en een oude
126 Ik heb kou gevat
127 Kan dat niet wat sneller?
128 Kan er iemand een dokter bellen ?
129 Kan iemand misschien een dokter bellen ?
130 Kan ik me even voorstellen ?
131 Kan ik u straks even terugbellen, het komt nu niet uit.
132 Kan ik voor morgen een tafel reserveren ?
133 Kan je iets meer over jezelf vertellen ?
134 Kan je me die schroevendraaier even aangeven.
135 Karim kijkt graag naar de Nederlandse televisie
136 Karin pikt iets van mijn bord
137 Kees heeft een tien voor de repetitie.
138 Kees heeft verstand van computers
139 Kijk naar het woord
140 Kijk nou toch eens uit wat je doet.
141 Kijk uit voor de hete thee
142 Kleine dingen betaal je meestal contant
143 Koop je daar ook kleren en schoenen?
144 Kun je me dat nog eens uitleggen ?
145 Kunnen we er niet over praten ?
146 Kunt u dat nog eens herhalen.
147 Kunt u me daar wat meer over vertellen ?
148 Kunt u mij vertellen hoe laat het is?
149 Kunt u op een andere dag niet terugkomen ?
150 Kunt u wat langzamer praten
151 Laagland betekent dat er geen bergen zijn
152 Lag je tot negen uur te slapen?
153 Lange tenen hebben.
154 Lange vingers hebben.
155 Later als je groot bent mag jij ook
156 Let op je rug
157 Lisa heeft ruzie met haar oudere broer
158 Mag het iets meer zijn ?
159 Mag ik even kijken?
160 Mag ik me even voorstellen ?
161 Mag ik u enkele vragen stellen?
162 Mag ik van u de rekening ?
163 Mag ik van u een bos tulpen ?
164 Miriam gaat het liefst elke dag winkelen
165 Marianne is een meisje. Ze is twaalf jaar
166 Marjolijn heeft het fietsen onder de knie
167 Mehmet gaat naar de groenteman, hij koopt appels
168 Merel trekt haar sok aan
169 Met de hoed in de hand kom je door het hele land.
170 Met kerstmis sneeuwde het in Nederland.
171 Mevrouw Jansen gaat naar de tandarts
172 Mijn auto is in goede staat
173 Mijn broer doet gewoonlijk de afwas
174 Mijn broertje en ik gaan naar de Kermis
175 Mijn buurman is rond de vijftig
176 Mijn fiets heeft een lekke band.
177 Mijn man en ik houden erg van paprika
178 Mijn man heeft heel goed gekookt.
179 Mijn man kookt heel goed.
180 Mijn man kookte heel goed.
181 Mijn mobiel is stuk.
182 Mijn moeder brengt mij elke dag naar school
183 Mijn moeder heeft een bloem getekend.
184 Mijn moeder is het huis aan het schoonmaken.
185 Mijn moeder houdt veel van bloemen
186 Mijn moeder is bezig met het huis schoon te maken.
187 Mijn moeder is op leeftijd
188 Mijn moeder kan niet tegen schelden
189 Mijn moeder staat het huis schoon te maken.
190 Mijn moeder tekende een bloem.
191 Mijn moeder tekent een bloem.
192 Mijn oma is 85 jaar. Ze is dus heel oud
193 Mijn oma is op die rode brommer gekomen.
194 Mijn oma is op een rode brommer gekomen.
195 Mijn oom uit Canada komt dit weekend op bezoek
196 Mijn opa en oma wonen bij mij in de buurt
197 Mijn opa en oma wonen in Turkije
198 Mijn ouders gaan op bezoek bij de buren
199 Mijn ouders hebben een nieuw huis gekocht.
200 Mijn ouders kochten een nieuw huis.