ortakoy

ortakoy

Üye
13.11.2009
Onbaşı
558
Hakkında

  • BÖLÜM C NAZEGGEN
    nazeggen3 001 Heeft u terug van vijftig ?

    002 Heeft u terug van vijftig euro?

    003 Hein haalt suiker en snoepjes bij de supermarkt.

    004 Hein haalt suiker en snoepjes in de supermarkt

    005 Henk zit steeds naar Tineke te gluren

    006 Het boek gaat over een reus

    007 Het boek is nog niet uit.

    008 Het energiebedrijf betaal ik per twee maanden

    009 Het ergste is nu achter de rug

    010 Het eten was verrukkelijk.

    011 Het fietsenhok is achter de school

    012 Het gebeurde tien jaar geleden.

    013 Het geld komt op de rekening van het bedrijf

    014 Het geld ligt op tafel.

    015 Het hagelde verleden winter.

    016 Het heeft vandaag hard geregend

    017 Het ijs is gebroken.

    018 Het is erg belangrijk om Nederlands te leren

    019 Het is erg koud in de winter

    020 Het is hier benauwd.

    021 Het is maar hoe je het bekijkt

    022 Het is maar hoe je het bekijkt.

    023 Het is niet helemaal gegaan zoals we (het?) verwacht hadden.

    024 Het is niet helemaal gegaan zoals we bedoeld hadden.

    025 Het is niet helemaal gegaan zoals we verwacht hadden.

    026 Het is niet waar wat je zegt!

    027 Het is opgehouden met regenen

    028 Het kind kwam onder een auto

    029 Het kind ligt op de grond te tekenen

    030 Het kind ontmoette zijn vriendje bij de beek.

    031 Het kind zuigt de limonade door een rietje

    032 Het meisje leeft gescheiden van haar ouders

    033 Het meisje was trots op haar nieuwe schoenen

    034 Het moet in december klaar zijn.

    035 het moet in januari klaar zijn

    036 Het paard achter de wagen spannen.

    037 Het paard rende op het gras.

    038 Het pakje is zwaar, het weegt 5 kilo.

    039 Het schilderij hangt aan de muur

    040 Het schilderij hangt in een museum.

    041 Het schrift is gevallen, het ligt op de grond.

    042 Het spijt me, dat is uitverkocht.

    043 Het spijt me, we zitten helemaal volgeboekt.

    044 Het stormde veel afgelopen najaar.

    045 Het vliegtuig kwam naast de baan terecht.

    046 Het vliegtuig landt op het vliegveld.

    047 Het vriest vannacht

    048 Het waaide erg hard vanmorgen.

    049 Het zal me een worst wezen

    050 Het zou fantastisch zijn als je mee gaat

    051 Hier kan ik écht niet aan beginnen.

    052 Hier vult u uw persoonlijke gegevens in

    053 Hij bidt vijf keer per dag

    054 Hij danst de hele avond.

    055 Hij danste de hele avond.

    056 Hij gaat fietsend naar school.

    057 Hij gaat ieder weekend vissen.

    058 Hij geeft het boek terug aan zijn leraar

    059 Hij gelooft zijn ogen niet

    060 Hij had beter moeten weten.

    061 Hij had de hele avond gedanst.

    062 Hij heeft de hele avond gedanst.

    063 Hij heeft de hele zomer vakantie bij de zee doorgebracht.

    064 Hij heeft een brief zitten schrijven

    065 Hij heeft geen trek in kaas

    066 Hij heeft genoeg van die melk

    067 Hij heeft in de zee gezwommen.

    068 Hij heeft mijn fiets geleend

    069 Hij heeft trek in een broodje

    070 Hij heeft verstand van tuinieren.

    071 Hij heeft weinig vrienden op school.

    072 Hij heeft zich nog nooit gebrand.

    073 Hij heeft zin in een biertje

    074 Hij herinnert zich de naam van dat meisje niet

    075 Hij houdt alles voor zich

    076 Hij is een beetje dom geweest.

    077 Hij is een gevoelige jongen

    078 Hij is geslaagd voor zijn rijexamen

    079 Hij is heel erg boos op zijn broer

    080 Hij is naar het eiland gezwommen.

    081 Hij is vandaag laat thuis gekomen

    082 Hij kent het verschil niet tussen mijn en dijn.

    083 Hij ligt op de grond te tekenen

    084 Hij lijdt aan een ernstige ziekte

    085 Hij loopt niet in zeven sloten tegelijk.

    086 Hij loopt op zijn tenen

    087 Hij moet hard werken om nog op tijd klaar te kunnen zijn.

    088 Hij moet het wat rustiger aan gaan doen.

    089 Hij passeert mij met een rotvaart

    090 Hij raadt het antwoord.

    091 Hij raadt naar het antwoord.

    092 Hij rookt wel twintig sigaretten per dag.

    093 Hij studeert aan de universiteit

    094 Hij trekt zijn trui uit

    095 Hij vraagt de juf om hulp

    096 Hij wordt verdacht van diefstal

    097 Hij zit op zijn geld.

    098 Hoe gaat het?

    099 Hoe kon dat zo gebeuren?

    100 Hoe laat is het?

    101 Hoe laat vertrekt de trein naar Amsterdam ?

    102 Hoe zag hij eruit?

    103 Hoe zat dat ook alweer ?

    104 Hoeveel kost dat?

    105 Hoeveel mensen heb je uitgenodigd?

    106 Hoeveel verdien jij per uur?

    107 Hoge bomen vangen veel wind.

    108 Iedereen kiest zelf een opleiding

    109 Iedereen wil in augustus op vakantie

    110 Iemand de laan uitsturen.

    111 Iemand die naar het bos liep was later verdwaald.

    112 Iemand die veel geld heeft is rijk

    113 Iemand voor het karretje spannen.

    114 Ik begrijp het formulier niet helemaal

    115 Ik begrijp het niet.

    116 Ik beloof je morgen te bellen

    117 Ik ben aan een kopje koffie toe

    118 Ik ben aan het schrijven.

    119 Ik ben bezig met een examen

    120 Ik ben bezig met het plafond van mijn huis te verven.

    121 Ik ben bezig met het schilderen van mijn huis

    122 Ik ben bezig met schrijven.

    123 Ik ben blij dat het erop zit.

    124 Ik ben de hele dag aan jou aan het denken.

    125 Ik ben de hele dag bezig met aan je te denken.

    126 Ik ben een examen aan het maken.

    127 Ik ben eindelijk achter de waarheid gekomen

    128 Ik ben er niet in geïnteresseerd

    129 Ik ben erg op hem gesteld

    130 Ik ben erg sportief aangelegd

    131 Ik ben goed in dictee en rekenen

    132 Ik ben het plafond van mijn huis aan het verven.

    133 Ik ben iemand die snel kan beslissen

    134 Ik ben in het bezit van een nieuwe fiets

    135 Ik ben in Marokko geboren, maar ik woon er niet meer

    136 Ik ben klaar met mijn werk

    137 Ik ben mijn portemonnee verloren.

    138 Ik ben mijn stem kwijt

    139 Ik ben na de les naar huis gegaan.

    140 Ik ben niet tevreden met dit cijfer

    141 Ik ben niet van plan om te stoppen met leren

    142 Ik ben trots op mijn zoon

    143 Ik ben vanavond laat thuis, ik moet overwerken.

    144 Ik ben vandaag naar het park gelopen.

    145 Ik ben voor mijn examen geslaagd.

    146 Ik ben zeker van mijn zaak

    147 Ik bestel een spijkerbroek uit de catalogus

    148 Ik breng mijn fiets naar de fietsenmaker

    149 Ik denk dat het bijna twaalf uur is.

    150 Ik denk dat we naar rechts kunnen.

    151 Ik denk niet dat we nog op tijd komen.

    152 Ik doe de afwas nadat we gegeten hebben

    153 Ik doe er wel een papiertje om

    154 Ik doe het voor de grap

    155 Ik draag niet graag een zware tas

    156 Ik durf niet in het water te duiken

    157 Ik fiets elke dag ongeveer een uur

    158 Ik ga altijd door de week een keer zwemmen

    159 Ik ga even bloemen kopen.

    160 Ik ga lopend naar de bakker

    161 Ik ga lopend naar mijn werk.

    162 Ik ga morgen met mijn vader naar Amsterdam

    163 Ik ga na de les naar huis.

    164 Ik ga naar Nederland.

    165 Ik ga nog even mijn tanden poetsen.

    166 Ik ga straks naar school

    167 Ik gedraag mij niet goed als ik dronken ben.

    168 Ik geef dit boek aan jou

    169 Ik had gisteren mijn boek vergeten

    170 Ik had hem dat advies nooit moeten geven.

    171 Ik had in Lima gewoond.

    172 Ik had niet zo laat naar bed moeten gaan.

    173 Ik heb daar helemaal geen zin in.

    174 Ik heb de auto daarachter geparkeerd.

    175 Ik heb een kat gehad toen ik kind was.

    176 Ik heb een mooi weiland en vele dieren gezien.

    177 Ik heb een mooie foto van mijn vriend

    178 Ik heb een nieuwe fiets en een oude

    179 Ik heb een poes als huisdier

    180 Ik heb geen kleingeld bij me.

    181 Ik heb geen tijd voor grapjes

    182 Ik heb geen trek in limonade

    183 Ik heb gehoord dat het volgende week mooi weer wordt.

    184 Ik heb genoeg van school

    185 Ik heb haar eergisteren nog gezien.

    186 Ik heb in Lima gewoond.

    187 Ik heb mij door vrienden laten verleiden tot gokken

    188 Ik heb mijn bloemen uit de tuin verkocht.

    189 Ik heb niets bijzonders bij me.

    190 Ik heb nooit geld bij me.

    191 Ik heb nu echt geen tijd voor je.

    192 Ik heb om kwart over elf een afspraak met meneer Jansen.

    193 Ik heb straks een afspraak.

    194 Ik heb trek in een loempia

    195 Ik heb twee koffers.

    196 Ik heb vandaag in het park gelopen.

    197 Ik heb vannacht slecht geslapen.

    198 Ik hoop niet dat het straks gaat regenen.

    199 Ik hoop niet dat het zo blijft
    200 Ik hoop op een goed cijfer
#24.03.2010 09:40 0 0 0
  • B BÖLÜMÜ KORTE VRAGEN KISA SORULAR
    Arkadaslar bu bölümde yapmanız gereken yıne bu soruları hem seslı hemde yazılı olarak takıp edın ama anlayarak calısın bu sorulara bu sorular www.buitenlandsepartner.nl/oefenmateriaal/ bu siteden indirin ve çalışın Rabbım yar ve yardımcınız olsun Başarılar
    001 Piet is 18 jaar en Jan 20 jaar, wie is ouder?
    Jan

    002 's nacht... is het dan donker of licht?
    Donker

    003 1 minuut hoeveel seconden is dat?
    60

    004 1 uur... hoeveel kwartier is het?
    Vier

    005 1 uur... hoeveel minuten is dat?
    60

    006 1 uur... is dat 60 minuten of 60 seconden?
    60 minuten

    007 2 dagen... hoeveel uur is dat?
    48

    008 Achmed is korter dan Ali... wie is er langer?
    Ali

    009 Als iets duur is moet je dan veel of weinig geld betalen?
    Veel

    010 Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk?
    Makkelijk

    011 Als iets gemakkelijk is... is het dan makkelijk of moeilijk?
    Makkelijk

    012 Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk?
    Moeilijk

    013 Als iets kookt, is het dan heet of koud?
    Heet

    014 Als iets mag is het dan toegestaan of verboden?
    Toegestaan

    015 Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen?
    Niet zien

    016 Als ik boos ben... ga ik dan lachen?
    Nee

    017 Als ik verdrietig ben, ben ik dan blij?
    Nee

    018 Als je 100 jaar bent... ben je dan jong?
    Nee

    019 Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld?
    Weinig

    020 Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen?
    veel

    021 Als je op reis gaat, blijf je dan thuis of ga je dan weg?
    Weg

    022 Als je rijk bent heb je dan veel of weinig geld ?
    Veel

    023 Als je thee zet, gebruik je dan heet water of gebruik je koud water?
    heet

    024 Als je vingers brand is dat fijn of pijnlijk?
    Pijnlijk

    025 Als ze zon schijnt is het dan mooi weer of slecht weer ?
    Mooi

    026 Ben je gezond of ziek als je de griep hebt?
    Ziek

    027 Ben je groot als je klein bent?
    Nee

    028 Bijna... is dat helemaal?
    Nee

    029 Blind... is dat anders dan doof?
    Ja

    030 Doe je een jas aan je voeten of aan je schouders?
    Schouders

    031 Doe je een pet op je hoofd?
    Ja

    032 Doe je het licht aan of in?
    Aan

    033 Doe je het licht aan of uit als het donker is?
    Aan

    034 Doe je het licht in het donker uit of aan?
    Aan

    035 Doe je sokken aan je handen?
    Nee

    036 Draag je een jas binnen of buiten?
    Buiten

    037 Een auto, heeft die twee wielen of vier wielen?
    Vier

    038 Een half uur... hoeveel minuten is dat?
    30

    039 Een neef... is dat een man of een vrouw?
    Man

    040 Eet je in de ochtend een ontbijt?
    Ja

    041 Fiets je op een rivier of op een pad?
    Pad

    042 Fluisteren... is dat zacht?
    Ja

    043 Gaat een slak snel of langzaam ?
    Langzaam

    044 Geeft een leraar les?
    Ja

    045 Gezond... is dat hetzelfde als ongezond?
    Nee

    046 Heb je heet water nodig om te koken?
    Ja

    047 Heeft de mens een lichaam?
    Ja

    048 Heeft de zee zout of zoet water?
    Zout

    049 Heeft een auto een stuur?
    Ja

    050 Heeft een boom bladeren?
    Ja

    051 Heeft een huis een huiskamer?
    Ja

    052 Heeft een leeuw benen of poten?
    Poten

    053 Heeft een man een baard?
    Ja

    054 Heeft een mens twee benen of drie benen?
    Twee

    055 Heeft een mens vier of twee voeten?
    Twee

    056 Heeft een mens vijf handen of twee handen?
    Twee

    057 Heeft een mens vijf ogen?
    Nee

    058 Heeft een paard benen of poten?
    Poten

    059 Heeft een verkeerslicht drie of zes kleuren ?
    Drie

    060 Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten?
    Drie

    061 Het is 12 uur... over twintig minuten is het?
    10 voor half 1

    062 Het is nu negen uur... over een half uur is het?
    Half 10

    063 Het is nu oktober... volgende maand is het?
    November

    064 Het is nu twee uur... over een kwartier is het...?
    Kwart over twee

    065 Het is nu vrijdag... eergisteren was het?
    Woensdag

    066 Het is nu woensdag... gisteren was het...?
    Dinsdag

    067 Het is nu zes uur... over twee uur is het...?
    8 uur

    068 Het is vandaag zaterdag... overmorgen is het...?
    maandag

    069 Hoe heet een weg boven de rivier?
    Een brug

    070 Hoe noem je de dochter van je oom?
    Nicht

    071 Hoe noem je de dochter van je tante?
    Nicht

    072 Hoe noem je de man van je zus?
    Zwager

    073 Hoe noem je de moeder van je moeder?
    Oma

    074 Hoe noem je de moeder van je moeder?
    Oma

    075 Hoe noem je de moeder van je vader?
    Oma

    076 Hoe noem je de vader van je moeder?
    opa

    077 Hoe noem je de vrouw van je broer?
    Schoonzus

    078 Hoe noem je de zoon van je oom?
    Neef

    079 Hoe noem je een meisje als ze volwassen is?
    Vrouw

    080 Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen?
    school

    081 Hoe noem je iemand die groente verkoopt?
    groenteboer of groenteman

    082 Hoe noem je iemand die niet kan zien?
    Blind

    083 Hoe noem je iemand die niets kan horen?
    doof

    084 Hoe noem je iemand die uit Nederland komt?
    Nederlander

    085 Hoe smaakt suiker?
    Zoet

    086 Hoeveel benen heeft een mens?
    Twee

    087 Hoeveel centimeter gaan er in een meter?
    Honderd

    088 Hoeveel centimeter is een meter?
    100

    089 Hoeveel dagen heeft januari?
    31

    090 Hoeveel dagen telt een week?
    7

    091 Hoeveel hoeken heeft een vijfhoek?
    Vijf

    092 Hoeveel is 10 gedeeld door 2?
    vijf

    093 Hoeveel is vier plus zes?
    Elf

    094 Hoeveel kwartier heeft een uur?
    4

    095 Hoeveel maanden heeft een jaar?
    Twaalf

    096 Hoeveel neuzen heeft een mens?
    1

    097 Hoeveel ogen heeft een mens?
    Twee

    098 Hoeveel pond gaat er in een kilo ?
    Twee

    099 Hoeveel poten heeft een tafel?
    Vier

    100 Hoeveel seizoenen heeft een jaar?
    Vier

    101 Hoeveel uur heeft een dag?
    24

    102 Hoeveel vingers heeft een mens?
    Tien

    103 Hoeveel voeten heb je?
    Twee

    104 Hoeveel voeten heeft een mens?
    Twee

    105 Hoeveel wieken heeft een molen?
    Vier

    106 Hoeveel wielen heeft een auto?
    Vier

    107 Hoeveel zijden heeft een driehoek?
    drie

    108 Iemand met een hoog salaris verdient hij veel of weinig?
    Veel

    109 Iemand met een laag salaris verdient hij veel of weinig?
    Weinig

    110 In de winter doe je het raam open of dicht?
    Dicht

    111 In welk seizoen schijnt de zon het meest?
    Zomer

    112 In welke maand is het kerst?
    December

    113 Is 35 minder dan 40?
    Ja

    114 Is de basisschool voor volwassenen?
    Nee

    115 Is de herfst kouder dan de zomer?
    Ja

    116 Is de nacht licht of donker?
    Donker

    117 Is de zon rond of vierkant?
    Rond

    118 Is de zon warm of koud?
    Warm

    119 Is een appel gezond?
    Ja

    120 Is een appel groente of fruit?
    Fruit

    121 Is een auto om in te rijden, of om te koken?
    Te rijden

    122 Is een berg hoog of laag?
    Hoog

    123 Is een bloemkool groente of fruit?
    Groente

    124 Is een broek kleding?
    Ja

    125 Is een dag langer dan een jaar?
    Nee

    126 Is een dame een man of een vrouw?
    Vrouw

    127 Is een flat laag of hoog?
    Hoog

    128 Is een gezicht vierkant?
    Nee

    129 Is een heer een man of een vrouw?
    Man

    130 Is een hengst een man of een vrouw?
    Man

    131 Is een hond paars?
    Nee

    132 Is een huis een gebouw?
    Ja

    133 Is een jongen een man of een vrouw?
    man

    134 Is een jurk voor een meisje of een jongen?
    Meisje

    135 Is een jurk voor mannen of voor vrouwen?
    Voor vrouwen

    136 Is een kerk een gebouw of een poort?
    Een gebouw

    137 Is een kerk een gebouw of een poort?
    gebouw

    138 Is een kind van 8 jaar volwassen?
    Nee

    139 Is een kip een man of een vrouw?
    Vrouw

    140 Is een koe een mens of een dier?
    Dier

    141 Is een lammetje ouder dan een schaap?
    Nee

    142 Is een merrie een man of een vrouw?
    Vrouw

    143 Is een opa oud of jong?
    Oud

    144 Is een oven om te koken of om te bakken?
    Bakken

    145 Is een pannekoek rond of vierkant?
    Rond

    146 Is een peer groente of fruit?
    Fruit

    147 Is een peer groente?
    Nee

    148 Is een schaap jonger dan een lammetje?
    Nee

    149 Is een sinaasappel paars of oranje?
    Oranje

    150 Is een stier een man of een vrouw?
    Man

    151 Is een taart zoet of zuur ?
    Zoet

    152 Is een tomaat fruit?
    Nee

    153 Is een toren laag of hoog?
    Hoog

    154 Is een toren laag?
    Nee

    155 Is een trein een vervoersmiddel?
    Ja

    156 Is een trui kleding?
    Ja

    157 Is een wortel oranje?
    Ja

    158 Is eenvoudig hetzelfde als makkelijk?
    Ja

    159 Is gras groen?
    Ja

    160 Is het in de nacht licht of donker?
    donker

    161 Is iemand die hoofdpijn heeft ziek?
    Ja

    162 Is ijs warm of koud?
    koud

    163 Is Jan een jongen?
    Ja

    164 Is Jan een naam of een land?
    Een naam

    165 Is jan een voornaam of een achternaam?
    Voornaam

    166 Is januari een dag of een maand?
    Maand

    167 Is januari een seizoen?
    Nee

    168 Is je broer een man of een vrouw?
    Man

    169 Is je moeder een man of een vrouw?
    Vrouw

    170 Is je neefje een jongen of een meisje?
    Jongen

    171 Is je nicht de zoon van je tante?
    Nee

    172 Is je nicht een man of een vrouw?
    Vrouw

    173 Is leraar een beroep?
    Ja

    174 Is moeder een beroep?
    Nee

    175 Is oktober een seizoen of een maand?
    Maand

    176 Is oma een mens of een dier?
    Mens

    177 Is opa een man of een vrouw?
    Man

    178 Is Parijs een stad of een land?
    Stad

    179 Is roken gezond of ongezond?
    Ongezond

    180 Is snoep gezond?
    Nee

    181 Is sporten gezond of ongezond?
    Gezond

    182 Is sporten gezond?
    Ja

    183 Is tekenen een hobby of een beroep?
    Hobby

    184 Is twintig minuten langer dan 30 minuten?
    Nee

    185 Is vlees om te drinken?
    Nee

    186 Is water uit een sloot gezond?
    Nee

    187 Is water vast of vloeibaar?
    Vloeibaar

    188 Is woensdag een dag of een maand?
    Dag

    189 Is zondag een werkdag?
    Nee

    190 Is zuurkool groente of fruit?
    Groente

    191 Jan is ouder dan Piet. Wie is het jongst?
    Piet

    192 Kan een baby praten?
    Nee

    193 Kan een eend in het water zwemmen?
    Ja

    194 Kan een haan een ei leggen?
    nee

    195 Kan een kip zwemmen?
    Nee

    196 Kan een paard hinniken of blaffen?
    Hinniken

    197 Kan een paard mekkeren?
    Nee

    198 Kan een paard vliegen?
    Nee

    199 Kan een stier melk geven?
    Nee

    200 Kan een vis zwemmen?
    Ja

    201 Kan een vliegtuig vliegen?
    Ja

    202 Kan iemand die blind is zien?
    Nee

    203 Kan ik met een bril kijken?
    Ja

    204 Kan je met een boot varen of vliegen?
    Varen

    205 Kan je schaatsen als het koud is, of warm?
    Koud

    206 Kapot... is dat heel of stuk?
    Stuk

    207 Kerst is dat in september of december?
    December

    208 Kim is 18 jaar en Peter is 32 jaar wie is er ouder?
    Peter

    209 Kim is langer dan peter... is kim het langst?
    Ja

    210 Komt er uit de kraan alleen warm water?
    Nee

    211 Kruipen... is dat snel of langzaam?
    Langzaam

    212 Kun je in een supermarkt kleren kopen?
    Nee

    213 Kun je kleren eten?
    Nee

    214 Kun je koek eten of drinken?
    Eten

    215 Kun je melk eten of drinken?
    Drinken

    216 Kun je met een auto rijden of vliegen?
    Rijden

    217 Kun je met een lepel eten?
    Ja

    218 Kun je met een mond zien of praten?
    Praten

    219 Kun je met een neus ruiken of zien?
    Ruiken

    220 Kun je met een vliegtuig vliegen?
    Ja

    221 Kun je met geld betalen?
    Ja

    222 Kun je op een stoel zitten?
    Ja

    223 Kun je rijst eten of drinken?
    Eten

    224 Kun je schaatsen als het koud is, of warm?
    Koud

    225 Kunnen vogels vliegen of rijden?
    Vliegen

    226 Legt een haan een ei?
    Nee

    227 Mijn ouders hebben elf kinderen... hebben wij een klein gezin?
    Nee

    228 Mijn vader is langer dan mijn moeder... wie is het langst?
    Vader

    229 Noem een werkdag...
    maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag

    230 Nu is het maandag, welke dag was het gisteren?
    Zondag

    231 Piet is dunner dan Jan... wie is het dikst?
    Jan

    232 Regen, is dat nat of droog?
    Nat

    233 Renate is 15 en Anne is 13... wie is er jonger?
    Anne

    234 Rennen... is dat snel of langzaam?
    Snel

    235 Sandra is zwaarder dan Kim... wie is het lichtst?
    Kim

    236 Schaatsen... doe je dat als het koud is?
    Ja

    237 Schijnt de zon 's nachts of overdag?
    Overdag

    238 Schijnt de zon in de nacht?
    Nee

    239 Schijnt de zon overdag?
    Ja

    240 Schreeuwen is dat hard of zacht?
    Hard

    241 Schrijf je met een pen of een berg?
    Pen

    242 Slapen doe je in een...
    bed

    243 Sneeuwt het in de winter of in de lente?
    Winter

    244 Sneeuwt het in de winter of in de zomer?
    Winter

    245 Staat een oven in de keuken?
    Ja

    246 Tim is korter dan Jan... wie is het langst?
    Jan

    247 Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga?
    Buiten

    248 Valt er sneeuw in de zomer?
    Nee

    249 Van welk dier komt wol?
    Schaap

    250 Vandaag is het vrijdag... overmorgen is het?
    Zondag

    251 Waar ga je naar toe als je ziek bent?
    De dokter

    252 Waar ga je naar toe als je ziek bent?
    Ziekenhuis

    253 Waar koop je kleren?
    Winkel

    254 Waar moet je in de winkel betalen?
    Cassa

    255 Waar overnacht je als je op reis ben, thuis of in een hotel?
    Hotel

    256 Waar woon je?
    Lima

    257 Waar woont een koning?
    Paleis

    258 Waar woont u?
    ik woon in ... lima

    259 Waar zijn meer dieren in het museum of in de boerderij?
    Boerderij

    260 Waarvan wordt brood gebakken?
    Meel

    261 Wanneer is de lunch?
    's Middags

    262 Wanneer wordt je meestal wakker, 's-ochtends of 's-avonds ?
    's ochtends

    263 Warmte... is dat droog of nat?
    Droog

    264 Wat doe je aan je voeten?
    Schoenen

    265 Wat doe je aan onder jou schoenen?
    Sokken

    266 Wat doe je buiten aan als het koud is?
    Jas

    267 Wat doe je in bad?
    Wassen

    268 Wat doe je in de keuken?
    Koken

    269 Wat doe je in een bed?
    Slapen

    270 Wat doe je in een keuken?
    Koken

    271 Wat doe je in een slaapkamer?
    Slapen

    272 Wat doe je in je portemonnee?
    geld

    273 Wat doe je met een boek?
    Lezen

    274 Wat doe je met een bril?
    Kijken

    275 Wat doe je met een glas?
    Drinken

    276 Wat doe je met een handoek?
    Drogen

    277 Wat doe je met een kam?
    Kammen

    278 Wat doe je met een lepel?
    Eten

    279 Wat doe je met een mes?
    snijden

    280 Wat doe je met een nagelschaar?
    Nagels knippen

    281 Wat doe je met een neus?
    Ruiken

    282 Wat doe je met een oven?
    bakken

    283 Wat doe je met een pen?
    Schrijven

    284 Wat doe je met een schaar?
    knippen

    285 Wat doe je met een vork?
    Eten

    286 Wat doe je met een vork?
    Prikken

    287 Wat doe je met een weegschaal?
    Wegen

    288 Wat doe je met je mond?
    Eten

    289 Wat doe je met je mond?
    praten

    290 Wat doe je met je oren?
    Horen

    291 Wat doe je met speelgoed?
    Spelen

    292 Wat doen kinderen in een speeltuin?
    Spelen

    293 Wat doen kinderen op school?
    Studeeren

    294 Wat doet een bakker, brood bakken of melk maken?
    Brood bakken

    295 Wat doet een bakker?
    Brood bakken

    296 Wat doet een geit?
    Mekkeren

    297 Wat doet een hond?
    Blaffen

    298 Wat doet een paard?
    Hinniken

    299 Wat doet een poes?
    Miauwen

    300 Wat doet een schilder?
    Schilderen

    301 Wat doet een vogel?
    Vliegen

    302 Wat een kun je met een videocamera?
    Filmen

    303 Wat gebeurt er met sneeuw als het warm wordt?
    Smelt

    304 Wat gebeurt met sneeuw als het warm is?
    Smelt

    305 Wat gebruik je met een spijker, een hamer of een pan?
    Hamer

    306 Wat geeft een koe?
    Melk

    307 Wat heb je nodig om te strijken?
    Strijkijzer

    308 Wat is de eerste dag van de week?
    Maandag

    309 Wat is de eerste maand van het jaar?
    Januari

    310 Wat is de laatste dag van de week?
    Zondag

    311 Wat is duurder... een trui van 15 euro of 30 euro?
    30 euro

    312 Wat is eerder... acht uur of half negen?
    Acht uur

    313 Wat is gezonder een sinaasappel of chocola?
    Sinaasappel

    314 Wat is gezonder melk of limonade?
    Melk

    315 Wat is gezonder snoep of fruit?
    Fruit

    316 Wat is gezonder... patat of een peer?
    Peer

    317 Wat is groter een kip of een schaap ?
    Schaap

    318 Wat is groter een muis of een konijn?
    Konijn

    319 Wat is groter, een boom of een plant?
    boom

    320 Wat is groter, een paard of een hond?
    Paard

    321 Wat is harder... schreeuwen of fluisteren?
    Schreeuwen

    322 Wat is kleiner een auto of een vliegtuig?
    Auto

    323 Wat is korter een jaar of een dag?
    Een dag

    324 Wat is korter een kwartier of vijf minuten?
    Vijf minuten

    325 Wat is korter... en jaar of een dag?
    Een dag

    326 Wat is langer een been of een arm?
    been

    327 Wat is langer een uur of 60 minuten?
    Even lang

    328 Wat is langer een uur of een kwartier?
    Uur

    329 Wat is later 12 uur of half 11?
    Twaalf uur

    330 Wat is later, half acht of acht uur ?
    Acht uur

    331 Wat is meer, een ons koekjes of 100 gram?
    Dezelfde

    332 Wat is meer, vijf euro of twee euro?
    Vijf euro

    333 Wat is meer, zeven euro of negen euro?
    Negen euro

    334 Wat is meer... 64 euro of 65 euro?
    65

    335 Wat is minder 50 euro of 15 euro?
    15

    336 Wat is minder, twintig euro of vijftien euro?
    Vijftien euro

    337 Wat is minder... 24 euro of 11 euro?
    11 euro

    338 Wat is sneller... rennen of kruipen?
    Rennen

    339 Wat is warmer, de zomer of de winter?
    Zomer

    340 Wat is zoet, suiker of zout?
    Suiker

    341 Wat is zwaarder, een kilo of een pond?
    Kilo

    342 Wat is zwaarder, een ons boter of een ons meel?
    Dezelfde

    343 Wat is zwaarder, een pond gehakt of 500 gram?
    Dezelfde

    344 Wat kan een vis?
    Zwemmen

    345 Wat kan een vliegtuig?
    Vliegen

    346 Wat komt eerder, dinsdag of donderdag ?
    Dinsdag

    347 Wat komt er na acht?
    Negen

    348 Wat komt er na de lente?
    Zomer

    349 Wat komt er na de zomer?
    Herfst

    350 Wat komt uit de kraan?
    water

    351 Wat kun je doen met een mes?
    snijden

    352 Wat kun je in een vaas zetten?
    Bloemen

    353 Wat kun je met een auto?
    Rijden

    354 Wat kun je met een fluit?
    Fluiten

    355 Wat kun je met een potlood?
    Schrijven

    356 wat kun je met een potlood?
    Tekenen

    357 Wat kun je met een telefoon?
    Bellen

    358 Wat kun je met een videocamera?
    Filmen

    359 Wat kun je met een vork?
    eten

    360 Wat kun je met geld?
    Betalen

    361 Wat kun je op een stoel?
    Zitten

    362 Wat legt een ei?
    Kip

    363 Wat maak je met een fototoestel?
    Foto's

    364 Wat maakt een fietsenmaker?
    Fietsen

    365 Wat noem je jou vader en jou moeder sammen?
    Ouders

    366 Wat noemen we het weekend?
    Zaterdag en zondag

    367 Wat smaakt zoet suiker of zout?
    suiker

    368 Wat stroomt er in de rivier?
    Water

    369 Wat verkoopt een groenteman?
    Groenten

    370 Wat wordt er op 5 december gevierd?
    Sinterklaas

    371 Wat zet je in een vaas?
    Bloemen

    372 Wat zit er in je portemonnee?
    geld

    373 Wat zwemt in water, een vis of een kip?
    Vis

    374 Welk dier blaft?
    Hond

    375 Welk dier legt eieren?
    Kip

    376 Welk getal is groter... 55 of 65?
    65

    377 Welk getal komt na 19?
    20

    378 Welk getal komt na 65?
    66

    379 Welk getal komt voor 15?
    14

    380 Welk seizoen is het koudst?
    Winter

    381 Welk seizoen is het warmst?
    De Zomer

    382 Welk seizoen is kouder... de herfst of de lente?
    De herfst

    383 Welk seizoen komt na de lente?
    Zomer

    384 Welke dag komt er na donderdag?
    Vrijdag

    385 Welke dag komt voor donderdag?
    Woensdag

    386 Welke dag komt voor zondag?
    Maandag

    387 Welke kleur heeft bloed?
    Rood

    388 Welke kleur heeft de lucht?
    Blauw

    389 Welke kleur heeft een aardbei?
    Rood

    390 Welke kleur heeft een banaan?
    Geel

    391 Welke kleur heeft een tomaat?
    Rood

    392 Welke kleur heeft gras?
    Groen

    393 Welke kleur heeft sneeuw?
    Wit

    394 Welke maand komt er voor April?
    Maart

    395 Welke maand komt na augustus?
    september

    396 Welke maand komt na januari?
    februari

    397 Welke maand komt na mei?
    Juni

    398 Welke maand komt voor december?
    November

    399 Welke maand komt voor mei?
    April

    400 Wie woont er op een boerderij?
    boer

    401 Wie zorgt voor de molen?
    Molenaar

    402 Word je van patat dik?
    Ja

    403 Wordt iets duurder met korting?
    Nee

    404 Wordt iets goedkoper met korting?
    Ja

    405 Zien alle mensen er hetzelfde uit?
    Nee

    406 Zijn dieren hetzelfde als mensen?
    Nee

    407 Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid?
    Ja

    408 Zijn groenten gezond?
    Ja

    409 Zijn oorbellen sieraden?
    Ja

    410 Zijn schoenen om te lopen of om te drinken?
    Lopen

    411 Zijn wielen rond of vierkant?
    rond
#24.03.2010 09:36 0 0 0
  • nazeggen2
    001 Aan het eind van de maand is mijn geld altijd op.

    002 Achter de wolken schijnt de zon.

    003 Achter deze zin komt een punt.

    004 Aisha wast haar baby.

    005 Ali mag met zijn vader mee naar Schiphol.

    006 Ali viel in slaap, hij was erg moe.

    007 Alle wegen leiden naar Rome.

    008 Als iets ingewikkeld is dan is het moeilijk

    009 Als ik ga winkelen koop ik vaak schoenen.

    010 Als ik op reis ga neem ik mijn koffer mee

    011 Als je iets niet weet dan moet je het vragen

    012 Als je niet opschiet zul je te laat zijn.

    013 Als kind wilde ik altijd naar het strand gaan.

    014 Als ze tenminste op tijd zijn.

    015 Amerika voetbalt vanavond tegen Marokko

    016 Anders nog iets ?

    017 Bemoei je er niet mee.

    018 Bemoei je met je eigen zaken!

    019 Ben je bang voor die grote hond?

    020 Ben je getrouwd?

    021 Beter een half ei dan een lege dop.

    022 Bij dat ongeluk is hij aan de dood ontsnapt

    023 Bij de gemeente kun je je paspoort ophalen

    024 Bij de supermarkt kan je van alles krijgen.

    025 Bij uitzondering hebben we vandaag geen huiswerk

    026 Binnen een uur waren we klaar met de repetitie

    027 Blijf op je plaats zitten

    028 Chinees is moeilijker dan Nederlands

    029 Daar heb ik nog nooit van gehoord.

    030 Daar heeft u gelijk in

    031 Daar kopen we vis en vlees

    032 Daar krijg je betere kwaliteit en tegen een goede prijs

    033 Daar kun je naar fluiten.

    034 Daar was een hoge heg tussen mijn huis en de tuin.

    035 Dan hoort hij de stem van zijn vriend achter zich.

    036 Dat doet de deur dicht!

    037 Dat gaat per ongeluk

    038 Dat grapje loopt uit de hand

    039 Dat is een mooi verhaal.

    040 Dat is heel wat sneller dan met de auto

    041 Dat is in orde

    042 Dat is niet goed geregeld.

    043 Dat is toch niet mijn probleem.

    044 Dat kan bij het loket of bij de automaat

    045 Dat kan iedereen wel zeggen.

    046 Dat kan wel kloppen.

    047 Dat komt goed uit

    048 Dat komt voor elkaar

    049 Dat kun je op je vingers natellen.

    050 Dat potlood is van hem

    051 Dat schilderij herinnert mij aan vroeger.

    052 Dat stond in de krant van gisteren.

    053 Dat was een pijnlijke vergissing!

    054 De aardappels zijn op!

    055 De Amerikanen reizen naar de planeten

    056 De appels zijn hard, ze zijn nog niet rijp.

    057 De bananen kosten 50 cent per stuk

    058 De bel gaat om acht uur

    059 De bloemetjes buiten zetten.

    060 De buren hebben een mooie auto.

    061 De chauffeur vraagt om in de bus niet te roken

    062 De chirurg wist na de operatie niet wat hij moest zeggen.

    063 De dief ging de politie met een mes te lijf

    064 De druppel die de emmer doet overlopen.

    065 De eend zwemt lekker in het water.

    066 De eerste klap is een daalder waard.

    067 De fabriek ontslaat een aantal arbeiders

    068 De gemeenteraad noemen we het parlement

    069 De hond is in een diep gat gevallen.

    070 De hond kan hard blaffen

    071 De hond schrok van het vuurwerk

    072 De huisarts heeft elke dag tot tien uur spreekuur

    073 De inbreker steelt het geld uit de kluis

    074 De jongen schopt de bal in het doel

    075 De jongens gaan vanmiddag voetballen

    076 De jongste kinderen zitten in groep 1

    077 De kapper scheert zijn klanten.

    078 De kinderen hebben een schoolplein om op te spelen

    079 De kinderen hebben vrij, ze hoeven niet naar school.

    080 De kinderen komen vanavond bij ons eten

    081 De kinderen vinden sinaasappels lekker

    082 De kinderen zingen een lied

    083 De klok loopt goed

    084 De koopman weegt de appels met een weegschaal

    085 De krant geeft commentaar op het nieuws

    086 De leerlingen barstten in lachen uit

    087 De leerlingen blijven op deze scholen

    088 De leerlingen lachen om de grap van de leraar

    089 De leerlingen schuiven de stoelen onder de tafels

    090 De leraar engels is vandaag niet op school

    091 De leraar engels is vandaag niet op school, hij is ziek

    092 De leraar geeft veel huiswerk.

    093 De lerares belooft op bezoek te komen

    094 De lerares vergiste zich in mijn naam.

    095 De lift is buiten werking

    096 De man heeft de supermarkt gesloten.

    097 De markt is alleen vandaag gesloten.

    098 Het meel voor het brood hebben we in de molen gemaakt.

    099 De meester denkt er nog over na

    100 De meester komt om negen uur op school

    101 De meester veegt het bord schoon

    102 De mens bestaat voor 70% uit water

    103 De mooi weilanden en vele dieren ik heb gezien.

    104 De muizen vreten van de kaas

    105 De oude dame past op haar kleinkinderen

    106 De politie brengt haar naar het ziekenhuis

    107 De prijs van kool is hoger dan een week geleden

    108 De puntjes op de I zetten.

    109 De regering heeft de uitkeringen verhoogd

    110 De rijke man deed zich voor als een bedelaar

    111 De ruzie gaat over een gum

    112 De school begint altijd om 8 uur.

    113 De soldaten vechten tegen de vijand.

    114 De studenten zien tegen de professor op

    115 De supermarkt is om de hoek

    116 De tandarts heeft twee kiezen getrokken

    117 De telefoon is in gesprek

    118 De timmerman meet de lengte van de balk

    119 De toetsen staan voor de deur

    120 De trein naar Parijs vertrekt van perron 4

    121 De treinen rijden naar die steden

    122 De tuinman graaft een kuil voor een nieuwe boom

    123 De tuinman heeft de planten verplaatst

    124 De vakantie is achter de rug

    125 De verjaardag van Niels wordt altijd gevierd

    126 De vogel blijft op een hoge tak zitten.

    127 De vogel is naar het zuiden gevlogen.

    128 De vogel vliegt door de lucht

    129 De volgende keer beginnen we hier.

    130 De volgende keer betaal ik.

    131 De vrouw ruilt haar jurk in voor een andere.

    132 De zanger mag met een orkest optreden

    133 De zon is te laat ondergegaan.

    134 Denk je aan je huiswerk?

    135 Deze broek staat me niet.

    136 Deze familie heeft twee huizen gerenoveerd.

    137 Deze korte broek past niet.

    138 Deze melk is niet goed meer.

    139 Deze rechthoek is vier bij vijf centimeter

    140 Deze straat komt uit op het stationsplein

    141 Die jongen is erg handig met naald en draad

    142 Die jongens hebben ons bestolen

    143 Die opmerking viel helemaal verkeerd.

    144 Die school is erg groot

    145 Die vertrekt elk half uur vanuit Rotterdam

    146 Die vind ik in de supermarkt veel te duur

    147 Dieren vechten vaak met elkaar

    148 Dit boek bestaat uit drie delen

    149 Dit boek gaat over de geschiedenis van Amerika.

    150 Dit is twee euro teveel.

    151 Dit zijn eieren van onze kippen

    152 Doe je het licht uit als je weggaat ?

    153 Doe jij de deur op slot als je straks vertrekt?

    154 Door de harde regen zijn veel planten beschadigd.

    155 Door deze straat kom je bij het station

    156 Een ander huis zoeken is voor later zorg

    157 Een auto rijdt een man aan

    158 Een bromfiets rijdt snel maar een motor rijdt sneller

    159 Een citroen is zuurder dan een sinaasappel

    160 Een goed begin is het halve werk.

    161 Een jaar geleden waren er meer bomen en planten in het bos.

    162 Een papegaai houdt van nazeggen

    163 Een zoon woont nog bij ons thuis.

    164 Eens even op de klok kijken

    165 Eerlijk duurt het langst.

    166 Eigenlijk doe ik dat liever niet.

    167 Elk huisje heeft zijn kruisje.

    168 Elke plaats is makkelijk te bereiken

    169 Els doet de tuin voor haar plezier

    170 Er komt nog vijftien euro kosten bij

    171 Er loopt een fluitende jongen in de gang

    172 Er wonen veel mensen in mijn land

    173 Er zijn hier drie of vier opleidingen

    174 Fred moet deze week de boodschappen betalen

    175 Ga je mee ?

    176 Ga je mee naar buiten?

    177 Ga je morgen mee naar het strand, het wordt lekker weer.

    178 Ga op je hurken zitten

    179 Geen rozen zonder doornen.

    180 Gelukkig heb ik mijn portemonnee nog gevonden

    181 Gezelligheid kent geen tijd.

    182 Gister regende het.

    183 Gisteren mocht de boer zijn heg niet snoeien.

    184 Haar lievelingskleur is donkerblauw

    185 Haar vader heeft al 25 jaar hetzelfde beroep

    186 Haar vader is boos op de kinderen

    187 Hallo! Hoe gaat het met je ?

    188 Han wordt dokter in India

    189 Hassan komt uit marokko

    190 Heb je een pen bij je?

    191 Heb je het al gehoord ?

    192 Heb je je tong verloren?

    193 Heb je pillen tegen misselijkheid?

    194 Heb je veel geld over ?

    195 Heb jij dat gebouw zien afbranden?

    196 Heb jij mijn tas ergens zien staan ?

    197 Heb jij ook zo’n trek in een ijsje ?

    198 Heb jij toevallig geld bij je ?

    199 Hebben is hebben, krijgen is de kunst.

    200 Hebben jullie mijn sleutels gezien ?
#24.03.2010 09:32 0 0 0
  • İKİNCİ BÖLÜM A NAZEGGEN
    arkadaşlar nazeggen aslında sınavın en önemlı bölümü dıyebılırız çünkü a ve c bbölümü nazeggen burda yapacagınız sey ilk önce yazılı takıp edın çünkü hem nasıl telaffuz edecegınızı öğrenirsiniz hemde kulagınız alısır eğer eşiniz yardım ederse daha iyi olur kimse yardımcı olmassa asagıdakı sıteden indirin ve kendınız hem yazılı hemde dınleyerek calısın sonra yazıları kapatın ve o söylesın sız arkasından tekrar edın
    nazeggen sesli olarak dinlen ve calısın arkadaşlar bu sıtede var ordan indırın ve calısın www.buitenlandsepartner.nl/oefenmateriaal/


    De man zit op de stoel
    De man zit op de stoel

    002 Dat is duur
    Dat is duur

    003 Ik begrijp het niet
    Ik be-grijp het niet

    004 De jongen zit aan tafel
    De jon-gen zit aan ta-fel

    005 Hij heeft honger
    Hij heeft hon-ger

    006 Waarom doe je dat ?
    Waar-om doe je dat ?

    007 Ik sta voor de deur
    Ik sta voor de deur

    008 De hond blaft
    De hond blaft

    009 Doe het licht aan
    Doe het licht aan

    010 De boot vaart op het water
    De boot vaart op het wa-ter

    011 De trein staat op het station
    De trein staat op het sta-tion

    012 Ik heb dorst
    Ik heb dorst

    013 Wie wil er een koekje ?
    Wie wil er een koek-je ?

    014 Het is heel druk
    Het is heel druk

    015 Dat is heel mooi
    Dat is heel mooi

    016 De vogel vliegt weg
    De vo-gel vliegt weg

    017 Een auto heeft vier wielen
    Een au-to heeft vier wiel-en

    018 Het meisje gaat naar school
    Het meis-je gaat naar school

    019 Een uur heeft zestig minuten
    Een uur heeft zes-tig mi-nu-ten

    020 Dat is genoeg
    Dat is ge-noeg

    021 Kun je me helpen ?
    Kun je me hel-pen ?

    022 Hij had het bijna goed
    Hij had het bij-na goed

    023 Wat is dat erg !
    Wat is dat erg !

    024 Twintig is meer dan twaalf
    Twin-tig is meer dan twaalf

    025 Ik ben ouder dan hem
    Ik ben ou-der dan hem

    026 Het eten is lekker
    Het e-ten is lek-ker

    027 De koe geeft melk
    De koe geeft melk

    028 Ik lust geen spruiten
    Ik lust geen sprui-ten

    029 Het water in zee is zout
    Het wa-ter in zee is zout

    030 Vandaag is het woensdag
    Van-daag is het woens-dagıııı
#24.03.2010 09:30 0 0 0
  • DUA
    arkadaşlar her derdin devası Rabbimize dua etmekle olur.bak dua edıyom diye derslerden kaytarmayın önce siz çalişacaksınız yardımcı olarak dua ile besmeleyle baslayın işleriniz kolaylassın inşallah
    HAFİZA İÇİN Bismillahirrahmanirrahim
    Ya Rabbi, bize peygamberlere lütfettigin hafızaya benzer bi hafıza,Nebilere lütfettigin ilhama benzer bir ilham gücü ve Velilere lütfettigin anlayışa benzer bir anlayış nasip et.Bütün bunları kendi zenginliginle lütfet.Sen cömert olanların en cömertisin.Gögsümüzü genişlet ve bana güçlü bir anlayış nasip et.Amin
    SLM arkadaslar,

    bildiğiniz gibi sınav 2 bölumden olusuyor.. asağıda birinci bölum foto 100 soru ve anlamları var. Bunların içinden 30 tanesini soracaklar sınavda ve bu sorular sınavda 30 soruluk bı kıtap halınde sırasıyla gelıyo .. bu soruları öğrenmek çok kolay bi kac kez dınleyın ama önce soruları hem yazılı hemde seslı takıp edın yani birinci bölüm sadece bu kadar
    bunları öğrendikten sonra sınavın birinci bölümünü gecersiniz zaten.. önemli olan ikinci bölüme çalısmak çünkü diğer bölüm hem çok zor hem de sorular sürekli değişiyor.. Rabbım herkesın yardımcısı olsun tabı benımde BaŞARILAR


    1 In welk deel van de wereld ligt Nederland?
    1. Hollanda dunyanin hangi bolumunde ? Avrupa

    2 Welk land ligt ten zuiden van Nederland?
    2. Hollandanin Guneyinde hangi ulke bulunuyor ? Belcika

    3 Welk land ligt ten oosten van Nederland?
    3. Hollandanin Dogusunda hangi ulke bulunuyor ? Almanya

    4 Welk land is groter, Nederland of Marokko?
    4. Hangi ulke daha buyuk: Hollanda, Fas ? Fas

    5 Welk land is kleiner, Nederland of Turkije?
    5. Hangi ulke daha kucuk: Hollanda, Turkiye ? Hollanda

    6 Wat betekent Nederland?
    6. Hollanda ne demek ? Alcak/Engin ulke

    7 Kijk naar de foto, wat is dit?
    7. Resime bak: Bu nedir ? Set

    8 Wat gebeurt er als er geen dijken zijn?
    8. Set olmazsa ne olur ? Hollanda su altinda kalir

    9 Noem een grote stad in de Randstad?
    9. Hollandadan buyuk sirketlerin bulundugu bir sehir soyle ? Utrecht

    10 In Nederland wonen daar veel mensen of weinig mensen?
    10. O sehirde cok insanmi kaliyor/yasiyor veya az mi ? Cok insan

    11 Wat is de hoofdstad van Nederland?
    11. Hollandanin baskenti nedir ? Amsterdam

    12 In welke stad zit de regering?
    12. Hollandanin hukumeti hangi sehirde ? Den Haag

    13 Waar woont de koningin?
    13. Kralice hangi sehirde kaliyor ? Den Haag

    14 Waar ligt de grootste zeehaven?
    14. Hollandanin en buyuk limani hangi sehirde ? Rotterdam

    15 Hoe heet de nationale luchthaven?
    15. Hollandanin en buyuk ve uluslararasi havalimaninin ismi ? Schiphol

    16 Waar ligt Schiphol?
    16. Buyuk ve uluslararasi havalimani hangi sehirde ? Amsterdam

    17 Wie helpt u als u in Nederland aankomt?
    17. Hollandaya geldiginizde size en cok kimin yardimi dokunur ? Eşiniz

    18 Is Nederland vaak nat of droog?
    18. Hollanda genelde islakmi kurumu ? Islak

    19 Als u naar Nederland komt, moet u dan opnieuw uw rijbewijs halen?
    19. Hollandaya geldiginizde ehliyetinizi yeniden almaniz gerekiyormu ? Evet

    20 In Nederland, zijn de wegen daar rustig of druk?
    20. Hollandada yollar sakinmi veya kalabalikmi? Kalabalik

    21 In Nederland, zijn er veel fietsen of weinig fietsen?
    21. Hollandada bisikletler cokmu veya azmi ? Cok

    22 Wat is typisch Nederlands in het verkeer?
    22. Tipik Hollandalilarin kullandigi trafik aleti ? Bisiklet

    23 Leven Nederlanders veel binnen of buiten?
    23. Hollandalilar genelde iceridemi yasiyor veya disaridami ? Iceride

    24 Wie ziet u op het plaatje?
    24. Resimde kimi goruyorsunuz ? (Ilk kral)? Willem van Oranje

    25 Was de koning van Spanje protestant of katholiek?
    25. Ispanyanin krali/kralicesi protestantmi veya katholikmi ? Katholik

    26 Hoe lang duurde de oorlog met Spanje?
    26. Ispanyayla Hollandanin savasi ne kadar surdu ? 80/seksen sene

    27 Hoe lang bestaat de Nederlandse staat ongeveer, vijftig jaar of vierhonderd jaar?
    27. Hollandanin hukumeti +/- kac sene var, 50 senemi veya 400 senemi ? 400 sene

    28 Waren de VOC schepen voor de visvangst of voor de handel?
    28. VOC gemileri balikci gemilerimi veya ticaret gemilerimi ? Ticaret gemileri

    29 Wie schilderde dit schilderij?
    29. Bu tabloyu hangi ressam cizdi ? Rembrandt van Rijn

    30 Is er in Nederland scheiding van kerk en staat?
    30. Hukumetle kilise arasinda ayrimcalik varmi ? Evet

    31 Door welk land is Nederland bezet tijdens de Tweede Wereldoorlog?
    31. Ikinci dunya savasinda Hollanda hangi ulke emri altindaydi ? Almanya

    32 Welke grote stad is in 1940 gebombardeerd?
    32. Hangi buyuk sehir 1940'da bombalandi ? Rotterdam

    33 Waarom is Anne Frank beroemd?
    33. Anne Frank neden meshur ? Gunluk yazdigi icin

    34 Welke kolonie van Nederland wordt onafhankelijk vlak na de Tweede Wereldoorlog?
    34. Hangi ulke Hollandanin somurgesi altindayken bagimsizlasti ? Endonezya

    35 Uit welk land kwamen veel gastarbeiders, uit Turkije of uit Engeland?
    35. Hangi ulkeden en cok misafir isciler geliyordu, Turkiyemi, Ingilteremi ? Turkiye

    36 Welke kolonie van Nederland wordt in 1975 onafhankelijk?
    36. Hangi ulke 1975 yilinda Hollandanin somurgesi altindayken bagimsizlasti ? Suriname

    37 Wie zijn dit?
    37. Bunlar kim ? (resimdekileri) prenses Maxima ile prens Willem-Alexander

    38 Uit welk land komt prinses Maxima?
    38. Prenses Maxima (aslen) hangi ulkeden gelme ? Arjantin

    39 Hoe heet de kroonprins?
    39. Tacprensinin ismi ne ? Willem-Alexander

    40 Is Nederland een democratie?
    40. Hollanda demokratik bir ulkemi ? Evet

    41 In welke stad zit het parlement?
    41. Parlemento hangi sehirde ? Den Haag

    42 Wat is de belangrijkste wet in Nederland?
    42. Hollandada en onemli kanun nedir ? Anayasa

    43 Wie is de voorzitter van de raad van ministers, de minister president of de koningin?
    43. Buyuk millet meclisinde bakan kim, basbakanmi veya Kralicemi ? Basbakan

    44 Wie vergaderen in deze zaal?
    44. Bu odada kimler toplanti yapiyor ? Hukumetin 2ci odasi

    45 Hoe vaak zijn er verkiezingen, elke vier jaar of elke zes jaar?
    45. Secimler ne zamandir, 4senede bir mi veya 6 senede bir mi ? 4 senede bir

    46 Hoe oud moet u zijn om te mogen stemmen?
    46. Oy kullanmak icin kac yasinda olmaniz gerekiyor ? 18 yasinda

    47 Heeft Nederland één politieke partij of meer politieke partijen?
    47. Hollandada birtanemi parti var veya birden cokmu ? Birden cok

    48 Wat is de functie van deze man?
    48. Bu adamin isi ne ? Vali

    49 Is discriminatie strafbaar of toegestaan?
    49. Ayrimcilik serbestmi veya cezalandiricimi ? cezalandirici

    50 Hebben vrouwen méér rechten dan mannen of dezelfde rechten?
    50. Kadinlarin haklari erkeklerden fazlami veya esitmi ? Esit

    51 Mogen vrouwen in Nederland zelf kiezen met wie ze willen trouwen?
    51. Hollandadaki kandinlar eslerini kendi secme hakkina sahipmi ? Evet

    52 Is het discrimineren van homoseksuelen strafbaar of toegestaan?
    52. Escinselleri dislamak cezalandiricimi veya mumkunmu ? Cezalandirici

    53 Heeft Nederland één staatsgodsdienst of zijn er veel godsdiensten?
    53. Hollandada sadece bir din mi var veya birden fazlami ? Birden fazla dinler

    54 Zijn de kranten, radio en televisie vrij in hun mening?
    54. Gazeteler, Radyolar ve Televizyonlar dusunce ozgurlugune sahiblermi ? Evet

    55 Heeft Nederland veel televisiekanalen of is er één staatstelevisie?
    55. Hollandada cok Tv kanallarimi var veya birtane devlet kanalimi var ? Cok kanallar

    56 Is homoseksualiteit toegestaan of strafbaar?
    56. Escinsellik mumkunmu veya cezalandiricimi ? Mumkun

    57 Is wapenbezit zonder vergunning toegestaan of strafbaar?
    57. Ruhsatsiz silah bulundurmaya musade veriliyormu veya cezalandiricimi ? Cezalandirici

    58 Is vrouwenbesnijdenis toegestaan of strafbaar?
    58. Kadinlarin sunnet edilmesi musade veriliyormu veya cezalandiricimi ? Cezalandirici

    59 Is slaan van vrouwen toegestaan of strafbaar?
    59. Kadina siddete musade veriliyormu veya cezalandiricimi ? Cezalandirici

    60 Hebben alle mensen in Nederland hetzelfde geloof?
    60. Hollandadaki insanlar ayni dinemi sahip ? Hayir

    61 Welke taal spreken de mensen in Nederland?
    61. Hollandada hangi dil konusuluyor ? Hollandaca

    62 Is het belangrijk om snel Nederlands te leren?
    62. Hollandaca dilini cabuk ogrenmek onemlimi ? Evet

    63. Hollandaca dil dersinde ne ogreniyorsunuz ? Hollandaca
    63. Wat leert u in de Nederlandse taalles? 64 Moet u voor een taalcursus betalen of is het gratis?

    64 Moet u voor een taalcursus, betalen of is het gratis?
    64. Dilkursu odemelimi veya bedavami ? Odemeli

    65 Wie betaalt de taalcursus, de school of uzelf?
    65. Dilkursunu kim oduyor, Okulmu veya sizmi ? Ben kendim

    66 Gaan in Nederland alleen kinderen naar school of ook volwassenen?
    66. Hollandada sadece cocuklarmi okula gidiyor ve de yetiskinlerdemi ? Yetiskinderde

    67 Worden verjaardagen in Nederland gevierd?
    67. Dogum gunleri Hollandada kutlaniyormu ? Evet

    68 Als u bij iemand op bezoek gaat, maakt u dan meestal een afspraak of loopt u zomaar naar binnen?
    68. Ziyarete gittiginiz zaman, onceden randevu aliyormusunuz veya cat kapimi gidiyorsunuz ? Randevu aliyorum

    69 Opa's en oma's wonen die bij hun kinderen of wonen ze apart?
    69. Dedeler ve Nineler cocuklarinin yanlarindami yasiyorlar veya ayrimi yasiyorlar ? Ayri yasiyorlar

    70 Waarom is het goed om met kinderen naar de Nederlandse televisie te kijken?
    70. Cocuklarinla birlikte Hollanda Tvkanallarina izlemesi neden yararli ? Hollandaca dilini ogrenmek icin

    71 Wie is verantwoordelijk voor wat kinderen doen: de school of de ouders?
    71. Cocularin yaptiklarindan kimler sorumlu: Ailemi veya Okulmu ? Aile

    72 Hoe oud zijn de meeste kinderen als ze naar school gaan?
    72. Genelde cocuklar okula gittiklerinde kac yasinda oluyorlar ? 4 yasinda

    73 Vanaf welke leeftijd is onderwijs verplicht?
    73. Kac yasindan itibaren egitim zorunludur/mecburdur ? 5 yasindan itibaren

    74 Tot welke leeftijd is onderwijs verplicht?
    74. Kac yasina kadar egitim zorunludur/mecburdur ? 18 yasinda kadar

    75 Leren kinderen als ze spelen?
    75. Cocuklar oynarken ogreniyorlarmi ? Evet

    76 Wie kiest de school voor het kind: de ouders of de gemeente?
    76. Okullari cocuklar icin kimler seciyor: Ailemi veya Belediyemi ? Aile

    77 Zijn er op school aparte klassen voor jongens en voor meisjes of zitten ze samen in één klas?
    77. Kizlar ve erkekler icin ayri siniflarmi var veya hepsi bir siniftami ? Hepsi bir sinifta

    78 Dragen kinderen op school een uniform?
    78. Ogrenciler okullarda uniforma giyiniliyormu ? Hayir

    79 Wat doet de jongen achter de computer, leren of spelen?
    79. Bilgisayarin arkasindaki erkek cocuk ne yapiyor: ogreniyormu veya oyunmu oynuyor ? Ogreniyor

    Voortgezet onderwijs is dat voor kinderen vanaf vier jaar of vanaf twaalf jaar?
    80. Orta okul cocuklar icin kac yasindan itibaren basliyor: 4 yasindami veya 12 yasindami ? 12 Yasinda

    81 Gaan alle kinderen vanaf twaalf jaar naar hetzelfde soort onderwijs, of zijn er twee richtingen?
    81. 12 Yasindan itibaren butun cocuklar ayni tur egitimmi aliyorlar veya iki tur egitimmi var ? Iki tur egitim var

    82 Tot welke leeftijd moeten kinderen naar school?
    82. Kac yasina kadar cocuklar okula gidiyorlar ? 18 yasina kadar

    83 Vanaf welke leeftijd mogen jongeren hun eigen keuzes maken?
    83. Gencler kac yasindan itibaren kendi seceneklerini yapabilirler ? 18 yasindan itibaren

    84 Uzelf verzekeren tegen ziektekosten, is dat verplicht of vrij?
    84. Kendini sigortalatmak sigorta ucretlerine karsi mecburmudur veya serbestmidir ? Mecburdur

    85 Wie betaalt uw verzekering tegen ziektekosten: de gemeente of uw partner?
    85. Sigortanizi sigorta ucretlerine karsi kim karsiliyor: Devletmi esinizmi ? Esiniz

    86 Als u ziek wordt, waar gaat u dan naar toe? Naar de huisarts of naar het ziekenhuis?
    86. Hastalandiginizda nereye gidebilirsiniz: Hastaneyemi veya evdoktorunami ? Evdoktoruna

    87 Waar haalt men medicijnen op recept? Bij de drogist of bij de apotheek?
    87. Insanlar recetedeki ilaclari nerden aliyorlar: Eczanemi veya *Drogist* ? Eczane

    88 In noodgevallen, waar gaat u dan naar toe, naar het ziekenhuis of naar de drogist?
    88. Acil durumlarda nereye gidersiniz: Hastaneyemi veya *Drogist* ? Hastaneye

    89 Waar werken de meeste specialisten?
    89. Cogu tur uzmanlar nerde calisiyorlar ? Hastanede

    90 Voor wie is het consultatiebureau, voor grote kinderen of voor kleine kinderen?
    90. Cocuk danisik ve kontrol burosuna kimler gidiyor: Kucuk cocuklarmi veya buyuk cocuklarmi ? Kucuk cocuklar

    91 Wie werken er in Nederland, alleen mannen of mannen én vrouwen?
    91. Hollandada kimler calisiyorlar: sadece erkeklermi veya erkekler ve kadinlarmi ? Erkekler ve kadinlar

    92 Wanneer moet u werk gaan zoeken, zo snel mogelijk of later?
    92. Ne zaman is aramaniz gerekiyor, hemen mi veya ilerdemi ? Hemen

    93 Waar is steeds minder werk te vinden: in de industrie of in de zorg?
    93. Nerde gittikce az isciye ihtiyac bulunuyor: Sanayidemi veya Bakimdami ? Sanayide

    94 Waar is veel werk te vinden: in de landbouw of in de zorg?
    94. Nerde daha cok isciye ihtiyac bulunuyor: Tarimdami veya Bakimdami ? Bakimda

    95 Wat is makkelijker te vinden: werk in de beveiliging of in de landbouw?
    95. Hangi is turunde daha kolay is bulunabiliyor: Korumaliktami veya Tarimdami ? Korumalikta

    96 Hoe vindt u gemakkelijker werk, via familie of via de krant?
    96. Nasil hemen bir is bulabilirsiniz: aile vasitasiylami veya gazetelerdenmi ? Aile vasitasiyla

    97 Waar kunt u zich inschrijven als u werk zoekt, bij een school of bij een uitzendbureau?
    97. Is ariyorsaniz nereye yazilmaniz gerekiyor: Okulami veya Is bulma kurumunami ? Is bulma kurumuna

    98 Geeft men elkaar bij dit gesprek eerst een hand of gaat men direct zitten?
    98. Boyle bir is gorusmesinde once el mi verilir veya hemen oturulurmu ? Once el verilir

    99 Krijgt u in Nederland een uitkering of moet uw partner voor u zorgen?
    99. Hollandada yardimli bir gelirmi alacaksiniz veya esinizmi size bakmak zorunda ?
    Esim

    100 Is het leven in Nederland duur of goedkoop?
    100. Hollandadaki hayat/yasam pahalimi veya ucuzmu ? Pahalı
#24.03.2010 09:24 0 0 0
  • slm leyla bende daha sınava gırmedım calısıyorum ama gercek dedıklerıne katılıyorum ama buraya butun sınav sorularını kaydedecegım ve bılgı verecegım onlara bak sen insallah işine yarar
#24.03.2010 09:16 0 0 0
  • Arkadaslar nazeggena calısırken önce birkac kez yazıları takıp ederek calısın hem nasıl telafuz edıldıgını öğrenirsiniz hemde öyle daha kolay oluyor
#21.03.2010 12:53 0 0 0
#21.03.2010 12:50 0 0 0
  • Arkadaslar unuttum aynı zamanda hollandayıda tanıtabılırsınız zaten sınavın bırıncı bölümünde ki foto sorularına benzedigi için kolayca öğrenebilirsiniz basarılar

    Nederland ligt in Europa.
    Der buurlanden van Nederland zijn.Duistland en Belgié.
    De koningin heet Beatrix.
    De prins heet William Alexander en zijn vrouw heet prenses Maxima.
    De vier grote staden van Nederland zijn,
    Amsterdam,Roterdam,Den haag en Utrecht.
    Deze samen randstad genoemd.
#21.03.2010 12:39 0 0 0
  • Konu: korte vragen
    rica ederim ilk sen beyendin ve çok hoşuma gitti elimden geldigi kadar yazarım buraya yardımcı olurum sizlere
#21.03.2010 12:31 0 0 0
#21.03.2010 12:29 0 0 0
  • arkadaslar 1 temmuzda sınav degısecekmıs gercekten sınav daha zorlanacakmış almanyanın uyum sınavı gıbı olacakmıs hem yazılı hemde sözlü inanmıyanlar için www.vrom.nl adresine bakabilirsiniz ama allah hepimizin yardımcısı olsun herşey gittikçe zorlaşıyor
#19.03.2010 12:46 0 0 0
  • Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    abla (oudere) zus 1
    acaba ik vraag me af of, soms
    acele haast(ig)
    acı pijn, heet, bitter
    aç honger
    aç= openen
    açık open
    açıklama uitleg, verklaring
    ad naam
    ada eiland
    adres adres
    aferin goed zo!
    affet= vergeven
    afiyet olsun eet smakelijk!
    ağabey/abi (oudere) broer
    ağaç boom
    ağır zwaar, serieus
    ağız mond
    ağla= huilen
    ağrı= pijn doen (intr.)
    ağustos augustus
    ahlak zeden, moraal
    aile gezin
    ait behorend tot
    ak wit
    akciğer long
    akıl verstand
    akıllı verstandig, slim
    akraba familielid
    akşam avond
    al= halen, nemen
    alay ironie, spot, optocht
    alçak laag
    alış= wennen, gewend raken aan
    alıştırma oefening
    alışveriş boodschappen
    Allah God
    alt onder(kant)
    altı zes
    altın goud, gouden
    altmış zestig
    ama maar
    amaç doel, ideaal
    amca oom (van vaderskant)
    an moment, tel
    ana/anne moeder
    anahtar sleutel
    anayasa grondwet
    ancak pas, slechts
    anla= begrijpen
    anlaş= overeenkomen, afspreken
    anlat= vertellen, uitleggen
    anne moeder

    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands

    apartman flatgebouw
    aptal dom, idioot, stommeling
    ara tussenruimte, pauze
    ara= zoeken
    araba auto
    aralık hiaat, spatie, december
    arka achter(zijde)
    arkadaş vriend, vriendin
    armut peer
    artık (uit)eindelijk, voortaan, overblijfsel
    arzu wens, verlangen
    asansör lift
    asker militair, soldaat
    aşağı beneden, onder
    at paard
    at= (weg)gooien
    ata voorvader
    ateş vuur, koorts
    avukat advocaat
    ay maan, maand
    ayak voet
    ayakkabı schoen
    aydınlık (dag)licht, helderheid
    ayıp schande(lijk)
    ayır= splitsen, scheiden
    ayırt= uit elkaar halen, reserveren
    ayna spiegel
    aynı (de)zelfde, gelijk
    ayran yoghurtdrank
    ayrı apart
    ayrıl= scheiden, uit elkaar gaan
    az weinig
    azal= afnemen
    baba vader
    bacak been
    bağlı gebonden
    bahar voorjaar
    bahçe tuin
    bahset= praten over
    bak= kijken, verzorgen
    bakan minister
    bakım zorg, standpunt
    bakkal kruidenier
    baklava zoet gebak van bladerdeeg
    balık vis
    balkon balkon
    banka bank
    banyo badkamer
    bardak glas
    barış vrede
    bas= drukken, betreden
    baş hoofd, kop
    başar= slagen, lukken

    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands

    başbakan premier
    başka ander
    başkent hoofdstad
    başla= beginnen
    başvuru aanvraag
    bat= ondergaan (zon)
    batı westen
    bavul koffer
    bay/bey heer
    bayan vrouw
    bayıl= flauwvallen
    bayrak vlag
    bazen soms
    bazı sommige
    bebek baby
    beğen= bevallen, aanstaan, mogen
    bekar ongehuwd, vrijgezel
    bekle= wachten
    belediye gemeente
    belge document
    belki misschien
    belli blijkbaar, duidelijk
    ben ik, moedervlek
    benzer gelijk, soortgelijk
    benzin benzine
    beraber gezamenlijk, samen
    berber kapper, barbier
    beri sinds
    beş vijf
    bey (mijn)heer
    beyaz wit
    beyefendi (mijn)heer
    bıçak mes
    bırak= opgeven, (los)laten
    biber peper, paprika
    bil= weten
    bile zelfs
    bilet lot, biljet, ticket
    biletçi kaartjesverkoper
    bilgi informatie, kennis
    bilgisayar computer
    bin duizend
    bin= instappen, bestijgen
    bina gebouw
    bir een, één
    bira bier
    biraz een beetje
    biri iemand
    birleşik verenigd
    birlik eenheid
    bisiklet fiets
    bit= eindigen, aflopen
    bitir= beëindigen, afmaken
    3
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    biz wij
    bluz blouse
    boğaz keel, zeestraat
    bol veel, overvloedig
    borç schuld, lening
    boş leeg
    boy lengte, lichaam
    boyun hals, nek
    boz= kapot maken
    bozuk kapot
    bölge gewest, regio, gebied
    bölüm gedeelte, hoofdstuk
    börek gebak van bladerdeeg
    böyle zo, op deze wijze
    bu dit, deze
    buçuk half (klokkijken)
    bugün vandaag
    bul= vinden
    bulun= zich bevinden
    buluş= elkaar ontmoeten
    bulut wolk
    burada hier
    burun neus
    buyur= bevelen, verordenen
    buz ijs
    buzdolabı koelkast
    büro bureau, kantoor
    bütün geheel
    büyük groot
    cadde straat
    cami moskee
    can ziel, leven
    canım mijn liefje, schatje, mijn beste
    canlı levend, levendig, beweeglijk
    ceket colbert
    cennet hemel, paradijs
    cep zak
    cevap antwoord
    cuma vrijdag
    cumartesi zaterdag
    cumhuriyet republiek
    cümle zin
    çabuk snel
    çağdaş hedendaags
    çağır= roepen
    çal= bespelen, stelen
    çalış= werken
    çalışkan ijverig
    çalışma werk
    çanta tas
    çare oplossing
    çarp= botsen, vermenigvuldigen
    çarşamba woensdag
    4
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    çarşı winkelstraat, bazaar
    çatal vork
    çay thee
    çek= trekken
    çeşit type, soort
    çevir= omdraaien, vertalen
    çevre omgeving, milieu
    çeyrek kwart
    çık= verlaten, uitkomen
    çıkar= uittrekken, aftrekken
    çıkış uitgang
    çiçek bloem
    çiftlik boerderij
    çikolata chocolade
    çirkin lelijk
    çizgi streep, lijn
    çocuk kind
    çok veel
    çorap sok, kous
    çorba soep
    çünkü want
    dağ berg
    daha nog
    daima altijd, voortdurend
    daire cirkel, bureau, appartement
    dakika minuut
    damat bruidegom, schoonzoon
    dans dans
    dar smal
    davet uitnodiging
    dayı oom (moederskant)
    de= zeggen
    dede opa
    defa keer, maal
    defter schrift
    değer waarde
    değil niet
    değiş= veranderen
    değişik verschillend, anders
    delik gat
    dene= (uit)proberen
    deniz zee
    derece niveau, graad
    derhal ogenblikkelijk, onmiddellijk
    derin diep
    ders les
    dert pijn, lijden
    devam voortzetting, vervolg
    devlet staat
    dış buiten(kant), uiterlijk
    dışarı buiten
    diğer overige, andere
    dikkat aandacht
    5
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    dil taal, tong
    dile= verzoeken, wensen
    din geloof, religie
    dinle= luisteren
    dinlen= (uit)rusten
    diş tand
    doğ= geboren worden
    doğa natuur
    doğal natuurlijk
    doğru juist, direct
    doğu oosten
    doğum geboorte
    doksan negentig
    doktor dokter
    dokuz negen
    dolap kast
    dol= vullen
    dolaş= ronddolen, zwerven
    dolmuş minibus, gedeelde taxi
    dolu vol
    domates tomaat/en
    dondurma ijs
    dost vriend
    dosya dossier
    doy= verzadigd zijn
    dön= draaien, terugkomen
    dönüş terugkeer
    dört vier
    dudak lip
    dur= stilstaan, stoppen
    durak halte
    durum toestand
    duş douche
    duvar muur
    duy= horen, vernemen, voelen
    duygu gevoel
    düğün bruiloft
    dükkan winkel
    dün gisteren
    dünya wereld
    düş= vallen
    düşman vijand
    düşün= denken
    düz glad, plat
    eczane apotheek
    efendi heer
    efendim pardon, wat zegt u?, wat wilt u?, (bij het opnemen van de
    telefoon:) hallo met wie spreek ik?
    eğer als
    eğitim onderwijs
    eğlen= zich vermaken
    eğlence plezier, vermaak
    ek= planten, zaaien
    6
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    ekim oktober
    ekmek brood
    eksik tekort, onvoldoende
    ekşi zuur
    el hand
    elbette natuurlijk, toch
    elbise jurk, gewaad
    elçi ambassadeur, gezant
    elektrik elektriciteit
    elli vijftig
    elma appel
    emekli gepensioneerd
    emin zeker
    en meest, breedte
    enerji energie
    erkek man
    erken vroeg
    ertesi volgend
    eser werk
    eski oud
    eş wederhelft, partner
    eşya dingen, spullen, huisraad
    et vlees
    et= doen
    etek rok
    etraf omgeving
    ev huis
    evet ja
    evlen= trouwen
    evli gehuwd
    evvel voordat
    evvela aanvankelijk
    eylem actie, handeling
    eylül september
    fabrika fabriek
    faiz rente
    fakat maar
    fakir arm
    faks fax
    fakülte faculteit
    fark verschil
    fayda nut
    fazla (te) veel
    felaket ramp, tegenslag
    fena slecht, erg
    fırın oven, bakkerij
    fiil werkwoord
    fikir idee, gedachte
    film film
    fincan kopje
    fiyat prijs
    fotoğraf foto
    garaj garage
    7
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    galiba kennelijk, waarschijnlijk
    garson ober
    gazete krant
    gazeteci journalist
    gazino nachtclub
    gece nacht
    geç laat
    geç= langskomen, oversteken, voorbijgaan
    geçen vorig
    geçir= doorbrengen
    gel= komen
    gelecek komende
    gelin bruid, schoondochter
    geliş= ontwikkelen
    gemi schip
    genç jong, jeugdig, tiener
    gene (al)weer
    genellikle in het algemeen
    geniş breed
    gerçek waarheid
    gerek nodig, noodzakelijk
    gerek= nodig/noodzakelijk zijn
    geri terug
    getir= (mee)brengen
    gez= wandelen, bezichtigen
    gibi als, zoals
    gidiş vertrek
    gir= binnengaan
    giriş entree, binnenkomst
    gişe loket
    git= gaan
    giy= aantrekken, kleden
    giyin= zich aankleden
    göğüs borst
    gök hemel
    göl meer (water)
    gömlek overhemd
    gönder= sturen
    gör= zien
    göre volgens
    görev plicht
    görüş= (be)spreken
    götür= wegbrengen
    göz oog
    gözlük bril
    gram gram
    güç macht, kracht
    gül roos
    gül= lachen
    gün dag
    günaydın goedemorgen
    güneş zon
    güney zuiden
    8
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    gündüz overdag
    günlük dagelijks
    gürültü lawaai
    güt= hoeden
    güzel mooi
    haber nieuws
    hafif licht
    hafta week
    hak recht
    hakikaten inderdaad, werkelijk
    haklı gelijk
    hal toestand
    hala tante (van vaderskant)
    hâlâ nog steeds
    halbuki echter, niettegenstaande
    halı (vloer)kleed, tapijt
    halk volk
    hangi welke
    hanım dame, vrouw
    hanımefendi mevrouw
    hani waar, welnu, waar dan, je weet wel
    hareket beweging, vertrek
    harita landkaart
    harp oorlog
    hasta ziek, zieke
    hastabakıcı ziekenverzorg(st)er
    hastane ziekenhuis
    hat traject, linie, calligrafie
    hatırla= zich herinneren
    hava lucht, weer
    havaalanı luchthaven
    hayat leven
    haydi kom op!
    hayır nee, weldaad
    hayvan dier
    haz genot
    hazır gereed, af, klaar
    hazırla= (voor)bereiden, klaarmaken
    hazine schat, schatkist
    haziran juni
    hediye cadeau
    hele vooral
    hem hem zowel als, bovendien
    hemen meteen
    henüz nog, tot nog toe
    hep alle, altijd
    her iedere
    her halde in ieder geval, waarschijnlijk
    herkes iedereen
    hesap rekening
    heyecan opwinding, sensatie
    hırsız dief
    hışırtı geritsel
    9
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    hız snelheid
    hiç (n)iets
    hikaye verhaal
    hisset= voelen
    hoca leraar
    hoş leuk, fijn, prettig
    hükümet regering
    hürriyet vrijheid
    ısmarla= bestellen
    ışık licht
    iç inwendig, innerlijk, binnen(zijde)
    iç= drinken
    içecek drank
    içeri binnen
    için voor, ten behoeve van
    içki alcoholische drank
    idare bestuur, administratie
    ihtiyaç behoefte
    ihtiyar bejaard, oud
    iki twee
    iklim klimaat
    ilaç medicijn
    ile met, en
    ileri naar voren, voorwaarts
    ilginç interessant
    ilk eerste
    ilkbahar voorjaar, lente
    imza handtekening
    imzala= ondertekenen
    in= landen, zakken, dalen, uitstappen (bus)
    inan= geloven
    ince dun, mager, tenger
    insan mens
    inşallah als God het wil
    iptal opzegging
    ise als is
    isim naam
    iskele aanlegplaats
    istasyon station
    iste= willen
    istek wens, eis
    iş werk, zaak
    işçi arbeider
    işit= horen
    işte kijk eens hier!, zie daar!
    it= duwen
    iyi goed
    iyilik goedheid
    izin verlof, toestemming, vakantie
    izle= volgen
    kabul acceptatie, erkenning, aanvaarding
    kaç hoeveel
    kaç= vluchten, ontsnappen
    10
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    kadar in de mate van
    kadın vrouw
    kağıt papier
    kahvaltı ontbijt
    kahve koffie, koffiehuis
    kahverengi bruin
    kalabalık druk, menigte
    kal= blijven
    kaldır= optillen
    kale kasteel
    kalem pen, potlood
    kalın dik
    kalk= opstaan
    kalorifer verwarming
    kalp hart
    kan bloed
    kanun wet
    kapa= dichtdoen, sluiten
    kapı deur
    kapıcı portier, conciërge
    kar sneeuw
    kara zwart
    karakol politiebureau
    karanlık donker, duisternis
    karar beslissing
    kardeş broer, zus (jonger in leeftijd)
    karı echtgenote, vrouw, (negatief: wijf)
    karın buik
    karış= bemoeien
    karışık doorelkaar, gemengd, rommelig
    karşı tegen
    karşıla= tegemoetgaan, verwelkomen, ophalen
    kasap slager
    kasım november
    kaş wenkbrauw
    kaşık lepel
    kat verdieping
    kâtip schrijver, klerk, griffier
    kavga ruzie
    kavun (suiker)meloen
    kaybet= kwijtraken
    kaynak bron, las
    kazan= winnen, verdienen
    kazanç winst, verdienste
    kebap geroosterd vlees
    kedi kat
    kelime woord
    kendi zelf
    kent stad
    kere keer
    kes= snijden, knippen, slachten
    keyif vreugde
    kır= breken, kwetsen
    11
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    kırk veertig
    kırmızı rood
    kısa kort
    kısım deel
    kış winter
    kıyı oever
    kıyma gehakt
    kız meisje, dochter
    kız= boos worden
    kızıl rood
    kibrit lucifer
    kilise kerk
    kilim vloerkleed
    kilo kilo
    kilometre kilometer
    kim wie
    kimlik identiteit(sbewijs)
    kimse (n)iemand
    kira huur
    kişi persoon
    kitap boek
    koca echtgenoot, man
    kol arm (lichaamsdeel)
    kolay eenvoudig
    koltuk stoel
    komşu buur
    konferans conferentie
    konser concert
    konsolos consul
    konu onderwerp
    konuş= spreken
    konuşma gesprek, voordracht
    kork= bang zijn
    koş= rennen
    koy= (neer)leggen, (neer)zetten
    koyu dik, stijf, donker
    koyun ooi, schaap
    köfte gehaktbal
    kömür steenkool
    köpek hond
    köprü brug
    köşe hoek
    kötü slecht
    köy dorp
    köylü dorpeling
    kulak oor
    kullan= gebruiken
    kum zand
    kumaş stof
    kur= oprichten, stichten
    kurtar= redden
    kuru droog
    kuş vogel
    12
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    kutla= feliciteren
    kutu doos
    kuvvet kracht, macht
    kuzey noorden
    küçük klein
    kütüphane bibliotheek
    lamba lamp
    lazım nodig, benodigd
    lezzetli smakelijk, lekker
    liman haven
    limon citroen
    lira Turkse lire
    lise lyceum
    lokanta eethuisje, restaurant
    lütfen alstublief
    maalesef helaas
    maaş loon, salaris
    madem aangezien
    maden delfstof
    mahalle wijk
    makale artikel
    makina machine
    mal goed, waar, eigendom
    mana betekenis
    manav groenteboer
    manzara uitzicht, scène
    mart maart
    masa tafel
    masraf uitgave
    maşallah prima! fantastisch! schitterend!
    mavi blauw
    mayıs mei
    meclis Tweede Kamer, parlement
    mektup brief
    memleket vaderland, landstreek (waar iemand vandaan komt)
    memnun tevreden
    memur ambtenaar
    mendil zakdoek
    merak nieuwsgierigheid
    merdiven trap
    merhaba goedendag, hallo
    merkez centrum
    mesele kwestie
    meşgul bezig, bezet
    meşhur bekend, beroemd
    metre meter
    mevsim jaargetijde
    meydan plein
    meyva/e vrucht, fruit
    mezun ol= gediplomeerd zijn, afgestudeerd zijn
    millet natie, volk
    milyar miljard
    milyon miljoen
    13
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    mimar architect 690
    misafir gast
    mor paars, violet
    mutfak keuken
    mutlu gelukkig
    müddet duur, poos
    müdür directeur
    mühendis ingenieur
    mühim belangrijk
    mümkün mogelijk
    müracaat aanzoek, aanvraag
    müsaade verlof, permissie
    müslüman moslim
    müşteri klant
    müze museum
    müzik muziek
    nasıl hoe
    ne wat
    neden waarom, reden
    nehir rivier
    nerede waar
    nereli waarvandaan afkomstig
    niçin waarom
    nisan april
    nişanlı verloofd
    niye waarom
    nokta punt
    normal normaal
    numara nummer
    o hij/zij/het, die, dat
    ocak januari, fornuis
    oda kamer
    odun (brand)hout
    ofis kantoor, bureau
    oğlan jongen, zoon
    oğul zoon
    oku= lezen
    okul school
    ol= worden, gebeuren, zijn
    olanak mogelijkheid
    omuz schouder
    on tien
    onlar zij (3e persoon meervoud)
    ordu leger
    orta midden
    otel hotel
    otobüs bus
    otomobil auto
    otur= zitten, wonen
    otuz dertig
    oyna= spelen
    oyun spel
    öbür de andere
    14
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    öde= betalen 743
    ödev taak
    öğle middag
    öğren= leren
    öğrenci student
    öğret= onderwijzen
    öğretmen onderwijzer
    öl= doodgaan
    ölçü maat
    ölüm overlijden
    ömür levensduur
    ön voor(zijde)
    önce eerst
    önem belang
    önemli belangrijk
    öp= kussen
    örtü kleed, bedekking
    öyle zo, op die manier
    öz eigen
    özel speciaal
    özgür onafhankelijk, vrij
    özür excuus
    pahalı duur
    paket pakket
    palto (winter)jas
    pansiyon pension
    pantalon, pantolon pantolon
    para geld
    parça deel
    park park
    parlak schitterend, glimmend
    parmak vinger
    pasaport paspoort
    pasta taart
    patates aardappel(len)
    patron baas
    pazar zondag, markt
    pazartesi maandag
    peki zeer goed
    pembe roze
    pencere raam
    perde gordijn
    perşembe donderdag
    peynir kaas
    piknik picknick
    pilav rijstgerecht
    pis vies, smerig
    piş= koken, gaar worden
    pişir= koken, bereiden
    plaj strand
    polis politie
    portakal sinaasappel
    posta post
    15
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    postane postkantoor 796
    profesör professor
    pul postzegel, zegel
    radyo radio
    raf plank, rek
    rağmen ondanks
    rahat rustig
    rahatsız onrustig, ongerust
    rakı alkoholische anijsdrank, raki, "ouzo"
    randevu afspraak
    reçel jam
    renk kleur
    resim tekening, schilderij
    rica verzoek
    rüzgâr wind
    saat uur, klok, horloge
    sabah ochtend
    saç haar
    sade simpel
    sağ rechts
    sağlık gezondheid
    saha veld
    sahi strikt, echt
    sahip eigenaar
    salata salade
    salı dinsdag
    salon (huis)kamer
    san= vermoeden, denken
    sandalye stoel
    sanki alsof
    saray paleis
    sarı geel
    sat= verkopen
    satıcı verkoper
    satın al= kopen
    savaş oorlog, strijd
    say= tellen
    sayfa bladzijde, pagina
    sayın geachte
    sebep oorzaak
    sebze groente
    seç= uitzoeken
    sefer keer
    sekiz acht
    sekreter secretaresse
    seksen tachtig
    selam groet
    sen jij
    sene jaar
    serbest vrij
    sergi tentoonstelling
    serin koel
    sert hard
    16
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    ses geluid
    sev= houden van
    sevgili lieve
    sevin= blij zijn
    sevinç vreugde
    seyahat reis
    seyret= toekijken, bekijken, (televisie) kijken
    sıcak warm
    sıfır nul
    sık vaak, veelvuldig
    sınav examen
    sınıf klas
    sıra rij, volgorde
    sigara sigaret
    simit rond broodje met sesamzaadjes
    sinema bioscoop
    siyah zwart
    siz jullie, u
    soğan ui, (bloem)bol
    soğuk koud
    sokak straat
    sol links
    son einde
    sonbahar najaar, herfst
    sonra later, daarna
    sor= vragen
    soru vraag
    sorun kwestie, probleem
    soyadı achternaam
    söyle= zeggen
    söz woord, belofte, uitspraak
    sözlük woordenboek
    spor sport
    su water
    sus= zwijgen
    sür= (be)sturen, smeren, duren
    süt melk
    şair dichter
    şaka grap
    şapka hoed
    şarkı liedje
    şart voorwaarde
    şaş= verbaasd zijn
    şaşır= zich verwonderen
    şehir stad
    şeker suiker
    şekerli met suiker, gesuikerd
    şemsiye paraplu
    şey ding, iets, dinges
    şiir gedicht
    şikayet klacht
    şimdi nu
    şirket firma
    17
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    şiş opgezwollen
    şişe fles
    şoför chauffeur
    şöyle zo, als volgt
    şu die/dat daar
    şubat februari
    tabak bord
    tabii natuurlijk
    tahsil opleiding, studie
    tahta hout, plank, schoolbord
    taksi taxi
    takvim kalender
    tam precies, geheel
    tamam af, klaar!, akkoord!
    tane stuk(s)
    tanı= kennen
    tanış= kennismaken
    Tanrı God
    taraf kant, zijde, partij
    tarih geschiedenis
    taş steen
    taşı= dragen
    taşın= verhuizen
    tatil vakantie
    tatlı lekker, zoet, lief
    tavuk kip
    taze vers
    tebrik felicitatie, gelukwens
    tehlike gevaar
    tek enig, enkel
    teklif aanbod, voorstel
    tekrar herhaling, weer
    takrarla= herhalen
    telefon telefoon
    televizyon televisie
    tembel lui
    temiz schoon
    temizle= schoonmaken
    temmuz juli
    tepe heuvel
    tercih voorkeur
    tercüme vertaling
    terzi kleermaker
    teşekkür dank
    teyze tante (van moederskant)
    tıraş het scheren
    tiyatro theater
    top bal
    topla= verzamelen
    toplantı vergadering, bijeenkomst
    toprak aarde
    tren trein
    tuhaf vreemd, eigenaardig
    18
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    turist toerist
    turistik toeristisch
    tut= (vast)houden
    tuvalet toilet
    tuz zout
    tuzlu zout, gezouten
    ucuz goedkoop
    uç= vliegen
    uçak vliegtuig
    ufak klein
    uğra= langsgaan
    ulus natie
    um= hopen
    unut= vergeten
    uyan= wakker worden
    uygun gepast
    uyku slaap
    uyu= slapen
    uzak ver
    uzun lang
    üç drie
    ülke land
    ümit hoop
    üniversite universiteit
    ünlü bekend, beroemd
    üst, üzer boven(zijde)
    üz= bedroeven
    üzere op, om
    üzül= verdriet hebben
    üzüm druif
    vakit tijd
    vali gouverneur
    vapur boot (pont in Istanbul)
    var= aankomen
    var aanwezig, er zijn, hebben
    vatan vaderland
    vazgeç= afzien van, opgeven
    vaziyet omstandigheid
    ve en
    ver= geven
    veya of
    vur= slaan
    ya of
    yabancı vreemd, vreemdeling
    yağ= neervallen
    yağ olie
    yağmur regen
    yahut of
    yak= aansteken
    yakın nabij, dichtbij
    yakıt brandstof
    yalan leugen
    yalnız alleen, echter
    19
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands
    yan zij, zijkant
    yan= branden
    yanak wang
    yani namelijk, met andere woorden, dat wil zeggen
    yanlış fout
    yap= maken, doen
    yaprak blad
    yardım hulp
    yarı half
    yarım half, helft
    yarın morgen
    yasak verboden
    yastık kussen
    yaş leeftijd, vocht
    yaşa= leven
    yaşlı oud
    yat= gaan liggen, naar bed gaan
    yatak bed
    yavaş langzaam
    yaz zomer
    yaz= schrijven
    yazar schrijver
    yazı geschrift
    yazık helaas
    ye= eten
    yedi zeven
    yeni nieuw
    yer grond, plaats
    yeşil groen
    yet= voldoende zijn
    yetiş= op tijd zijn
    yetmiş zeventig
    yıka= wassen
    yıkan= zich wassen
    yıl jaar
    yine toch, weer
    yirmi twintig
    yiyecek etenswaar
    yoğurt yoghurt
    yok afwezig, er niet zijn, nee
    yoksa anders
    yol weg, manier
    yolcu reiziger
    yolculuk reis, tocht
    yolla= zenden, sturen
    yorgun moe
    yorul= moe worden
    yönetici bestuurder
    yönetim leiding
    yumurta ei
    yumuşak zacht
    yurt vaderland, (studenten)huis
    yüksek hoog
    20
    Basiswoordenlijst Turks-Nederlands

    yüksel= (op)stijgen
    yürü= lopen, wandelen
    yüz honderd, gezicht
    yüz= zwemmen
    zahmet moeite
    zaman tijd
    zarar schade
    zarf envelop
    zaten trouwens
    zavallı arme stumper
    zayıf zwak, mager
    zengin rijk
    zeytin olijf
    zil bel
    ziyaret bezoek
    zor moeilijk
#08.03.2010 13:36 0 0 0
  • http://www.ulusalgazeteler.com/basvuru_ ... sozluk.htm
    Hemen çevir - İngilizce- Türkçe online çeviri aracı.2kb'ya kadar olan İngilizce metinlerinizi online olarak Türkçe'ye çevirebilirsiniz.

    Zargan - Türkçe - İnglizce, İngilizce Türkçe sözlük, 435.860 entries, Ücretsiz üyelik gerektiriyor.

    Sesli sözlük - Türkçe-İngilizce, İngilizce-Türkçe sözlük.

    Sözlük - Türkçe - İngilizce, Türkçe Almanca, Ingilizce-Turkce, Almanca-Turkce sozluk.

    TurkDotnet - Turkce, ingilizce sozluk.

    Almanca Türkçe,Türkçe Almanca sözlükler
    Langtolang.com - Almanca Turkce,Turkce Almanca online sozluk

    Mydictionary.com - Türkisch Deutsches wörterbuch

    Sozluk.de - Almanca Türkçe sözlük

    Sozluk.web.tr - Almanca Turkçe,Türkçe almanca sözlük

    Türkçe sözlükler
    Türk Dil Kurumu - Türkçe Sözlük http://www.tdk.gov.tr/sozluk.html

    Türk Dil kurumu - Kişi adları sözlüğü tdk.org.tr/adsozlugu

    Halıcı Bilgi İşlem A.Ş - Türkçe sözlük

    Ekonomi sözlükleri
    TCMB Ekonomi sözlüğü - Türkiye Cumhuriyeti Merkez Bankasının hazırladığı geniş içerikli ekonomi terimleri sozlüğü.

    NTVMSMBC Ekonomi sozlugu - Aranabilir ekonomi sozlugu.

    Ekonomik Terimler sözlüğü - Amerikan Elçiliğinin hazırladığı ekonomik terimler sozlugu.

    Hisse.Net Finansal sözlük - Özellikle Borsa terimleri ve anlamlarını bulabileceğiniz bir ekonomi sözlüğü.

    Mevzuat.com - Ticari terimler sözlüğü, uluslararası terim ve kısaltmaların anlamları.

    Bilişim, internet sözlükleri
    TEB - Türkiye Bilişim Derneği - Türkiye Bilişim Derneği (TBD) terim kolunun iki yıl süren çalışmalarının birinci aşamasının sonucu olarak Mayıs 1996'da Bilişim Terimleri Sözlüğü Türk bilişim toplumuna kazandırılmıştı. Bu sözlük, üç bini aşkın terim ve sözcüğün Türkçe karşılıklarından oluşmaktaydı. TBD Web sayfasının açılmasıyla, Mart 1999'dan itibaren, Bilişim Terimleri Sözlüğü artık İnternet'ten de erişilebilmektedir.

    Fonksiyonel Bilişim Sözlüğü - Aranabilir, harf sırasına göre kelime kategorileri bulunan bilişim sözlüğü.

    İTÜ - İstanbul Teknik Üniversitesi Bilişim Enstitüsü - Türkçe - İngilizce, İngilizce - Türkçe bilişim sözlüğü.

    E3tem.com Teknik terimler sözlüğü - Alfabetik Bilgisayar terimleri sözlüğü

    Internet kısaltmaları sozlugu - İnternet'te sıkça kullanılan kelimelerin anlamları.

    Internet terimleri sözlüğü - Gül Net'in hazırladığı internet sözlüğü.

    PC Akademi internet sözlüğü - PC :Magazin Türkiye'nin hazırladığı sözlük.

    PClabs Teknoloji Terimleri sözlüğü - PC Labs bilgisayar dergisinin yayınladığı sözlük.

    Tıp Sozlugu
    Hekimce.com Tıp sözlüğü - Aranabilir tıp terimleri sözlüğü.

    Hipokrat Sağlık sözlüğü - Alfabetik olarak sıralanmış saglik terimleri sozlugu.

    Sağlık Platformu online tıp terimleri sözlüğü - Hastalıkların ve tıp terimlerinin anlamlarının bulunabileceği web sayfası.

    Medikal sözlük - Sağlık bilgileri, tıp terimleri, hastalıklar sözlüğü.

    Diğer sözlükler
    Adalet bakanlığı Hukuk sözlüğü - Alfabetik olarak listelenmiş hukuk terimleri.

    Hukuki.Net Hukuk sözlüğü - Hukuk ile ilgili yüzlerce terim ve anlamları.

    ArabaDergisi.com Otomobil terimleri sözlüğü - Otomobil terimleri, anlamaları ve kullanımı konusunda bilgiler içeren bir site.

    CelikNet Otomobil Terimleri sozlugu - Alfabetik dizin ve aranabilir binlerce otomobil terimi ve anlamları.

    Türkçe - Lazca sözlük - Kaynak olarak, İ.A.Bucaklişi ve Hasan Uzunhasanoğlu tarafından hazırlanıp Akyüz Yayıncılık tarafından yayınlanan "Lazuri-Turkuli Nenapuna" sözlüklerini kullanan bir site.

    Yemek sözlüğü - AfiyetOlsun.com tarafından yayınlanan sanal yemek sözlüğü.

    KuraniKerim.com Dini terimler sözlüğü - Başharfleri'ne göre sıralanmış Kuranı Kerim'de geçen terimler sozlugu.

    Hadisi şerifler sozlugu - Hadisi şerifler için açıklamaların bulunduğu bir site.

    Dini terimler sözlüğü - Ihlasnet'in hazırladığı dini terimler sozlugu.

    Tekstil terimleri sozlugu - Tekstilteknik.com 'un tekstil terimleri sözlüğü.

    Genetik sozluk - Genetik Bilimi sitesinin hazırladığı, genetik/biyolojik sözlük.

    Türkü sözlüğü - Turkular.com sitesinin Türkü sözlüğü.

    Astroloji sozlugu - Astrolojist.com'un yayınladığı asrtoloji terimleri sözlüğü.

    Çeviri araçları
    Web sayfalarını url adreslerini yazarak İngilizce, Almanca, İspanyolca, Fransızca, Portekizce,İtalyanca, Flemenkçe, Çince'ye çevirmek için aşağıdaki siteleri kullanabilirsiniz.

    Hemen çevir - İngilizce- Türkçe online çeviri aracı.2kb'ya kadar olan İngilizce metinlerinizi online olarak Türkçe ye çevirebilirsiniz

    World Lingo - 13 dilde online internet sitesi çevirisi.

    Free Translation - Bedava basit çeviri.Türkçe'ninde bulunduğu 12 dilde profesyonel ücretli çeviri.

    Google Translator - İngilizce, Almanca, İspanyolca, Fransızca, Portekizce,İtalyanca dilleri arasında ücretsiz tercüme.

    Altavista -Babel Fish Translation - İngilizce, Almanca, İspanyolca, Fransızca, Portekizce,İtalyanca, Flemenkçe, Yunanca, Korece, Japonca, Çince dilleri arasında ücretsiz tercüme.

    Langtolang Translators - Aralarında Türkçe'ninde bulunduğu 42 dilde çeviri yapabilen ücretli pocket translator


    http://sozluk.ihya.org/lugat.php?t2=sozluk&kn=3

    tip sozluk link bakiniz
    http://search.live.com/results.aspx?mkt ... ORM=TOOLBR
#07.03.2010 13:36 0 0 0
  • Konu: korte vragen
    kısa sorular
    001 Peter 18 yaşında ve John 20 yaşında olan eski mi?
    Ocak

    002 gece ... bir karanlık veya ışık?
    Koyu

    003 1 dakika kaç saniye o?
    60

    004 1 saat ... kaç dakika var?
    Dört

    005 1 saat ... kaç dakika o?
    60

    006 1 saat ... 60 dakika veya 60 saniye mi?
    60 dakika

    007 2 gün ... kaç saattir bu?
    48

    Ahmed Ali 008 az olduğunda ... Kim uzun nedir?
    Ali

    009 Eğer bir şey pahalı olduğunu çok veya az para ödemek gerekir?
    Çok

    010 Eğer bir şey kolay, öyle kolay ya da zor?
    Kolay

    011 Eğer bir şey kolaydır ... olup, kolay ya da zor?
    Kolay

    012 ne zaman bir şey karmaşık, öyle kolay ya da zor?
    Zor

    013 Eğer bir şey kaynar ise, bir sıcak veya soğuk?
    Sıcak

    Eğer bir 014 daha sonra izin ya da yasak?
    Izin verilmiş

    015 Eğer göremiyorum veya duymak kör am?
    Görülmesi

    016 ne zaman kızgın kulüpler ... Daha sonra gülmek?
    Hayır

    017 When I'm sad, ben mutluyum?
    Hayır

    018 Eğer 100 yıl konum ... you are young?
    Hayır

    019 Eğer yoksul size çok veya az para var mı?
    Birkaç

    Eğer büyük bir aileniz varsa 020 olmanız veya az sayıda çocuk kadar?
    çok

    021 Eğer seyahat, evde kalmak ya da go away?
    Yol

    022 Eğer zengin konum ya da çok veya az para?
    Çok

    023 Eğer çay seti, sonra sıcak su kullanımı veya soğuk su kullanılır?
    sıcak

    024 Eğer parmaklarınızı yanma ve acı da iyidir?
    Acı

    025 ne zaman güneş iyi bir hava veya kötü hava parlar?
    Güzel

    026 sağlıklı veya hasta eğer gribi var mı?
    Hasta

    027 ne zaman seni küçük konum büyük misiniz?
    Hayır

    Yaklaşık 028 ... ve tüm?
    Hayır

    029 Kör ... Bu aksine sağır nedir?
    Evet

    030 size kat ayaklarınızın veya omuzlarında mı?
    Yüklenmek

    031 başınızı bir kap var mı?
    Evet

    032 veya ışık mı?
    Kadar

    033 Do you like açık veya koyu?
    Kadar

    034 sizin karanlık veya ışığı görüyor musunuz?
    Kadar

    035 ellerinizi üzerinde çorap koy?
    Hayır

    036 sizin içinde veya dışındaki bir ceket giyiyor musunuz?
    Outdoor

    Iki tekerlek veya dört tekerleği var 037 araba,?
    Dört

    038 yarım saat ... kaç dakika o?
    30

    039 A kuzeni ... o bir erkek veya bir kadın?
    Adam

    040 size sabah kahvaltı mı?
    Evet

    041 bir nehir veya bir yol içinde bisikletle?
    Yol

    042 Whispering ... Bu yumuşak nedir?
    Evet

    043 hızlı bir salyangoz mu veya yavaş?
    Yavaş

    044 gösterir bir öğretmen ders?
    Evet

    045 Sağlıklı ... sağlıksız aynıdır?
    Hayır

    046 sizi yemek için sıcak su gerekir mi?
    Evet

    047 bir adam beden mi?
    Evet

    048 deniz tuzu veya tatlı su mu?
    Tuz

    049 bir araba tekerleği mi?
    Evet

    050 ağaç yaprağı mu?
    Evet

    051 bir evin oturma odası mı?
    Evet

    052 aslan bacak veya ayak mu?
    Bacaklar

    053 bir adam sakalı mı?
    Evet

    054 bir adam iki ayağı veya üç ayağı vardır?
    Iki

    055 bir adam mı dört veya iki ayak?
    Iki

    056 bir adam beş el veya iki eli mi?
    Iki

    057 gözü bir adam mı?
    Hayır

    Bir at mı 058 metre ya da bacaklar?
    Bacaklar

    059 üç ya da altı renk bir trafik mi?
    Üç

    060 Has üç ya da altı trafik ışıkları?
    Üç

    061 12 saattir ... yaklaşık yirmi dakika idi?
    10 yarı 1 için

    062 It is now dokuz saat ... yarım saatte?
    Yarım 10

    063 Şimdi Ekim'de ... önümüzdeki ay bu?
    Kasım

    064 Şimdi iki saat ... dörtte bir ...?
    Çeyrek iki

    065 Şimdi Cuma is ... Geçen gün o?
    Çarşamba

    066 Şimdi Çarşamba günkü ... dün oldu ...?
    Salı

    067 Şimdi altı saat ... yaklaşık iki saat oldu ...?
    8 saat

    068 Bugün Cumartesi ... gün sonra yarın ...?
    pazartesi

    069 ne nehir üzerinde bir yol nedir?
    Köprü

    070 Ne sizin amcasının kızı diyorlar?
    Nicht

    Ne senin teyze kızı 071 diyorlar?
    Nicht

    072 ne senin kız kardeşinin kocası diyorlar?
    Erkek kardeş

    073 ne Annenin anne diyorlar?
    Oma

    074 ne Annenin anne diyorlar?
    Oma

    075 ne senin babanın anne diyorlar?
    Oma

    076 ne Annenin babası diyorlar?
    OPA

    077 ne senin kardeşinin karısı diyorlar?
    Sister --

    078 Ne sizin amcasının oğlu diyorlar?
    Kuzen

    079 Ne zaman bir kız o yetişir diyorlar?
    Kadın

    080 Ne bina çocukların öğretilir diyorlar?
    okul

    081 Ne kim sebze satan biri diyorlar?
    veya manav manav

    082 Ne kim göremiyorum biri diyorlar?
    Kör

    083 Ne kim duyamıyorum biri diyorlar?
    sağır

    084 Ne Hollanda birisi diyorlar?
    Hollandalı

    085 nasıl şeker tatmaya?
    Tatlı

    086 kaç bacaklar bir adam yok?
    Iki

    087 inç kaç tane metre bulunmaktadır?
    Yüz

    Bir metre 088 santimetre nedir?
    100

    Ocak ayında 089 kaç gün?
    31

    Bir hafta 090 kaç gün içinde?
    7

    091 kaç açıları bir Pentagon mu?
    Beş

    092 Ne 10 2 bölü?
    beş

    093 ne dört artı altı nedir?
    Elf

    094 kaç saat dörtte biri yok?
    4

    095 kaç ay bir yıl yok?
    Oniki

    096 kaç burnunda bir adam yok?
    1

    097 kaç gözde bir adam yok?
    Iki

    Ne kadar kilo olarak 098 £ nedir?
    Iki

    099 kaç bacaklar bir tablo mu?
    Dört

    100 Kaç mevsim bir yıl oldu?
    Dört

    101 kaç saat bir gün gelir?
    24

    102 kaç parmakları yok bir insan?
    On

    Sahip 103 kaç metre mi?
    Iki

    104 kaç metre yapar insan?
    Iki

    105 kaç kanatlı yel değirmenleri yok?
    Dört

    106 kaç tekerlekli bir araba geliyor?
    Dört

    107 kaç taraf bir üçgen nedir?
    üç

    O kazanır yüksek bir maaş ile 108 Birisi çok veya az?
    Çok

    Hakettiği düşük maaş olan 109 biri çok veya az?
    Birkaç

    110 Kışın sen pencereyi açmak veya kapalı?
    Kapatmak

    111 hangi yıl güneşin en parlıyor?
    Yaz

    112 yılında ay Noel nedir?
    Aralık

    113 35 az 40 nedir?
    Evet

    Yetişkinler için 114 ilköğretim okulu mu?
    Hayır

    115 Sonbahar yaz daha soğuk mu?
    Evet

    Is 116 gece açık veya koyu?
    Koyu

    117 güneş yuvarlak veya kare mi?
    Civarında

    118 güneş sıcak veya soğuk mu?
    Ilık

    119 sağlıklı bir elma mı?
    Evet

    120 bir elma meyve veya sebze mi?
    Meyve

    121 sürücüye bir araba veya yemek mi?
    Sürüş

    122 bir dağ yüksek veya alçak mı?
    Yüksek

    123 mi karnabahar bir meyve veya sebze?
    Sebze

    124 elbise pantolon mu?
    Evet

    125 bir yıl daha uzun bir gün var mı?
    Hayır

    126 bir erkek veya bir kadın bir kadın mı?
    Kadın

    127 düz düşük ya da yüksek?
    Yüksek

    128 kare yüz var mı?
    Hayır

    Bay 129 bir erkek veya bir kadın mı?
    Adam

    130 bir erkek veya bir kadın bir at mı?
    Adam

    131 mor bir köpek mi?
    Hayır

    132 bir ev bir bina var mı?
    Evet

    133 genç bir erkek veya bir kadın mı?
    adam

    134 bir kız veya erkek için bir elbise mi?
    Kız

    135 erkek ve kadınlar için bir elbise mi?
    Kadınlar için

    136 bir bina veya bir kapı bir kilise var mı?
    Bir bina

    137 bir bina veya bir kapı bir kilise var mı?
    Bina

    138 8 yıllık yetişkin bir çocuk mu?
    Hayır

    139 bir erkek veya bir kadın tavuk mu?
    Kadın

    140 bir insan veya hayvan bir inek var mı?
    Hayvan

    141 koyun üzerine kuzu mu?
    Hayır

    142 bir erkek veya bir kadın bir kısrak mı?
    Kadın

    143 bir dedesi yaşlı veya genç mi?
    Eski

    Pişirme veya pişirme için 144 fırın var mı?
    Pişirme

    145 bir yassı yuvarlak veya kare mi?
    Civarında

    146 armut meyve veya sebze mi?
    Meyve

    147 armut meyve mi?
    Hayır

    148 kuzu az bir koyun nedir?
    Hayır

    149 turuncu mor veya turuncu mu?
    Turuncu

    150 bir erkek veya bir kadın bir boğa mı?
    Adam

    151 bir tart, tatlı veya ekşi mi?
    Tatlı

    152 bir domates meyve mi?
    Hayır

    153 düşük veya yüksek kule nedir?
    Yüksek

    154 düşük bir kule nedir?
    Hayır

    155 bir tren bir ulaşım mı?
    Evet

    156 bir kazak elbise mi?
    Evet

    157 bir havuç turuncu mu?
    Evet

    158 sadece kolay aynıdır?
    Evet

    159 çimen yeşili mi?
    Evet

    160 gece ışık veya karanlıkta mı?
    koyu

    161 Hasta baş ağrısı olan herkes mi?
    Evet

    162 buz sıcak veya soğuk mu?
    soğuk

    163 Ocak ayında bir çocuk mu?
    Evet

    164 Ocak bir ad veya bir ülke mi?
    Bir isim

    Ocak ayında bir isim veya soyadı için 165 mi?
    Ad

    166 Ocak veya bir ay içinde bir gün var mı?
    Ay

    167 yıl Ocak ayında mı?
    Hayır

    168 bir erkek veya bir kadın senin kardeşin mi?
    Adam

    169 bir erkek veya bir kadın annen mi?
    Kadın

    170 bir çocuk veya bir kız kuzenin mi?
    Erkek çocuk

    171 sizin halası ve oğlu yeğeni mi?
    Hayır

    172 bir erkek veya bir kadın kuzenin mi?
    Kadın

    173 profesyonel bir öğretmen mi?
    Evet

    174 profesyonel bir anne mi?
    Hayır

    175 yıl Ekim veya bir ay içinde mi?
    Ay

    176 Grandma bir erkek veya bir hayvan var mı?
    Mens

    177 dedem bir erkek veya bir kadın mı?
    Adam

    178 Paris bir şehirde veya bir ülke mi?
    Şehir

    179 mu sigara sağlıklı veya sağlıksız?
    Sağlıksız

    180 şeker sağlıklıdır?
    Hayır

    181 spor sağlıklı veya sağlıksız mı?
    Sağlıklı

    182 spor sağlıklı mı?
    Evet

    183 bir hobi veya meslek çizmek mi?
    Hobi

    184 yirmi dakika uzun 30 dakikadır?
    Hayır

    185 içmeye et mi?
    Hayır

    186 bir hendeğe Sağlıklı su mu?
    Hayır

    187 katı veya sıvı su?
    Sıvı

    188, Çarşamba günü bir gün veya bir ay mı?
    Gün

    189 Pazar çalışan bir gün var mı?
    Hayır

    190 lahana turşusu sebze veya meyve mi?
    Sebze

    191 John Peter daha eski. Kim genç?
    Pınar

    192 Can bir bebek konuşmak?
    Hayır

    193 ördek su içinde yüzmek mi?
    Evet

    194 bir horoz bir yumurta yatıyordu miyim?
    hayır

    195 tavuk yüzmek miyim?
    Hayır

    196 at kişneme Can ve havlamaya?
    Kişneme

    197 Can bir at meleme?
    Hayır

    198 Can bir at sineği?
    Hayır

    199 bir boğa süt miyim?
    Hayır

    200 balık yüzmek miyim?
    Evet

    201 Can bir uçak fly?
    Evet

    202 birini gören kör nedir?
    Hayır

    203 Ben gözlüklü bakabilir miyim?
    Evet

    204 bir tekne veya sinek yelken miyim?
    Kürek

    205 ne zaman soğuk veya sıcak paten mi?
    Soğuk

    206 Broken ... bu bütün veya kırık?
    Piece

    207 Noel Eylül veya Aralık ayında neydi?
    Aralık

    208 Kim 18 yaşında ve Peter kim var 32 yaşından büyük nedir?
    Peter

    Kim fazla 209 peter vardır ... Kim en uzun nedir?
    Evet

    210 orada dokunun sadece sıcak su mu?
    Hayır

    211 Crawling ... hızlı veya yavaş?
    Yavaş

    212 bir süpermarkette kıyafet satın alabilir miyim?
    Hayır

    213 giysiler yemek mi?
    Hayır

    214 size pasta yemek veya içmek miyim?
    Yemek

    215 süt içmek veya yemek mi?
    Içmek

    216 bir araba ya da sinek sürücü miyim?
    Binmek

    217 bir kaşıkla yemek mi?
    Evet

    218 you see veya ağız ile konuşmak?
    Konuşmak

    219 Kokuyu miyim veya burun mü?
    Koku

    220 bir uçağı miyim?
    Evet

    221 nakit ödeme yapabilir miyim?
    Evet

    222 bir sandalyede oturabilir miyim?
    Evet

    223 size pirinç yemek veya içmek miyim?
    Yemek

    224 ne zaman soğuk veya sıcak paten mi?
    Soğuk

    225 kuş sinek miyim veya sürücüyü?
    Uçmak

    226 yorumlayan bir horoz yumurta?
    Hayır

    227 Ailem on bir çocuk var ... Biz küçük bir aile var mı?
    Hayır

    228 Babam uzun annem fazladır ... Kim en uzun nedir?
    Baba

    229 bir gün Ara ...
    Pazartesi, Salı, Çarşamba, Perşembe, Cuma

    230 Şimdi Pazartesi, hangi gün dün o?
    Pazar

    231 Piet Ocak ayında daha ince ... Kim Fattest nedir?
    Ocak

    Islak veya kuru 232 Yağmur,?
    Islak

    233 Renate 15 ve Anne 13 olduğunu ... Kim genç nedir?
    Anne

    234 Çalıştır ... hızlı veya yavaş?
    Hızlı

    235 Sandra Kim daha fazladır ... Kim hafif nedir?
    Kim

    236 pateni ... Eğer soğuk biliyorsun?
    Evet

    237 gece veya gün de güneş görünüyor?
    Gündüz

    238 gece güneş görünüyor?
    Hayır

    239 gün boyunca güneş görünüyor?
    Evet

    240 Yelling sert veya yumuşak?
    Zor

    241 Kayıt kalem veya bir dağ ile?
    Kalem

    242 size bir uyku yapmak ...
    yatak

    Kış veya ilkbaharda 243 karlar?
    Kış

    Kış ya da yaz aylarında 244 karlar?
    Kış

    Mutfakta 245 Devlet bir fırın?
    Evet

    Tim olduğunu az 246, Ocak ayında ... Kim en uzun nedir?
    Ocak

    247 Beni ne zaman dışarı veya içeri bir ceket Pull?
    Outdoor

    248 orada yazın kar mı?
    Hayır

    249 Hangi hayvan yünü nedir?
    Koyun

    250 Bugün Cuma ... yarından sonraki gün?
    Pazar

    251 nerede ne zaman Hasta olduğunuz gitmek?
    Doktor

    252 nerede ne zaman Hasta olduğunuz gitmek?
    Hastane

    253 nerede giysi satın alınır?
    Shop

    254 mağaza size ne ödeyecek miyim?
    Cassa

    255 nerede gece zaman bir yolculuğa, evde veya bir otel vardı?
    Otel

    256 canlı Where do you?
    Lima

    257 nerede bir kral mı?
    Saray

    258 canlı Where do you?
    I live in ... eğe

    Burada müzede 259 daha fazla hayvan ve çiftlikte nelerdir?
    Çiftlik

    260 olan ekmek pişirilir?
    Un

    261 ne zaman öğle yemeği nedir?
    öğleden sonra

    262 Eğer genellikle uyanık, sabah ve akşam?
    sabah

    Isı 263 ... kuru veya ıslak?
    Kurutmak

    264 Ne ayaklarınızın için do?
    Ayakkabılar

    265 ne ayakkabıları altında mi?
    Çorap

    266 Ya soğuk dışında do you do?
    Mont

    267 Ne banyo yapmak?
    Yıkama

    268 ne mutfakta ne yapıyor?
    Pişirmek

    269 Ne yatakta do?
    Uyumak

    270 Ne bir mutfakta do?
    Pişirmek

    271 Ne bir yatak odasında do?
    Uyumak

    272 ne cüzdan içinde do?
    para

    Bir kitap 273 ne olacak?
    Okumak

    274 gözlük ne olacak?
    Bakmak

    Cam 275 ne olacak?
    Içmek

    Havlu 276 ne olacak?
    Kurutmak

    Tarak 277 ne olacak?
    Kammen

    278 Ne bir kaşık ile do?
    Yemek

    Bir bıçak 279 ne olacak?
    kesmek

    280 Ne bir tırnak makası ile do?
    Çivi Clipping

    Burun 281 ne olacak?
    Koku

    282 Ne bir fırın ile do?
    pişirme

    283 Ne bir kalem ile do?
    Yazmak

    284 Ne makas ile do?
    kesmek

    285 Ne bir çatal ile do?
    Yemek

    286 Ne bir çatal ile do?
    Prick

    Bir ölçek 287 ne olacak?
    Yollar

    288 Ne ağzınızı ile do?
    Yemek

    289 Ne ağzınızı ile do?
    konuşmak

    290 ne kulaklarınızı ile do?
    Duymak

    291 oyuncaklar ne olacak?
    Oynamak

    292 ne bir oyun çocuklar mı?
    Oynamak

    293 çocuk ne okulda ne yapıyor?
    Studying

    294 Bir fırıncı, yapıyor ekmek veya süt?
    Ekmek

    295 fırıncı ne demek?
    Ekmek

    296 Bir keçi nedir?
    Meleme

    297 ne bir köpek mi?
    Barking

    298 ne bir at nedir?
    Kişneme

    299 kedi ne demek?
    Meow

    300 ressam ne demek?
    Resim

    301 Ne bir kuş mu?
    Uçmak

    302 ne olabilir bir video kamera ile?
    Filming

    303 için kar ne zaman sıcak ne olur?
    Erime

    304 için kar ne zaman sıcak ne olur?
    Erime

    305 Ne bir çivi, bir çekiç veya bir pan ile kullanabilirim?
    Hamer

    306 ne bir inek geliyor?
    Süt

    307 ütü için ne gerekiyor?
    Demir

    308 ne haftanın ilk günü?
    Pazartesi

    309 ne yılın ilk ayı nedir?
    Ocak

    310 ne haftanın son günü nedir?
    Pazar

    311 Daha pahalı ... 15 € veya 30 € bir süveter?
    30 €

    312 Dahası ... sekiz saat half past eight?
    Sekiz saat

    313 ne sağlıklı bir çikolata ya da turuncu?
    Turuncu

    314 ne sağlıklı süt veya limonata nedir?
    Süt

    315 nedir sağlıklı şeker veya meyve?
    Meyve

    316 Ne sağlıklıdır ... patates veya armut?
    Peer

    317 Daha bir tavuk ya da koyun nedir?
    Koyun

    318 nedir daha bir fare ya da tavşan?
    Tavşan

    319 Dahası, bir ağaç veya bitki nedir?
    ağaç

    320 Dahası, bir at veya köpek?
    At

    321 ne zordur ... not ya da fısıltı?
    Seslenme

    322 ne küçük bir araba veya uçak nedir?
    Araba

    323 Ne az bir yıl veya bir gün nedir?
    Bir gün

    324 ne çeyrek veya daha az beş dakika nedir?
    Beş dakika

    325 daha ne ... ve bir gün veya yıl?
    Bir gün

    326 Daha bir bacak veya kol nedir?
    bacak

    327 Daha bir saat veya 60 dakikadır?
    Sürece

    328 ne bir saat veya daha fazla çeyrek var?
    Saat

    329 Ne 12 saat sonra veya yarım 11 nedir?
    On iki saat

    330 ne daha sonra ise, yarım past yedi ya da sekiz saat?
    Sekiz saat

    331 Dahası, bir ons veya bisküvi 100 gram?
    Aynı

    332 nedir, daha beş milyon veya iki milyon mu?
    Beş euro

    333 Ne, daha yedi ya da dokuz million euro?
    Dokuz milyon

    334 Dahası ... 64 € veya 65 €?
    65

    Ne 335 az 50 € veya 15 € nedir?
    15

    336 Ne, yirmi ya da on beş million euros azdır?
    Onbeş euro

    337 daha ne ... 24 € veya 11 €?
    11 €

    338 ne hızlı's ... olan veya tarama?
    Çalıştırmak

    339 Ne, yazın veya kışın sıcak olduğunu?
    Yaz

    340 Ne, şeker tatlı veya tuzlu?
    Şeker

    341 Ne, bir kilo veya bir pounds ağırdır?
    Kilo

    342 Dahası, tereyağı bir ons veya un bir ons nedir?
    Aynı

    343 Dahası, bir pounds veya 500 gram kıyılmış?
    Aynı

    344 Bir balık nedir?
    Yüzme

    What a 345 uçak nedir?
    Uçmak

    346 Dahası, Salı ve Perşembe nedir?
    Salı

    347 sekiz sonra ne gelir?
    Dokuz

    348 bahar sonra ne gelir?
    Yaz

    349 yaz sonra ne gelir?
    Sonbahar

    350 gibi dokunun geliyor?
    su

    351 bir bıçakla ne yapabilirim?
    kesmek

    352 bir vazo ne koyabilirsiniz?
    Çiçekler

    353 bir araba ile ne yapabilirim?
    Binmek

    354 bir flüt ile ne yapabilirim?
    Islık

    355 bir kalem ile ne yapabilirim?
    Yazmak

    Ne bir kalem ile 356 yapabilirim?
    Çekmek

    357 bir telefon ile ne yapabilirim?
    Çağırmak

    358 bir video kamera ile ne yapabilirim?
    Filming

    359 bir çatal ile ne yapabilirim?
    yemek

    360 para ile ne yapabilirim?
    Ödeme

    361 ne olabilir bir sandalye?
    Oturma

    362 ne bir yumurta açıklar?
    Tavuk

    363 bir kamera ile ne?
    Fotoğraflar

    364 bisiklet ne yapar?
    Bisiklet

    365 Ne baban ve annen sammen diyorlar?
    Ebeveynler

    366 Ne hafta sonu arama?
    Cumartesi ve Pazar

    367 nasıl şeker veya tuz tatlı tadı?
    şeker

    368 nehir ne akar?
    Su

    369 Bir manav satar?
    Sebzeler

    370 ne 5 Aralık'ta kutlanmaktadır?
    Sinterklaas

    371 Ne bir vazo koydu?
    Çiçekler

    372 ne cüzdan var?
    para

    373 su ne gezen, bir balık veya tavuk?
    Araştırmak

    374 Hangi hayvan soyulmuş kabuk?
    Köpek

    Hangi hayvan 375 yumurta bırakır?
    Tavuk

    376 Hangisinden daha büyük ... 55 veya 65?
    65

    377 sayısı 19 den sonra ne gelir?
    20

    378 sayısı 65 den sonra ne gelir?
    66

    379 Ne 15 numara önce gelir?
    14

    380 ne soğuk sezon nedir?
    Kış

    381 ne sıcak mevsim nedir?
    Yaz

    382 Hangi mevsim soğuk olur ... güz veya bahar?
    Sonbahar

    383 bahar sezonunda sonra ne gelir?
    Yaz

    384 gün Perşembe sonra ne gelir?
    Cuma

    Hangi Perşembe önce 385 gün nedir?
    Çarşamba

    Hangi 386 gün önce Pazar nedir?
    Pazartesi

    387 ne renk kan nedir?
    Kırmızı

    388 ne renk gökyüzünün nedir?
    Mavi

    389 ne renk bir çilek mi?
    Kırmızı

    390 ne renk muz nedir?
    Sarı

    391 ne renk bir domates nedir?
    Kırmızı

    392 ne renk çim nedir?
    Yeşil

    393 ne renk kar?
    Beyaz

    394 ne Nisan ay önce gelir?
    Mart

    395 Ağustos ay sonra ne gelir?
    Eylül

    396 ay Ocak sonra ne gelir?
    Şubat

    397 ay May sonra ne gelir?
    Haziran

    398 Ne ay Aralık ayından önce gelir?
    Kasım

    399 Ne ay Mayıs'tan önce gelir?
    Nisan

    400 Kim bir çiftlikte yaşıyor?
    çiftçi

    401 kim değirmen sağlar?
    Molenaar

    402 Word fries size yağ?
    Evet

    403 şey daha indirim ile pahalı mı?
    Hayır

    404 şey indirimli ucuz mu?
    Evet

    405 tüm insanların aynı görünüyorum?
    Hayır

    406 hayvan bulunmaktadır erkekler aynı?
    Hayır

    407 Onun meyve ve iyi bir sağlık için sebze?
    Evet

    408 sebzeler sağlıklı mı?
    Evet

    Onun küpe 409 mücevher?
    Evet

    410 Ayakkabılarını veya yürümek içmeye?
    Yürümek

    411 Onun tekerlekleri yuvarlak veya kare? yuvarlak
#07.03.2010 12:58 0 0 0
  • türkcesı olmadan öğrenmek olmaz diyorum ve googleden türkce tercüme edıyorum kolay gele

    1Welke ay Ocak ayından sonra gelir? Şubat
    Cüzdanınızı içinde 2Wat koydu? para
    3Zijn tekerlekleri yuvarlak veya kare? civarında
    4Wat, şeker veya tuz tatlı nedir? şeker
    Bir fırın ile ne 5Wat? pişirme
    Ağzınızı ile 6Wat yapıyor? konuşmak
    Size anne baba arama 7Hoe? OPA
    8Is gece ışık ya da karanlıkta? koyu
    9Hoeveel santimetre bir metre nedir? yüz
    10Wat, bir ağaç veya bitki daha büyük
    ? Ağaç
    Sen makas yapmak ile 11Wat? kesmek
    12Welk mevsim bahar sonra gelir? yaz
    13Wat dokunun geliyor? su
    14Wat bıçakla bitti mi? kesmek
    Bir kaşıkla yemek 15Kun? evet
    16Is bir çocuk bir erkek veya bir kadın? Bir adam
    17Eet size sabah kahvaltı (kahvaltı)? evet
    18Wanneer öğle yemeği nedir? öğleden sonra
    19Hoeveel burnunda bir adam var mı? bir
    20Heeft bir adam beş el veya iki eli? Iki el
    21Renate 15 ve Anne 13 ... kim genç idi nedir? anne
    22Hoeveel parmakları bir adam? on
    23Kan bir uçak? evet
    24Welke renk gökyüzü (hava) nedir? mavi
    25Wat bir saat veya daha fazla çeyrek var? Bir saat
    26Kun bir sandalye? evet
    Hasta baş ağrısı vardır 27Is kimse? evet
    Size amcasının oğlu çağrı 28Hoe? kuzen
    Senin kız kardeşinin kocası (baci) çağrısı 29Hoe? Brother (ENİŞTE)
    30Is bir inek bir insan veya hayvan? hayvan
    31Doe bir evcil hayvan (kaskete kafanı (kafa)) Doğum? evet
    32Het iki saat altı saat .. idi ...? Sekiz saat
    33Kun Your Clothes (giysi) yemek? hayır
    34Piet ([ZAYIF) Ocak daha ... kim kalın (ŞİŞMAN ise) ince nedir? Ocak
    35Heeft sakallı bir adam (Sakallı) Evet
    36Wat sen mutfakta yapıyorsun? pişirmek
    37Wat bir yatak odasında yapıyor? uyumak
    38Hoeveel Eye (göz) bir adam mı? iki
    39Is sağlıklı bir elma? evet
    40Wat bir portakal veya çikolata sağlıklıdır? turuncu
    41Word şişko patates? evet
    100 yaşında genç ... konum 42Als are you? hayır
    43Kim 18 yaşında ve Peter kim var 32 yaşından büyük nedir? peter
    Ocak 44Is bir çocuk? Evet
    45Hoeveel saat bir gün oldu? vierentwintih
    46Hoeveel dörtte bir saat var? dört
    47Wat az dörtte bir veya beş dakika mı? Beş dakika
    48Is bir köpek () Pars (pars) köpek? hayır
    Musluktan 49Komt sadece sıcak su? hayır
    Gören kör 50Kan biri? hayır
    51Is güneş yuvarlak veya kare? civarında
    52Is bir gün birden fazla yıl? hayır
    53Welk mevsim soğuk olur ... sonbahar veya ilkbahar? Sonbahar
    Ben dışarı veya içeri bir kat 54Trek? Dışarı
    55Is pantolon (pantolon) giyim? evet
    56Is profesyonel bir anne (meslek) Hayır
    57Kun para ödüyorsunuz? evet
    58Hoe sen kızı (kızı) senin teyze (teyze) çağrısı? nicht
    59Het iki saat on beş dakika içinde .. .... olduğudur? Çeyrek iki
    60Het Bugün Cumartesi .. yarın (birsonraki gün) .. sonra nedir? Pazartesi
    61Heeft bir at bacaklar ve ayaklar? bacaklar
    62Heeft bir erkek veya iki bacak 3 bacak? Iki ayak
    63Is Pazar çalışan bir gün? hayır
    64Wat hafta sonu aradı? Cumartesi ve Pazar
    65Noem bir gün ... Pazartesi, Salı, woevstdag, Perşembe, Cuma
    66Het Çarşamba .. dün olmasıdır ...? salı
    67Welk sezon soğuk nedir? kış
    68Welk sezon sıcak nedir? Zumar
    69Wat bir fırıncı nedir? ekmek
    70Als biraz karmaşık, öyle kolay ya da zor? zor
    71Ben sağlıklı veya hasta eğer gribi var mı? hasta
    72Mijn babam uzun annem fazladır .. kim en uzun nedir? Babam
    73Is profesyonel bir öğretmen? evet
    74Als Ben kızgın am ... Sonra gülmek? hayır
    75Is gece açık veya koyu? koyu
    76Schijnt güneş gün boyunca? evet
    77Heeft üç ya da altı trafik ışıkları? üç
    78Wat olduğunu daha önce ... sekiz saat veya yarım past eight? sekiz
    79Wat Candy (şeker) veya meyve sağlıklıdır? meyve
    80 Gözden armut meyve (sebze) NEDİR? hayır
    81Zijn meyve ve iyi bir sağlık için sebze? evet
    82Het şimdi ... Cuma gün önce neydi? woenstdag
    83Legt bir horoz yumurta? hayır
    84Het şimdi dokuz saat ... yarım saat mi? Buçuk
    85Staat mutfakta bir fırın? evet
    86Wat bir mutfakta yapıyorsun? broot Pişirme
    Ben gözlüklerle bakmak 87Kan? evet
    Ben göremiyorum ya da duymak kör am 88Als? Görülmesi
    89Is Ocak bir yıl? hayır
    90is bir erkek veya bir hayvan büyükannem? Bir adam
    91Wat sağlıklıdır süt veya limonata? süt
    92Hoeveel mevsim bir yıl? dört
    93Heeft bir insan vücudu (namaz)? evet
    94Heeft bir oturma odası ev? evet
    95Wat pahalı ... 15 € veya 30 € bir süveter? 30 €
    Discount (indirim) ile 96Wordt şey daha ucuz? evet
    Ekim 97Is bir sezon veya bir ay? Bir ay
    98Welke ay Mayıs ayında oluşur? Nisan
    99Als şey (basit) ise, basit kolay ya da zor? kolay
    100Als aşçılar bir şey, o (Kaynar) veya soğuk denir? sıcak
    Yatakta 101Wat yapıyor? uyumak
    102Hoeveel taraf (üçgen) bir üçgen var? üç
    103Hoe tadı (TAT) şeker? tatlı
    104Wat daha büyük bir fare veya tavşan (tavşan) nedir? Tavşan
    105Welk numarası (sayı) 19 sonra gelir? eight p.m.
    106Welke renk kan (olabilir)? kırmızı
    107Is kuzenin bir erkek veya bir kadın? Bir kadın
    108Is işaretleri (resim yapmak) bir hobi veya meslek (meslek)? hobi
    109Is bir kare yüz? hayır
    110Fiets bir nehir veya bir yolu (Patika) Doğum? yol
    111Is buz (dondurma) sıcak veya soğuk? Soğuk
    112Wat az ... 24 € veya 11 €? Onbir euro
    Ya da (Yürümek) yürümeye içmek için 113Zijn ayakkabılar? yürümek
    114Waar ne zaman Hasta olduğunuz gidiyorsun? Doktor
    115Wat 12 saat sonra veya yarım 11 nedir? on iki saat
    116Wat yaz sonra gelir? Sonbahar
    117Sneeuwt kış veya bahar aylarında? kış
    118Wat bir bardak bitti mi? içmek
    Are you 119Als size çok veya az para var kötü? Az para
    Bir uçağı 120Kun? evet
    121Is bir karnabahar () sebzeler (sebze) veya meyve karnabahar? sebze
    122Welk hayvan yumurta bırakır? tavuk
    123Is bir tavuk bir erkek veya bir kadın? Bir kadın
    124Is bir boğa (Boğa) bir erkek veya bir kadın? Bir adam
    125Waar you live? Türkiye
    126Kun bir araba ya da sinek sağlıyor? binmek
    127Als büyük bir aile () aile, daha sonra pek çok veya az sayıda çocuk sahibi? çok
    128Is bir kilise (Kilis) bir yapı (bina) veya bağlantı noktası (büyük kapı)? Bina
    129Kan bir balık yüzmek? evet
    130Kun senin pirinç (pirinç) yemek veya içecek? yemek
    131Is bir kısrak bir erkek veya bir kadın? kadın
    Bir bina çocukların (yöneticiler) öğretilir (almak) olsun (bina) çağrısı 132Hoe? okul
    133Kun sizin paten (Paten Kaymak) zaman soğuk veya sıcak? soğuk
    134 1 saat ... kaç dakika var? dört
    135 1 saat .. kaç dakika o? altmış
    136Een buçuk saat .. kaç dakika o? diertig
    137 1 dakika kaç saniye o? altmış
    64 € veya 65 € 138Wat daha ..? vijfeenzestig
    139Kan bir at (kişnemek) veya kabuk kişneme (havlamak)? kişneme
    140Wat bir kedi (kedi) nedir? Meow
    141Is bir aygır (aygır) bir erkek veya bir kadın? Adam
    142Wat bir kitap ile yapılır? okumak
    143Waar Ben hasta am go? Doktor
    144Is bir bina bir ev? evet
    145Wat bir video kamera ile? video kaydı
    146Kim daha uzun Peter daha. ... Kim en uzun nedir? Evet
    147Doe için açık veya kapalı karanlıkta ışığı? Kadar
    Karanlık olursa lambayi acarmisin kaparmisin
    148Is Paris bir şehir (şehir) veya ülke (Ülke)? Bir şehir
    149Is Ocak bir isim veya soyadı için? ad
    150Kan bir boğa (Boğa) süt (Vermek) Hayır
    Bir koyun üzerinde 151Is kuzu? Hayır
    bir kuzu koyundan yaslimidir
    152In ne ay Christmas (Noel) nedir? Aralık
    153Wat 5 Aralık'ta kutlanmaktadır? Sinterklaas Çocuk Bayramı
    154Is bir tren bazı ulaşım (Ulaşım Aracı)? evet
    155Is sigara (sigara içmek) Sağlıklı veya sağlıksız? Sağlıksız
    156Als şey (kolay basit) kolay .. olup kolay ya da zor? Kolay
    157Kan ördek (ördek) suda yüzmek? evet
    158Zien hepsi aynı kişi (Aynı) için? Hayır
    Butun insanlar aynimi Gorunur
    159Kan bir bebek konuşmak? hayır
    160Wat haftanın ilk günü? pazartesi
    161Hoeveel gün sayıları (sayı) bir hafta? yedi
    162Wat haftanın son günü nedir? pazar
    8 yıllık 163Is yetişkin bir çocuk? hayır
    164Is lahana turşusu (Lahana Turşusu) meyve veya sebze? sebze
    165Zijn sebze (sebzeler) ses? evet
    166Is bir kız veya erkek için (elbise) elbise? kız
    167ın ne sezonu Güneş parlıyor gübre (ve çok)? Zumar
    168Welk numarası (sayı) 65 sonra gelir? altmış altı
    169Zijn meyve ve iyi bir sağlık için sebze? evet
    170Het şimdi ... Cuma gün önce neydi? woenstdag
    171Legt a (Horoz) bir yumurta horoz? hayır
    172Het şimdi dokuz saat ... yarım saat mi? Son yarım dokuz
    173Staat mutfakta bir fırın? evet
    174Welke ay Mayıs ayında oluşur? Nisan
    175Als şey basit (Kolay, kolay ya da zor? Kolaydır
    176Als aşçılar bir şey, öyle sıcak veya soğuk? sıcak
    Yatakta 177Wat yapıyor? uyumak
    178Fiets bir nehir veya yolda? yol
    179Is buz sıcak veya soğuk? soğuk
    180Wat az ... 24 € veya 11 €? Onbir euro
    181Zijn ayakkabı veya yürümek içmeye? yürümek
    182Waar ne zaman Hasta olduğunuz gidiyorsun? Doktor
    Ben gözlüklerle bakmak 183Kan? evet
    Ben göremiyorum ya da duymak kör am 184Als? Görülmesi
    185Als şey (basit) kolay .. olup kolay ya da zor? kolay
    186Is Ocak bir yıl? hayır
    187Is bir tren bazı ulaşım (Taşıma Aracı)? evet
    188Is sigara sağlıklı veya sağlıksız? Sağlıksız
    Su 189Kan ördek yüzme Evet
    190Is ilkokul () yetişkinler için ilkokul? hayır
    191Is bir dağ yüksek veya düşük? yüksek
    192Wat bir tırnak makası ile yapılır (Tırnak Makası)? Tırnak kesimi
    193Hoeveel fit bir adam var? iki
    194Wat bir telefon ile? konuşmak
    195Wat bir ölçek ile yapılır (Tarti)? yollar
    Bir hafta 196Hoeveel gün içinde? yedi
    Ben gözlüklerle bakmak 197Kan? evet
    Ben göremiyorum ya da duymak kör am 198Als? Görülmesi
    .. Kolay kolay ya da zor? Easy 199Als şey
    200Is Ocak bir yıl? hayır
    201 bir tren bir ulaşım mı? evet
    202 mu sigara sağlıklı veya sağlıksız? sağlıksız
    Su 203Kan ördek yüzme? evet
    204Is ilkokul () yetişkinler için ilkokul? hayır
    205Is bir dağ yüksek veya düşük? yüksek
    206Wat bir tırnak makası ile yapılır? Tırnak kesimi
    207Hoeveel fit bir adam var? iki
    208Wat bir telefon ile? konuşmak
    209Wat bir ölçek (Terazi) ile yapılır? yollar
    Bir hafta 210Hoeveel gün içinde? yedi
    211Kruipen (sürünmek) ... hızlı (hızlı) veya yavaş olduğunu (yavaş)? Slowly
    212Hoe kim göremiyorum biri diyorlar? kör
    Musluktan 213Komt sadece sıcak su? hayır
    214Wat () bir işportacı (manav) satmak satıyor? sebze
    215Is bir yassı yuvarlak veya kare? civarında
    216Het şimdi ... Cuma önceki gündü? Woenstdag
    Size anne anne arama 217Hoe? oma
    Discount (indirim) ile 218Wordt şey daha ucuz? evet
    219Heeft bir trafik ışığı (trafik lambası) üç ya da altı ışıkları? üç
    220 gece ... .. olup, karanlık veya ışık? koyu
    221 yıl Ekim veya bir ay içinde mi? Ay
    222Wat bıçakla bitti mi? kesmek
    223Wat olduğunu daha önce ... sekiz saat veya yarım past eight? Sekiz saat
    224Waar bir kral? Yeri (Saray) yaşıyor
    225Wat bir çatalla? yemek
    226Iemand düşük maaş (mesh) hak ile () kazanmak çok veya az? birkaç
    düşük maasli birisi Azmi Cokmu Kazanir
    227Heeft bir adam gözü? hayır
    Size amcamın kızı arama 228Hoe (amca dayı)? nicht
    229Kan bir at meleme (melemek)? hayır
    230Is sigara sağlıklı veya sağlıksız? sağlıksız
    ** 231Wat bir kuş mu? FLY
    232Vandaag ... Cuma günü Yarın sonra oldu? pazar
    233Schaatsen (Paten) ... eğer soğuk biliyorsun? evet
    234Wat bir vazo (vazo) (koymak) koymak mı? bloom
    235Is düşük bir kule? hayır
    236 1 saat ... o 60 dakika veya 60 saniye mi? Altmış dakika
    Yaz aylarında 237Valt kar? hayır
    238Kerst (noel) olduğunu Eylül veya Aralık ayında? Aralık
    239Schijnt gece veya gün de güneş? GÜNDÜZ
    ** 240Wat bir uçak? FLY
    241 koyun bir kuzu (kuzu) az (koyun) mi? hayır
    242Wat daha hızlı (hızlı süratli) ... (koşmak) veya (sürünmek) tarama çalışacak? çalıştırmak
    30 dakika daha uzun 243Is yirmi dakika? hayır
    244Wat bir balık? Yüzme
    245Blind ... bu aksine sağır YES'tir
    246Wat kısa ... ... bir yıl veya bir gün? bir gün
    247Is çim yeşil? Evet
    248Wat para? ödeme
    249Een kuzeni .... Bu bir erkek veya bir kadın? adam
    250Het şimdi October. ... Sonraki ay mi? Kasım
    251Wat bir köpek mi? Blift
    252Gezond ... sağlıksız aynıdır? hayır
    253Is senin kuzeni (kız kuzen) oğlu (Ogul) sizin teyze (teyze)? Hayır
    254Is bir aygır (aygır) bir erkek veya bir kadın? adam
    255Heeft bir adam dört veya iki ayak? Iki ayak
    Kokusu (koklamak) veya görmek ile 256Kun burnunuzu? koku
    257Is elma bir meyve veya sebze? meyve
    258Wat bir saat veya daha fazla 60 dakikadır? Ayrıca hissediyorum
    259Is sonbaharda yaz daha soğuk? evet
    260Is basit (kolay) kolay EVET aynı
    261Tim Ocak ayında daha kısadır ... kim en uzun nedir? Ocak
    Yaz aylarında 262Valt kar? hayır
    263Wat kızartması ... veya (arafat) eş sağlıklıdır? akran
    264Wat bir kalemle (Kurşun Kalem)? Yaz
    265Wat bir sandalyeye? yerleştirmek
    266Wat (Vermek) bir inek? Verir süt
    267Is turuncu mor veya turuncu? turuncu
    268Hoeveel parmakları bir adam? on
    269Kan bir horoz bir yumurta lay? Hayır
    270Wat olduğu sert (sert) ... (bağırmak) veya fısıldayarak çığlık (fısıldamak)? ağlamak
    271Welke Mayıs ay sonra geliyor? Nisan
    272Heeft bir aslan (Aslan) bacaklar ve ayaklar? bacaklar
    273 gece ... .. olup, karanlık veya ışık? DARK
    274Wordt biraz daha pahalı (pahalı) indirim (indirim) ile Hayır
    275Wat bir at nedir? kişneme
    276Is spor sağlıklı veya sağlıksız? sağlıklı
    277Welk numara büyük ... 55 veya 65? Altmış beş
    278Is lahana turşusu (lahana) meyve veya sebze? sebze
    279Wat bir araba ile? binmek
    280Wat bir ressam (Ressam)? Resim (resim)
#07.03.2010 12:54 0 0 0
  • examen 11
    Zinnen
    1. Kunnen we er niet over praten ?
    2. Zou jij dat even voor me willen doen ?
    3. Ik ben vanavond laat thuis, ik moet overwerken.
    4. Moet je horen wat er in de krant staat.
    5. Morgen is er weer een dag.
    6. Dat is toch niet mijn probleem.
    7. Mijn fiets heeft een lekke band.
    8. Ik denk niet dat we nog op tijd komen.
    9. Ik heb geen kleingeld bij me.
    Vragen
    1. Is een taart zoet of zuur ?ZOET
    2. Hoeveel pond gaat er in een kilo ?TWEE
    3. Wat komt eerder, dinsdag of donderdag ?DİNSDAG
    4. Wat doe je met een pen ?SCHRİJVEN
    5. Gaat een slak snel of langzaam ?LANGZAAM
    6. Wat doe je in bad ?BADEN_banyo yapmak
    7. Wat is groter een kip of een schaap ?EEN SCHAAP
    8. Waarvan wordt brood gebakken? BAKKER_fırıncı
    9. Kan je met een boot varen of vliegen ?VAREN
    10. Wat is meer, zeven euro of negen euro?NEGEN EURO
    11. Is een bloemkool groente of fruit ?GROENTE
    12. Wat doe je met je mond?PRATEN
    13. Hoe noem je de moeder van je vader?OMA
    14. Als iets kookt, is het dan heet of koud ?HEET
    Zinnen
    1. Morgen neem ik een vrije dag.
    2. Deze melk is niet goed meer.
    3. Ik heb nu echt geen tijd voor je.
    4. Dat is niet goed geregeld.
    5. Kunt u me daar wat meer over vertellen ?
    6. Ik heb straks een afspraak.
    7. Ik voel me niet helemaal lekker vandaag.
    8. Heb jij mijn tas ergens zien staan ?
    9. Vind je het goed als ik even je fiets leen ?
    10. Heb jij ook zo'n trek in een ijsje ?
    11. Kan ik u straks even terugbellen, het komt nu niet uit.
    12. Ik heb gehoord dat het volgende week mooi weer wordt.
    13. Jij hebt ook altijd wat !
    14. Ik moet vandaag nog veel doen.
    Tegenstellingen
    1. Dichtbij - veraf
    2. Vroeger - Later
    3. Praten - Zwijgen
    4. Delen - vermenigvuldigen
    5. Sterk - Zwak
    6. Hier - Daar
    7. Bijzonder - Gewoon
    8. Dag - Nacht
    9. Aanwezig - Afwezig
    verhalen
    Hand in hand lopen Jip en Janneke over de weg, ij gaan naar de boerderij.
    Maar als ze bij het hek komen, blijven ze staan.
    Kijk daar, zegt Jip. een hond, een hele grote hond.
    Ik ben niet bang voor hem, Ik ook niet, zegt Janneke.
    Maar dan komt de hond met grote sprongen op Jip en Janneke af.
    Ze gillen allebei heel hard en hollen weg. Maar de hond kan veel harder lopen.
    Gelukkig komt daar net de boer aan. Hij pakt de hond vast en zegt: Koest!
    Dit is Hektor, zegt hij tegen Jip en Janneke. Hij is braaf. Hij doet niets.
    ———————————————————-
    Er liggen zoveel blaren in de tuin, zegt Jip's vader.
    Zoveel blaren. Wie wil ze eens voor me opruimen?
    Ik, zegt Jip. Ik, zegt Janneke.
    In het schuurtje is de hark, zegt Jips vader. En de
    kruiwagen vind je er ook wel. Zorg dat het fijn in
    orde komt. En dan gaan Jip en Janneke aan het
    werk. Ze vegen de blaren op een hoop. En het zijn
    er veel. Want het heeft gewaaid. En het is herfst.
    Kijk eens, zegt Janneke. Wat mooi!
#06.03.2010 13:15 0 0 0
  • examen 10
    Zinnen
    1. Als we geluk hebben kunnen we het nog net zien.
    2. Ik voel me al weer een stuk beter.
    3. Heb je het al gehoord ?
    4. Het eten was verrukkelijk.
    5. Heb jij toevallig geld bij je ?
    6. Ik heb haar eergisteren nog gezien.
    7. Volgens mij moeten we die kant op.
    8. Zullen we vanavond naar de bioscoop gaan.
    9. Neem jij de telefoon even aan ?
    Vragen
    1. Is een jurk voor mannen of voor vrouwen ?VROUWEN
    2. Welke kleur heeft een banaan ?GEEL
    3. Wanneer wordt je meestal wakker, 's-ochtends of 's-avonds ?'S OCHTENDS
    4. Hoeveel dagen heeft een week ?ZEVEN
    5. Heeft de zee zout of zoet water ?ZOUT WATER
    6. Is je neefje een jongen of een meisje ?EEN JONGEN
    7. Als ze zon schijnt is het dan mooi weer of slecht weer ?MOOİ WEER
    8. Kunnen vogels vliegen of rijden ?VLİEGEN
    9. Welke dag komt er na donderdag ?VRİJDAG
    10. Wat gebruik je met een spijker, een hamer of een pan ?EEN HAMER çekiç
    11. Is water vast of vloeibaar ?VLOİEBAAR
    12. Is een opa oud of jong ?OUD
    13. Hoeveel is 10 gedeeld door 2 ?VİJF
    Zinnen
    1. Het is hier benauwd.
    2. Wanneer ben je jarig ?
    3. Sinasappels zijn erg lekker ?
    4. Hoe zat dat ook alweer ?
    5. Ik zal blij zijn als het eindelijk weekend is.
    6. Ik heb om kwart over elf een afspraak met meneer Jansen.
    7. Ik vindt dat geen aardige jongen.
    8. Zal ik even met u meelopen ?
    9. Aan het eind van de maand is mijn geld altijd op.
    10. Wat krijgt u ook alweer van me ?
    11. Ik heb de auto daarachter geparkeerd.
    12. Gisteren zij zij dat ook al tegen me.
    13. Ik heb vannacht slecht geslapen.
    14. Neem je dan gelijk wat melk mee ?
    Tegenstellingen
    1. Dik - Dun
    2. Morgen - gisteren
    3. Verlagen - verhogen
    4. Komen - Gaan
    5. Erin - Eruit
    6. Branden - Blussen
    7. Voorkant - Achterkant
    8. Weinig - Veel
    9. Interessant - saai
    verhalen
    Die vogels, zegt boer Jansen, ze eten al mijn kersen op.
    0, zegt Jip. Hebt u dan geen vogelverschrikker?
    Ja, zegt boer Jansen, die heb ik wel. Maar de vogels zijn er niet bang voor.
    Zullen wij ze wegjagen? vraagt Janneke. Goed, zegt boer Jansen. Kom maar mee In de
    boomgaard. En Jip en Janneke gaan mee. Het is een grote boomgaard. En overal hangen de
    kersen. Mooi rond en rood zijn ze.
    Jip en Janneke doen erg hun best. Ze schreeuwen en ze klappen in hun handjes.
    En ze gillen heel hard. En daar zijn de vogels bang voor. Ze vliegen allemaal weg.
    Jullie mogen zoveel kersen eten, als je wilt, zegt de boer.
    —————————————————
    Het is zo druk op straat! Ja, zegt moeder, nu moeten alle mensen inkopen doen. Ze kopen
    suiker. En meel en bloem. En rozijnen. Voor de oliebollen, zegt Jip. Want maandag is het
    oudejaar. En dan eten wij oliebollen, zegt Jip. En wij ook, zegt Janneke. Kom, zegt moeder. Ik
    ga nog wat appeltjes kopen. Hier, in de groentewinkel. Ze gaan naar binnen. En moeder koopt
    mooie rode appeltjes.
#06.03.2010 13:15 0 0 0
  • examen 9
    Zinnen
    1. Tot morgen, half 10
    2. Je mag hier maar 80 rijden
    3. Ik ga straks naar school
    4. Pas op dat je niet valt
    5. Ga je morgen mee naar het strand, het wordt lekker weer.
    6. Is er vanavond nog wat op de televisie ?
    7. Ik hoop niet dat het zo blijft
    8. Volgende keer beter.
    9. Gelukkig heb ik mijn portemonnee nog gevonden
    Vragen
    1. Zijn schoenen om te lopen of om te drinken ?LOPEN
    2. Is een peer groente of fruit ?FRUİT
    3. Is ijs warm of koud ?KOUD
    4. Is een toren hoog of laag ?HOOG
    5. Waar ga je naar toe als je ziek bent ?NAAR DE DOKTER
    6. Wat zet je in een vaas ?BLOEMEN
    7. Hoeveel centimeter gaan er in een meter ?HONDERD
    8. Wat komt er na de lente ?ZOMER
    9. Wat is later, half acht of acht uur ?ACHT UUR
    10. Sneeuwt het in de winter of in de zomer ?WİNTER
    11. Welke kleur heeft gras ?GROEN
    12. Wat doe je met een glas ?DRİNKEN
    13. Wat is zwaarder, een pond gehakt of 500 gram ?GELİJK_eşit
    Zinnen
    1. Spruitjes vindt ik niet lekker.
    2. Hebben jullie mijn sleutels gezien ?
    3. Zet de radio eens wat zachter !
    4. Mag ik van u de rekening ?
    5. Zorg dat je een paraplu mee neemt, het gaat vast regenen.
    6. Heeft u terug van vijftig ?
    7. We hebben de trein gemist.
    8. Ik wil graag twee dozen aardbeien
    9. Anders nog iets ?
    10. Weet u waar het stadhuis is ?
    11. U heeft te hard gereden.
    12. Later als je groot bent mag jij ook
    13. Ik lust wel een wijntje
    14. Ik ga nog even mijn tanden poetsen.
    Tegenstellingen
    1. Huilen - lachen
    2. Schoon - vies
    3. Op - onder
    4. Jongen - meisje
    5. Omhoog - omlaag
    6. Lekker - vies
    7. Licht - donker
    8. Winnen - verliezen
    9. Half - heel
    verhalen
    Een man uit Duitsland heeft wel heel veel geluk. Hij won deze week -samen met een collegaeen
    jackpot van bijna 6 miljoen euro. En een paar jaar geleden won hij ook al een prijs van
    bijna anderhalf miljoen!
    Het is niet bekend hoe vaak het gebeurt dat iemand twee keer achter elkaar zo'n hoge prijs
    wint. Maar zeker is dat het bijna nooit voorkomt.
    —————————-
    Jip en Janneke zijn bij tante Mies.
    Zij hebben in de tuin gespeeld.
    En ze hebben een ijsje gehad.
    En ze hebben bij tante gegeten ook.
    Worteltjes en biefstuk en pudding.
    En nog meer pudding.
    En het was lekkerder dan thuis.
    Ziezo, zegt tante Mies. Jullie moeten
    naar huis.
#06.03.2010 13:14 0 0 0