ortakoy

ortakoy

Üye
13.11.2009
Onbaşı
558
Hakkında

  • arkadaşlar bu sıtede var ordan indırın ve calısın www.buitenlandsepartner.nl/oefenmateriaal/

    nazeggen De man zit op de stoel
    De man zit op de stoel

    002 Dat is duur
    Dat is duur

    003 Ik begrijp het niet
    Ik be-grijp het niet

    004 De jongen zit aan tafel
    De jon-gen zit aan ta-fel

    005 Hij heeft honger
    Hij heeft hon-ger

    006 Waarom doe je dat ?
    Waar-om doe je dat ?

    007 Ik sta voor de deur
    Ik sta voor de deur

    008 De hond blaft
    De hond blaft

    009 Doe het licht aan
    Doe het licht aan

    010 De boot vaart op het water
    De boot vaart op het wa-ter

    011 De trein staat op het station
    De trein staat op het sta-tion

    012 Ik heb dorst
    Ik heb dorst

    013 Wie wil er een koekje ?
    Wie wil er een koek-je ?

    014 Het is heel druk
    Het is heel druk

    015 Dat is heel mooi
    Dat is heel mooi

    016 De vogel vliegt weg
    De vo-gel vliegt weg

    017 Een auto heeft vier wielen
    Een au-to heeft vier wiel-en

    018 Het meisje gaat naar school
    Het meis-je gaat naar school

    019 Een uur heeft zestig minuten
    Een uur heeft zes-tig mi-nu-ten

    020 Dat is genoeg
    Dat is ge-noeg

    021 Kun je me helpen ?
    Kun je me hel-pen ?

    022 Hij had het bijna goed
    Hij had het bij-na goed

    023 Wat is dat erg !
    Wat is dat erg !

    024 Twintig is meer dan twaalf
    Twin-tig is meer dan twaalf

    025 Ik ben ouder dan hem
    Ik ben ou-der dan hem

    026 Het eten is lekker
    Het e-ten is lek-ker

    027 De koe geeft melk
    De koe geeft melk

    028 Ik lust geen spruiten
    Ik lust geen sprui-ten

    029 Het water in zee is zout
    Het wa-ter in zee is zout

    030 Vandaag is het woensdag
    Van-daag is het woens-dag
#01.03.2010 13:18 0 0 0
#01.03.2010 13:15 0 0 0
  • tegenstellingen 2 achternaam voornaam ad soyat

    alles niets herşey hicbirsey

    arm rijk fakir zengin

    begin einde baslangıç bitiş

    binnenkant buitenkant içeride dışarıda

    binnenland buitenland yurtiçi yurtdışı

    broer zus abi abla

    dames heren bayan bay

    dorp stad köy şehir

    geluk ongeluk mutlu mutsuz

    hand voet ayak el

    honger dorst aç susuz

    iemand niemand birisi hiçkimse

    ingang uitgang içeri dişari

    kind volwassene çoçuk yetişkin

    lawaai stilte gürültü sessizlik

    lengte breedte uzunluk genişlik

    man vrouw adam kadın

    meneer mevrouw beyefendi hanımefendi
    neef nicht oğlan yeğen kız yeğen

    ochtend avond sabah akşam

    onderkant bovenkant alt taraf üst taraf

    oom tante amca teyze

    oorlog vrede savaş barış

    opa oma dede ebe




    optimist pessimist iyimser kötümser

    ouders kinderen annebaba çocuk

    overwinning nederlaag galibiyet malubiyet

    succes mislukking başarı başarısızlık

    voordeel nadeel yarar zarar

    voorjaar najaar ilk bahar son bahar

    voorkant achterkant ön taraf arka taraf

    vraag antwoord soru cevap

    vriend vijand arkadaş düşman

    winst verlies yarar zarar

    winter zomer kış yaz

    zon schaduw güneş gölge

    zonsopgang zonsondergang güneşin doğması güneşin batması

    aandoen uitdoen giyinmek soyunmak

    aankleden uitkleden giyinmek soyunmak

    beginnen stoppen başlamak bitirmek

    bekennen ontkennen tanıdık yabancı

    branden blussen yakmak söndürmek

    delen vermenigvuldigen bölmek çarpmak

    drijven zinken sürmek inmek

    eten drinken yemek içmek

    geven krijgen almak vermek

    groeien krimpen büyümek küçültmek

    inladen uitladen yükselmek alçalmak

    inpakken uitpakken sarmak açmak




    komen gaan gelmek gitmek

    kopen verkopen satın almak satmak

    leven sterven yaşamak ölmek

    lukken mislukken başarmak başarısızlık

    onthouden vergeten hatırlamak unutmak

    openen sluiten açmak kapatmak

    optellen aftrekken toplamak çıkarmak

    praten zwijgen konuşmak susmak

    slagen zakken kalkmak düşmek

    slapen wakker uyumak uyanmak

    staan zitten dikilmek oturmak

    stijgen dalen yükselmek düşmek

    stoppen doorgaaan durmak gitmek

    trouwen scheiden evlenmek ayrılmak

    vergeten herinneren unutmak hatırlamak

    verhogen verlagen yükselmek alçalmak

    verschijnen verdwijnen görünmek görünmez

    vinden verliezen bulmak kaybetmek
    winnen verliezen kazanmak kaybetmek

    vrolijk verdrietig mutlu üzgün

    herfst lente sonbahar ilkbahar

    eerder later daha önce sonra

    vriezen dooien yanmak donmak
#01.03.2010 13:13 0 0 0
  • ögrenebılırsınız TEGENSTELLİNGEN1 dik dun _ kalın ince

    klein groot_ kücük büyük

    nauw breed _ dar geniş

    lang kort_ uzun kısa

    liefde haat_ sevgi nefret

    oorlog vrede_ savaş barıs

    laatste eerste sonuncu ılkıncı

    donker licht kapalı acık
    zwart wit siyah beyaz

    ochtend avond sabah aksam

    dag nacht gün gece

    zwaar licht agır hafıf

    leuk saai hoş sıkıcı

    aanwezig afwezig mevcut mevcut olmayan

    altijd nooit herzaman hıcbır zaman

    vaak soms sık sık bazen

    traag snel yavas hızlı

    langzaam vlug yavas hızlı

    negatief positief olumsuz olumlu

    arm rijk fakır zengın

    ouderwets modern eskı moda modern


    noord zuid kuzey güney

    oost west dogu batı

    best slechtst en ıyı kötü

    voor tegen icin karsı
    dicht open kapalı acık

    hoog laag yüksek alcak

    vorige volgende gecmıs gelecek

    boven beneden yukarı asagı

    goed slecht iyi kötü

    goed fout dogru yanlış

    mooi lelijk güzel çirkin

    schoon vies temız pis

    duur goedkoop pahalı ucuz

    moe uitgerust yorgun dinç

    dichtbij ver yakın uzak

    voor achter ön arka

    binnen buiten iceri dışarı

    moeilijk gemakkelijk zor kolay

    zoet zuur tatlı eşki

    zoet bitter tatlı acı

    zoet zout tatlı tuzlu

    hard zacht sert yumusak

    boos blij kızgın mutlu

    gelukkig ongelukkig mutlu mutsuz

    koud warm soguk sıcak

    koud heet soguk sıcak

    sterk zwak güclü zayıf

    slim dom kurnaz aptal

    groter kleiner büyük kücük




    oud jong yaslı genc

    gezond ziek saglıklı hasta

    eenvoudig ingewikkeld basıt karmasık

    stil lawaaierig sessızlık gürültü

    vroeg laat erken gec

    ijverig lui calıskan tembel

    vol leeg dolu boş

    moedig laf cesur korkak

    voordeel nadeel avantaj dezavantaj

    waarheid leugen gercek yalan

    waar onwaar dogru yanlıs

    oud nieuw eskı yenı

    levend dood yasamak ölmek

    omhoog omlaag yukarı asagı

    links rechts sol sag

    achterin voorin arka ön

    gisteren morgen dün yarın

    toekomst verleden gelecek gecmıs

    min plus - +

    droog nat kuru ıslak

    opa oma dede ebe

    mannelijk vrouwelijk erkek kadın

    druk rustig kalabalık sakın

    aankomen vertrekken gelmek gıtmek

    retour enkel dönüş gidiş




    dochter zoon kız ogul

    mama papa ana baba

    trouwen scheiden evlenmek ayrılmak

    vrouw man kadın adam

    dorp stad köy sehir

    jongen meisje oglan kız

    niet wel yok var

    na voor sonra önce

    nergens ergens hicbıryerde bir yerde

    knippen plakken kesmek yapıştırmak

    binnenland buitenland yurtici yurtdısı

    dynamisch rustig dinamık sessızlık

    voorzichtig onvoorzichtig dıkkkatlı dıkkatsız

    vriend vijand arkadas düşman

    zeker onzeker emın belırsız

    zichtbaar onzichtbaar görünür görünmez

    gebruikt ongebruikt kullanmak kullanmamak

    geduldig ongeduldig sabırlı sabırsız

    gekreukeld gestreken buruşuk kaplamalı

    gelijk ongelijk haklı haksız

    geluk pech sans sansızlık

    geschikt ongeschikt uygun uygunsuz

    gewoon ongewoon normal anormal

    gezond ongezond saglıklı hasta




    gierig gul acgözlü elı acık

    glad stroef düzgün pürüzlü

    glanzend dof parlak mat

    actief passief etkın pasif

    aardig onaardig nazik kaba

    bang dapper korkak cesur

    bekend onbekend tanıdık yabancı

    beleefd onbeleefd kibar kaba
    onbewust bewust şuurlu şuursuz


    bot scherp kör keskın

    erna ervoor

    daarna daarvoor ondan sonra ondan önce

    dapper laf cesur ödlek

    diep ondiep derin derindegil

    echt onecht gercek yalan

    eerlijk oneerlijk dürüst adaletsiz

    even oneven cift tek

    fijn grof kibar kaba

    handig onhandig becerikli beceriksiz

    helder troebel berrak bulanık

    hierna hiervoor bundan sonra bundan önce

    houden van haten sevmek nefret etmek

    huilen lachen aglamak gülmek

    kapot heel bozuk bütün

    knap dom zekı aptal




    knap lelijk yakısıklı cirkin

    los vast gevsek sıkı

    meer minder fazla za

    meest minst enfazla en az

    nu later simdi sonra

    op onder üstünde altında

    openbaar privé kamusal kişisel

    precies ongeveer tam asagıyukarı

    recht krom dogru egrı

    rond vierkant yuvarlak kare

    samen alleen birlikte yalnız

    schuldig onschuldig suclu suçsuz

    slap stijf gevsek katı

    slordig netjes düzensiz düzenli

    stout lief yaramaz degerli

    tam wild evcıl vahsı

    trekken duwen cekmek itmek

    verdrietig blij mutsuz mutlu

    vet mager yaglı az yaglı

    iemand niemand birisi hıc kımse

    iets niets birsey hicbirsey

    ooit nooit

    broer zus abi abla

    echtgenoot echtgenote koca zevce

    hier daar bura ora




    dames heren bayan bay

    ingang uitgang giriş çıkış

    betalen innen ödemek tahsil etmek

    vrolijk verdrietig mutlu mutsuz

    oom tante dayı(amca) teyze(hala)

    herfst lente sonbahar ilkbahar

    eerder later dahaönce sonra

    vraag antwoord soru cevap

    bijzonder gewoon tuhaf normal

    expres per ongeluk kasıtlı kazara

    ouders kinderen annebaba cocuklar

    aankleden uitkleden gıyınmek soyunmak

    vriezen dooien yanmak donmak

    openen sluiten acmak kapamak

    andere dezelfde başka aynı

    kopen verkopen satın almak satmak

    nu straks şimdi sonra

    lengte breedte uzunluk genişlik

    optellen aftrekken toplamak cıkarmak

    lawaai stilte gürültü sessızlık

    zon maan güneş ay

    schoon vuil temiz pis

    boven onder yukarı aşagı

    geven nemen vermek almak

    niets alles hicbirsey birsey




    winter zomer kış yaz

    delen vermenigvuldigen bölme / çarpma*

    nep echt sahte gercek

    onthouden vergeten hatırlamak unutmak

    lekker vies lezzetli igrenc

    winnen verliezen bulmak kaybetmek

    half heel yarım tüm

    verlagen verhogen asagı yukarı

    komen gaan gelmek gitmek

    erin eruit

    branden blussen yakmak söndürmek

    voorkant achterkant öntaraf arkataraf

    weinig veel az cok

    interessant saai ilginç monoton

    vroeger later erken geç

    praten zwijgen konuşmak susmak

    overwinning nederlaag yenilgi malubiyet

    beter slechter en iyi daha kötü

    stoppen doorgaan durmak gitmek

    eten drinken yemek icmek

    water vuur su ateş

    voorjaar najaar ilkbahar sonbahar

    arm been kol bacak

    mevrouw meneer hanımefendı beyfendi

    samen apart birlikte ayrı




    aarde water toprak su

    hemel hel cennet cehennem

    land water toprak su

    kind volwassene cocuk yetişkin

    toegestaan strafbaar serpest suç

    staan zitten durmak oturmak

    aan uit acmak kapatmak

    wakker slapen uyanmak uyumak

    nicht neef kızyegen oglanyegen

    veel beetje cok biraz

    bijna helemaal hemem hemen tamamen

    horizontaal verticaal

    schrijven wissen yazmak silmek

    enkel dubbel tek çift

    bezig klaar meşgul hazır

    geen een yok bir

    groente fruit sebze meyve

    dit dat bu o

    met zonder ile hariç

    zwemmen verdrinken yüzmek bogulmak

    honger dorst aç susuz

    huwen scheiden evlenmek ayrılmak _allah korusun)

    import export ithalat ihracat

    vooruit achteruit ileride geride

    verdienen uitgeven kazanmak harcamak




    kaal behaard kel tüylü

    stijgen dalen yükselmek düşmek

    blind ziend kör görmek

    meester slaaf sahip köle

    regen zon yağmur güneş

    zee aarde deniz toprak

    snelweg voetpad anayol yayayolu

    raak mis isabetli isabetsiz

    smal breed geniş dar

    enkelvoud meervoud tekil cogul

    vrij gevangen serbest tutuklu

    dame heer bayan bay

    duivel engel seytan melek

    nee ja hayır evet

    lezen schrijven okumak yazmak

    nul een sıfır bir

    eten kotsen yemek

    doof horend sagır duymak

    laden lossen yüklemek boşaltmak

    klimmen dalen tırmanmak düşmek

    aandoen uitdoen giyinmek soyunmak

    getrouwd vrijgezel evli bekar

    winst verlies kar zarar

    groeien krimpen büyültmek kücültmek

    afhankelijk onafhankelijk bagımlı bagımsız
#01.03.2010 13:13 0 0 0
  • Konu: DUA
    iş bulmak için okunacak dua bismillahirrahmanırrahım
    Ey Rabbimiz! Bize kendi katından bir rahmet ver. Ve bize iş ve doğruluk ver bizim için başarı hazırla. Rabbim gönlümü aç ve işimi kolaylaştır.Amin
    arkadaşlar rabbım butun işi olmayanlara hayırlı iş versin. benimde eşimin işi yok dua edınde tez zamanda hayırlı bı iş bulsun Allah razı olsun herkesten...
#26.02.2010 13:52 0 0 0
  • Konu: DUA
    İşlerini kolaylaştırmak için Bismillahirrahmanırrahım
    Allahım! her işi ancak sen kolay kılarsın. Rabbim Sen dilersen sıkıntıyıda kolaya cevirirsin.Amin
#26.02.2010 13:51 0 0 0
  • Konu: DUA
    kekemelik için sakın yanlıs anlamayın kekeme degiliz ama hollandaca kelimeleri söylerken kekelemeyelim ve güzel söyleyelim diye
    kekemelik için Bismillahirrahmanırrahım
    MUSA(a.s.)dediki; EY RABBİM, benim gtögsüme genişlik ver ve benim işimi kolaylaştır.Dilimden dügümü çöz. Sözümü iyi anlasınlar. Amin
#26.02.2010 13:50 0 0 0
  • Konu: DUA
    arkadaşlar her derdin devası Rabbimize dua etmekle olur.bak dua edıyom diye derslerden kaytarmayın önce siz çalişacaksınız yardımcı olarak dua ile besmeleyle baslayın işleriniz kolaylassın inşallah
    HAFİZA İÇİN Bismillahirrahmanirrahim
    Ya Rabbi, bize peygamberlere lütfettigin hafızaya benzer bi hafıza,Nebilere lütfettigin ilhama benzer bir ilham gücü ve Velilere lütfettigin anlayışa benzer bir anlayış nasip et.Bütün bunları kendi zenginliginle lütfet.Sen cömert olanların en cömertisin.Gögsümüzü genişlet ve bana güçlü bir anlayış nasip et.Amin
#26.02.2010 13:50 0 0 0
  • arkadaşlar mevlüt kandiliniz mübarek olsun rabbim dualarınızı kabul etsin kardeşlerim bu haftave herzaman bol bol peygamberimize (sav) efendimize bol bol salavat getirelimve onun hürmetine rabbim dualarımızı kabul etsın.allahım sen bütün dinkardeşlerimin arzuladıgı bütün hayırlı seylerı ver ve korktukları bütün kötü seylerden koru.rabbım sen bizlerin yardımcısı ol,bizleri sevdiklerimize kavuştur ve onlarla mutlu huzurlu bı sekılde yasamayı nasip et.arkadaşlar insallah bu günlerden hayırlı bı sekılde yararlanmayı rabbim nasip etsin .Rabbim M uhammed mustafanın hürmetıne günahlarımızı affetsın, islerimizi kolaylaştırsın,dualarımızı kabul etsınve yardımcımız olsun ve ona (sav9 efendimize layık bı ümmet olmayı nasip etsin. allah yar ve yardımcınız ve yardımcım olsun. allaha emanet olun kardeşlerim
#25.02.2010 08:44 0 0 0
#23.02.2010 13:31 0 0 0
  • ınsallah ısınıze yarar bıraz yardımcı olduysam ne mutlu bana allah yar ve yardımcınız ve yardımcım olsun kolay gelsın
#23.02.2010 13:30 0 0 0
  • arkadaşlar hikaye bölümü hepimizin cok takıldıgı ve cok bılmedıgımız bı konu bunun icin bazı sıte ismi vereyım onlara dınlen ve nasıl anlatacagınızı yazacagım www.minipret.nl/verhaal-luisteren-speellestjes.html www.zinnigeverhalen.nl/zinnigeverhalen/de-verhalenluister_verhalen hergün bır tane hikaye dinleyin ve anlamaya calısın,kelimeleri yakalamaya calişın anlatmaya şöyle baslayın DİT VEHAAL GAAT OVER , Henk en Jan , strand, voetballen, wind ... bu hikayenin konusu henk ve jan, sokak top oynamak, rüzgar ... yanı o an aklınızda ne kaldıysa söyleyın sonra DAT İS EEN MOOİ VERHAAL (BU GÜZEL BI HIKAYE DEYIN) ,yada IK HEB HET VERHAAL NİET BEGRİJPEN OMDAT HET TE SNEL WAS.( ben hıkayeden birsey anlamadım cok hızlıylı) IK HEB HET NİET KUNNEN ONTHOUDEN, SORRY.(üzgünüm unuttum hatırlamıyorum deyın. Bunları anlayarak ezberleyın. sınavda olurya bunlar aklınıza gelmesse kendınızı tanıtın
    ık ben ortakoy
    ık ben eeneentwentıg jaar
    ık ben student (automonteur, huisvrouw)
    ık woon ın aksaray
    mijn hobby's sporten, voetballen, kijk naar de tv,luistert naar de müsic...
    ık heb geen veel vrije tijd
    ık heb drie Middelbare school afgemaakt
    ık heb een havo :(atheneum)-diploma.
    mıjn man heet .....kocamın ismi
    mijn vrouw heet ....karımın ismi
    zijn werk in een automonteur, een arbeider ,een werknemer, een huisvrouw
    zijn woont in utrecht( amsterdam, den haag)
    ık vind Nederlands een beetje moeilijk.
    ik begrijp Nederlands maar ik kan het een beetje spreken.
    als ik slaag voor mijn examen dan ga ık naar NEDERLAND
    alwast bedankt
    adım ortakoy
    21 yasındayım
    ögrenciyim(memurum, ev hanımıyım vb.
    aksarayda oturuyorum
    hobilerim spor yapmak , futbol oynamak , tv ye bakmak,müzik dinlemek vb
    fazla boş vaktim olmuyor.
    ben ortaokul mezunuyum
    ben lise mezunuyum
    kocamın ismi, yada karımın ismi
    onun işi arabatamırcısı,memur. işçi,ev hanımı
    o utrechte(amsterdam, den haag) oturuyor
    bence hollandaca biraz zor
    hollandaca anlarım ama biraz konusabılırım
    eger sınavı kazanırsam hollandaya gıdecem
    herkese tesekkurler
    arkadaslar bunlarıda yapamazsanız aklınızda ne gelıyosa onu söyleyın yok bisey gelmıyosa 1den baslayın sayıları sayın yeter kı susmayın
#23.02.2010 13:28 0 0 0
#11.02.2010 13:12 0 0 0
  • Konu: korte vragen
    arkadaşlar bu soruları ezberlemeyın sadece anlayarak calısın hemen kafanıza yatar sorular kolay gelsın ayrıca bu soruları dınleyerekde öğrenebilirsiniz hppt/www.buitenlandsepartner.nl/oefenmaterial/ kolay gelsın allah yardımcınız ve yardımcım olsun
#11.02.2010 13:09 0 0 0
  • Konu: korte vragen
    001 Piet is 18 jaar en Jan 20 jaar, wie is ouder?
    Jan

    002 's nacht... is het dan donker of licht?
    Donker

    003 1 minuut hoeveel seconden is dat?
    60

    004 1 uur... hoeveel kwartier is het?
    Vier

    005 1 uur... hoeveel minuten is dat?
    60

    006 1 uur... is dat 60 minuten of 60 seconden?
    60 minuten

    007 2 dagen... hoeveel uur is dat?
    48

    008 Achmed is korter dan Ali... wie is er langer?
    Ali

    009 Als iets duur is moet je dan veel of weinig geld betalen?
    Veel

    010 Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk?
    Makkelijk

    011 Als iets gemakkelijk is... is het dan makkelijk of moeilijk?
    Makkelijk

    012 Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk?
    Moeilijk

    013 Als iets kookt, is het dan heet of koud?
    Heet

    014 Als iets mag is het dan toegestaan of verboden?
    Toegestaan

    015 Als ik blind ben kan ik dan niet zien of niet horen?
    Niet zien

    016 Als ik boos ben... ga ik dan lachen?
    Nee

    017 Als ik verdrietig ben, ben ik dan blij?
    Nee

    018 Als je 100 jaar bent... ben je dan jong?
    Nee

    019 Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld?
    Weinig

    020 Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen?
    veel

    021 Als je op reis gaat, blijf je dan thuis of ga je dan weg?
    Weg

    022 Als je rijk bent heb je dan veel of weinig geld ?
    Veel

    023 Als je thee zet, gebruik je dan heet water of gebruik je koud water?
    heet

    024 Als je vingers brand is dat fijn of pijnlijk?
    Pijnlijk

    025 Als ze zon schijnt is het dan mooi weer of slecht weer ?
    Mooi

    026 Ben je gezond of ziek als je de griep hebt?
    Ziek

    027 Ben je groot als je klein bent?
    Nee

    028 Bijna... is dat helemaal?
    Nee

    029 Blind... is dat anders dan doof?
    Ja

    030 Doe je een jas aan je voeten of aan je schouders?
    Schouders

    031 Doe je een pet op je hoofd?
    Ja

    032 Doe je het licht aan of in?
    Aan

    033 Doe je het licht aan of uit als het donker is?
    Aan

    034 Doe je het licht in het donker uit of aan?
    Aan

    035 Doe je sokken aan je handen?
    Nee

    036 Draag je een jas binnen of buiten?
    Buiten

    037 Een auto, heeft die twee wielen of vier wielen?
    Vier

    038 Een half uur... hoeveel minuten is dat?
    30

    039 Een neef... is dat een man of een vrouw?
    Man

    040 Eet je in de ochtend een ontbijt?
    Ja

    041 Fiets je op een rivier of op een pad?
    Pad

    042 Fluisteren... is dat zacht?
    Ja

    043 Gaat een slak snel of langzaam ?
    Langzaam

    044 Geeft een leraar les?
    Ja

    045 Gezond... is dat hetzelfde als ongezond?
    Nee

    046 Heb je heet water nodig om te koken?
    Ja

    047 Heeft de mens een lichaam?
    Ja

    048 Heeft de zee zout of zoet water?
    Zout

    049 Heeft een auto een stuur?
    Ja

    050 Heeft een boom bladeren?
    Ja

    051 Heeft een huis een huiskamer?
    Ja

    052 Heeft een leeuw benen of poten?
    Poten

    053 Heeft een man een baard?
    Ja

    054 Heeft een mens twee benen of drie benen?
    Twee

    055 Heeft een mens vier of twee voeten?
    Twee

    056 Heeft een mens vijf handen of twee handen?
    Twee

    057 Heeft een mens vijf ogen?
    Nee

    058 Heeft een paard benen of poten?
    Poten

    059 Heeft een verkeerslicht drie of zes kleuren ?
    Drie

    060 Heeft een verkeerslicht drie of zes lichten?
    Drie

    061 Het is 12 uur... over twintig minuten is het?
    10 voor half 1

    062 Het is nu negen uur... over een half uur is het?
    Half 10

    063 Het is nu oktober... volgende maand is het?
    November

    064 Het is nu twee uur... over een kwartier is het...?
    Kwart over twee

    065 Het is nu vrijdag... eergisteren was het?
    Woensdag

    066 Het is nu woensdag... gisteren was het...?
    Dinsdag

    067 Het is nu zes uur... over twee uur is het...?
    8 uur

    068 Het is vandaag zaterdag... overmorgen is het...?
    maandag

    069 Hoe heet een weg boven de rivier?
    Een brug

    070 Hoe noem je de dochter van je oom?
    Nicht

    071 Hoe noem je de dochter van je tante?
    Nicht

    072 Hoe noem je de man van je zus?
    Zwager

    073 Hoe noem je de moeder van je moeder?
    Oma

    074 Hoe noem je de moeder van je moeder?
    Oma

    075 Hoe noem je de moeder van je vader?
    Oma

    076 Hoe noem je de vader van je moeder?
    opa

    077 Hoe noem je de vrouw van je broer?
    Schoonzus

    078 Hoe noem je de zoon van je oom?
    Neef

    079 Hoe noem je een meisje als ze volwassen is?
    Vrouw

    080 Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen?
    school

    081 Hoe noem je iemand die groente verkoopt?
    groenteboer of groenteman

    082 Hoe noem je iemand die niet kan zien?
    Blind

    083 Hoe noem je iemand die niets kan horen?
    doof

    084 Hoe noem je iemand die uit Nederland komt?
    Nederlander

    085 Hoe smaakt suiker?
    Zoet

    086 Hoeveel benen heeft een mens?
    Twee

    087 Hoeveel centimeter gaan er in een meter?
    Honderd

    088 Hoeveel centimeter is een meter?
    100

    089 Hoeveel dagen heeft januari?
    31

    090 Hoeveel dagen telt een week?
    7

    091 Hoeveel hoeken heeft een vijfhoek?
    Vijf

    092 Hoeveel is 10 gedeeld door 2?
    vijf

    093 Hoeveel is vier plus zes?
    Elf

    094 Hoeveel kwartier heeft een uur?
    4

    095 Hoeveel maanden heeft een jaar?
    Twaalf

    096 Hoeveel neuzen heeft een mens?
    1

    097 Hoeveel ogen heeft een mens?
    Twee

    098 Hoeveel pond gaat er in een kilo ?
    Twee

    099 Hoeveel poten heeft een tafel?
    Vier

    100 Hoeveel seizoenen heeft een jaar?
    Vier

    101 Hoeveel uur heeft een dag?
    24

    102 Hoeveel vingers heeft een mens?
    Tien

    103 Hoeveel voeten heb je?
    Twee

    104 Hoeveel voeten heeft een mens?
    Twee

    105 Hoeveel wieken heeft een molen?
    Vier

    106 Hoeveel wielen heeft een auto?
    Vier

    107 Hoeveel zijden heeft een driehoek?
    drie

    108 Iemand met een hoog salaris verdient hij veel of weinig?
    Veel

    109 Iemand met een laag salaris verdient hij veel of weinig?
    Weinig

    110 In de winter doe je het raam open of dicht?
    Dicht

    111 In welk seizoen schijnt de zon het meest?
    Zomer

    112 In welke maand is het kerst?
    December

    113 Is 35 minder dan 40?
    Ja

    114 Is de basisschool voor volwassenen?
    Nee

    115 Is de herfst kouder dan de zomer?
    Ja

    116 Is de nacht licht of donker?
    Donker

    117 Is de zon rond of vierkant?
    Rond

    118 Is de zon warm of koud?
    Warm

    119 Is een appel gezond?
    Ja

    120 Is een appel groente of fruit?
    Fruit

    121 Is een auto om in te rijden, of om te koken?
    Te rijden

    122 Is een berg hoog of laag?
    Hoog

    123 Is een bloemkool groente of fruit?
    Groente

    124 Is een broek kleding?
    Ja

    125 Is een dag langer dan een jaar?
    Nee

    126 Is een dame een man of een vrouw?
    Vrouw

    127 Is een flat laag of hoog?
    Hoog

    128 Is een gezicht vierkant?
    Nee

    129 Is een heer een man of een vrouw?
    Man

    130 Is een hengst een man of een vrouw?
    Man

    131 Is een hond paars?
    Nee

    132 Is een huis een gebouw?
    Ja

    133 Is een jongen een man of een vrouw?
    man

    134 Is een jurk voor een meisje of een jongen?
    Meisje

    135 Is een jurk voor mannen of voor vrouwen?
    Voor vrouwen

    136 Is een kerk een gebouw of een poort?
    Een gebouw

    137 Is een kerk een gebouw of een poort?
    gebouw

    138 Is een kind van 8 jaar volwassen?
    Nee

    139 Is een kip een man of een vrouw?
    Vrouw

    140 Is een koe een mens of een dier?
    Dier

    141 Is een lammetje ouder dan een schaap?
    Nee

    142 Is een merrie een man of een vrouw?
    Vrouw

    143 Is een opa oud of jong?
    Oud

    144 Is een oven om te koken of om te bakken?
    Bakken

    145 Is een pannekoek rond of vierkant?
    Rond

    146 Is een peer groente of fruit?
    Fruit

    147 Is een peer groente?
    Nee

    148 Is een schaap jonger dan een lammetje?
    Nee

    149 Is een sinaasappel paars of oranje?
    Oranje

    150 Is een stier een man of een vrouw?
    Man

    151 Is een taart zoet of zuur ?
    Zoet

    152 Is een tomaat fruit?
    Nee

    153 Is een toren laag of hoog?
    Hoog

    154 Is een toren laag?
    Nee

    155 Is een trein een vervoersmiddel?
    Ja

    156 Is een trui kleding?
    Ja

    157 Is een wortel oranje?
    Ja

    158 Is eenvoudig hetzelfde als makkelijk?
    Ja

    159 Is gras groen?
    Ja

    160 Is het in de nacht licht of donker?
    donker

    161 Is iemand die hoofdpijn heeft ziek?
    Ja

    162 Is ijs warm of koud?
    koud

    163 Is Jan een jongen?
    Ja

    164 Is Jan een naam of een land?
    Een naam

    165 Is jan een voornaam of een achternaam?
    Voornaam

    166 Is januari een dag of een maand?
    Maand

    167 Is januari een seizoen?
    Nee

    168 Is je broer een man of een vrouw?
    Man

    169 Is je moeder een man of een vrouw?
    Vrouw

    170 Is je neefje een jongen of een meisje?
    Jongen

    171 Is je nicht de zoon van je tante?
    Nee

    172 Is je nicht een man of een vrouw?
    Vrouw

    173 Is leraar een beroep?
    Ja

    174 Is moeder een beroep?
    Nee

    175 Is oktober een seizoen of een maand?
    Maand

    176 Is oma een mens of een dier?
    Mens

    177 Is opa een man of een vrouw?
    Man

    178 Is Parijs een stad of een land?
    Stad

    179 Is roken gezond of ongezond?
    Ongezond

    180 Is snoep gezond?
    Nee

    181 Is sporten gezond of ongezond?
    Gezond

    182 Is sporten gezond?
    Ja

    183 Is tekenen een hobby of een beroep?
    Hobby

    184 Is twintig minuten langer dan 30 minuten?
    Nee

    185 Is vlees om te drinken?
    Nee

    186 Is water uit een sloot gezond?
    Nee

    187 Is water vast of vloeibaar?
    Vloeibaar

    188 Is woensdag een dag of een maand?
    Dag

    189 Is zondag een werkdag?
    Nee

    190 Is zuurkool groente of fruit?
    Groente

    191 Jan is ouder dan Piet. Wie is het jongst?
    Piet

    192 Kan een baby praten?
    Nee

    193 Kan een eend in het water zwemmen?
    Ja

    194 Kan een haan een ei leggen?
    nee

    195 Kan een kip zwemmen?
    Nee

    196 Kan een paard hinniken of blaffen?
    Hinniken

    197 Kan een paard mekkeren?
    Nee

    198 Kan een paard vliegen?
    Nee

    199 Kan een stier melk geven?
    Nee

    200 Kan een vis zwemmen?
    Ja

    201 Kan een vliegtuig vliegen?
    Ja

    202 Kan iemand die blind is zien?
    Nee

    203 Kan ik met een bril kijken?
    Ja

    204 Kan je met een boot varen of vliegen?
    Varen

    205 Kan je schaatsen als het koud is, of warm?
    Koud

    206 Kapot... is dat heel of stuk?
    Stuk

    207 Kerst is dat in september of december?
    December

    208 Kim is 18 jaar en Peter is 32 jaar wie is er ouder?
    Peter

    209 Kim is langer dan peter... is kim het langst?
    Ja

    210 Komt er uit de kraan alleen warm water?
    Nee

    211 Kruipen... is dat snel of langzaam?
    Langzaam

    212 Kun je in een supermarkt kleren kopen?
    Nee

    213 Kun je kleren eten?
    Nee

    214 Kun je koek eten of drinken?
    Eten

    215 Kun je melk eten of drinken?
    Drinken

    216 Kun je met een auto rijden of vliegen?
    Rijden

    217 Kun je met een lepel eten?
    Ja

    218 Kun je met een mond zien of praten?
    Praten

    219 Kun je met een neus ruiken of zien?
    Ruiken

    220 Kun je met een vliegtuig vliegen?
    Ja

    221 Kun je met geld betalen?
    Ja

    222 Kun je op een stoel zitten?
    Ja

    223 Kun je rijst eten of drinken?
    Eten

    224 Kun je schaatsen als het koud is, of warm?
    Koud

    225 Kunnen vogels vliegen of rijden?
    Vliegen

    226 Legt een haan een ei?
    Nee

    227 Mijn ouders hebben elf kinderen... hebben wij een klein gezin?
    Nee

    228 Mijn vader is langer dan mijn moeder... wie is het langst?
    Vader

    229 Noem een werkdag...
    maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag

    230 Nu is het maandag, welke dag was het gisteren?
    Zondag

    231 Piet is dunner dan Jan... wie is het dikst?
    Jan

    232 Regen, is dat nat of droog?
    Nat

    233 Renate is 15 en Anne is 13... wie is er jonger?
    Anne

    234 Rennen... is dat snel of langzaam?
    Snel

    235 Sandra is zwaarder dan Kim... wie is het lichtst?
    Kim

    236 Schaatsen... doe je dat als het koud is?
    Ja

    237 Schijnt de zon 's nachts of overdag?
    Overdag

    238 Schijnt de zon in de nacht?
    Nee

    239 Schijnt de zon overdag?
    Ja

    240 Schreeuwen is dat hard of zacht?
    Hard

    241 Schrijf je met een pen of een berg?
    Pen

    242 Slapen doe je in een...
    bed

    243 Sneeuwt het in de winter of in de lente?
    Winter

    244 Sneeuwt het in de winter of in de zomer?
    Winter

    245 Staat een oven in de keuken?
    Ja

    246 Tim is korter dan Jan... wie is het langst?
    Jan

    247 Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga?
    Buiten

    248 Valt er sneeuw in de zomer?
    Nee

    249 Van welk dier komt wol?
    Schaap

    250 Vandaag is het vrijdag... overmorgen is het?
    Zondag

    251 Waar ga je naar toe als je ziek bent?
    De dokter

    252 Waar ga je naar toe als je ziek bent?
    Ziekenhuis

    253 Waar koop je kleren?
    Winkel

    254 Waar moet je in de winkel betalen?
    Cassa

    255 Waar overnacht je als je op reis ben, thuis of in een hotel?
    Hotel

    256 Waar woon je?
    Lima

    257 Waar woont een koning?
    Paleis

    258 Waar woont u?
    ik woon in ... lima

    259 Waar zijn meer dieren in het museum of in de boerderij?
    Boerderij

    260 Waarvan wordt brood gebakken?
    Meel

    261 Wanneer is de lunch?
    's Middags

    262 Wanneer wordt je meestal wakker, 's-ochtends of 's-avonds ?
    's ochtends

    263 Warmte... is dat droog of nat?
    Droog

    264 Wat doe je aan je voeten?
    Schoenen

    265 Wat doe je aan onder jou schoenen?
    Sokken

    266 Wat doe je buiten aan als het koud is?
    Jas

    267 Wat doe je in bad?
    Wassen

    268 Wat doe je in de keuken?
    Koken

    269 Wat doe je in een bed?
    Slapen

    270 Wat doe je in een keuken?
    Koken

    271 Wat doe je in een slaapkamer?
    Slapen

    272 Wat doe je in je portemonnee?
    geld

    273 Wat doe je met een boek?
    Lezen

    274 Wat doe je met een bril?
    Kijken

    275 Wat doe je met een glas?
    Drinken

    276 Wat doe je met een handoek?
    Drogen

    277 Wat doe je met een kam?
    Kammen

    278 Wat doe je met een lepel?
    Eten

    279 Wat doe je met een mes?
    snijden

    280 Wat doe je met een nagelschaar?
    Nagels knippen

    281 Wat doe je met een neus?
    Ruiken

    282 Wat doe je met een oven?
    bakken

    283 Wat doe je met een pen?
    Schrijven

    284 Wat doe je met een schaar?
    knippen

    285 Wat doe je met een vork?
    Eten

    286 Wat doe je met een vork?
    Prikken

    287 Wat doe je met een weegschaal?
    Wegen

    288 Wat doe je met je mond?
    Eten

    289 Wat doe je met je mond?
    praten

    290 Wat doe je met je oren?
    Horen

    291 Wat doe je met speelgoed?
    Spelen

    292 Wat doen kinderen in een speeltuin?
    Spelen

    293 Wat doen kinderen op school?
    Studeeren

    294 Wat doet een bakker, brood bakken of melk maken?
    Brood bakken

    295 Wat doet een bakker?
    Brood bakken

    296 Wat doet een geit?
    Mekkeren

    297 Wat doet een hond?
    Blaffen

    298 Wat doet een paard?
    Hinniken

    299 Wat doet een poes?
    Miauwen

    300 Wat doet een schilder?
    Schilderen

    301 Wat doet een vogel?
    Vliegen

    302 Wat een kun je met een videocamera?
    Filmen

    303 Wat gebeurt er met sneeuw als het warm wordt?
    Smelt

    304 Wat gebeurt met sneeuw als het warm is?
    Smelt

    305 Wat gebruik je met een spijker, een hamer of een pan?
    Hamer

    306 Wat geeft een koe?
    Melk

    307 Wat heb je nodig om te strijken?
    Strijkijzer

    308 Wat is de eerste dag van de week?
    Maandag

    309 Wat is de eerste maand van het jaar?
    Januari

    310 Wat is de laatste dag van de week?
    Zondag

    311 Wat is duurder... een trui van 15 euro of 30 euro?
    30 euro

    312 Wat is eerder... acht uur of half negen?
    Acht uur

    313 Wat is gezonder een sinaasappel of chocola?
    Sinaasappel

    314 Wat is gezonder melk of limonade?
    Melk

    315 Wat is gezonder snoep of fruit?
    Fruit

    316 Wat is gezonder... patat of een peer?
    Peer

    317 Wat is groter een kip of een schaap ?
    Schaap

    318 Wat is groter een muis of een konijn?
    Konijn

    319 Wat is groter, een boom of een plant?
    boom

    320 Wat is groter, een paard of een hond?
    Paard

    321 Wat is harder... schreeuwen of fluisteren?
    Schreeuwen

    322 Wat is kleiner een auto of een vliegtuig?
    Auto

    323 Wat is korter een jaar of een dag?
    Een dag

    324 Wat is korter een kwartier of vijf minuten?
    Vijf minuten

    325 Wat is korter... en jaar of een dag?
    Een dag

    326 Wat is langer een been of een arm?
    been

    327 Wat is langer een uur of 60 minuten?
    Even lang

    328 Wat is langer een uur of een kwartier?
    Uur

    329 Wat is later 12 uur of half 11?
    Twaalf uur

    330 Wat is later, half acht of acht uur ?
    Acht uur

    331 Wat is meer, een ons koekjes of 100 gram?
    Dezelfde

    332 Wat is meer, vijf euro of twee euro?
    Vijf euro

    333 Wat is meer, zeven euro of negen euro?
    Negen euro

    334 Wat is meer... 64 euro of 65 euro?
    65

    335 Wat is minder 50 euro of 15 euro?
    15

    336 Wat is minder, twintig euro of vijftien euro?
    Vijftien euro

    337 Wat is minder... 24 euro of 11 euro?
    11 euro

    338 Wat is sneller... rennen of kruipen?
    Rennen

    339 Wat is warmer, de zomer of de winter?
    Zomer

    340 Wat is zoet, suiker of zout?
    Suiker

    341 Wat is zwaarder, een kilo of een pond?
    Kilo

    342 Wat is zwaarder, een ons boter of een ons meel?
    Dezelfde

    343 Wat is zwaarder, een pond gehakt of 500 gram?
    Dezelfde

    344 Wat kan een vis?
    Zwemmen

    345 Wat kan een vliegtuig?
    Vliegen

    346 Wat komt eerder, dinsdag of donderdag ?
    Dinsdag

    347 Wat komt er na acht?
    Negen

    348 Wat komt er na de lente?
    Zomer

    349 Wat komt er na de zomer?
    Herfst

    350 Wat komt uit de kraan?
    water

    351 Wat kun je doen met een mes?
    snijden

    352 Wat kun je in een vaas zetten?
    Bloemen

    353 Wat kun je met een auto?
    Rijden

    354 Wat kun je met een fluit?
    Fluiten

    355 Wat kun je met een potlood?
    Schrijven

    356 wat kun je met een potlood?
    Tekenen

    357 Wat kun je met een telefoon?
    Bellen

    358 Wat kun je met een videocamera?
    Filmen

    359 Wat kun je met een vork?
    eten

    360 Wat kun je met geld?
    Betalen

    361 Wat kun je op een stoel?
    Zitten

    362 Wat legt een ei?
    Kip

    363 Wat maak je met een fototoestel?
    Foto's

    364 Wat maakt een fietsenmaker?
    Fietsen

    365 Wat noem je jou vader en jou moeder sammen?
    Ouders

    366 Wat noemen we het weekend?
    Zaterdag en zondag

    367 Wat smaakt zoet suiker of zout?
    suiker

    368 Wat stroomt er in de rivier?
    Water

    369 Wat verkoopt een groenteman?
    Groenten

    370 Wat wordt er op 5 december gevierd?
    Sinterklaas

    371 Wat zet je in een vaas?
    Bloemen

    372 Wat zit er in je portemonnee?
    geld

    373 Wat zwemt in water, een vis of een kip?
    Vis

    374 Welk dier blaft?
    Hond

    375 Welk dier legt eieren?
    Kip

    376 Welk getal is groter... 55 of 65?
    65

    377 Welk getal komt na 19?
    20

    378 Welk getal komt na 65?
    66

    379 Welk getal komt voor 15?
    14

    380 Welk seizoen is het koudst?
    Winter

    381 Welk seizoen is het warmst?
    De Zomer

    382 Welk seizoen is kouder... de herfst of de lente?
    De herfst

    383 Welk seizoen komt na de lente?
    Zomer

    384 Welke dag komt er na donderdag?
    Vrijdag

    385 Welke dag komt voor donderdag?
    Woensdag

    386 Welke dag komt voor zondag?
    Maandag

    387 Welke kleur heeft bloed?
    Rood

    388 Welke kleur heeft de lucht?
    Blauw

    389 Welke kleur heeft een aardbei?
    Rood

    390 Welke kleur heeft een banaan?
    Geel

    391 Welke kleur heeft een tomaat?
    Rood

    392 Welke kleur heeft gras?
    Groen

    393 Welke kleur heeft sneeuw?
    Wit

    394 Welke maand komt er voor April?
    Maart

    395 Welke maand komt na augustus?
    september

    396 Welke maand komt na januari?
    februari

    397 Welke maand komt na mei?
    Juni

    398 Welke maand komt voor december?
    November

    399 Welke maand komt voor mei?
    April

    400 Wie woont er op een boerderij?
    boer

    401 Wie zorgt voor de molen?
    Molenaar

    402 Word je van patat dik?
    Ja

    403 Wordt iets duurder met korting?
    Nee

    404 Wordt iets goedkoper met korting?
    Ja

    405 Zien alle mensen er hetzelfde uit?
    Nee

    406 Zijn dieren hetzelfde als mensen?
    Nee

    407 Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid?
    Ja

    408 Zijn groenten gezond?
    Ja

    409 Zijn oorbellen sieraden?
    Ja

    410 Zijn schoenen om te lopen of om te drinken?
    Lopen

    411 Zijn wielen rond of vierkant?
    rond
#11.02.2010 13:01 0 0 0
  • SITENIZ COK GUZEL AMA SINAV KONULARIYDA DAHA COK BILGI ISTIYORUM SIMDIDEN TESEKKURLER ORTAKOY
#21.11.2009 12:27 0 0 0
#21.11.2009 12:25 0 0 0
  • siteniz cok güzel ama bide hollandaca hikaye ve nasıl anlatacagımızı yazarsanız cok sevınırım sımdıden tesekkur ederım
#13.11.2009 12:58 0 0 0